Goederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke machtsuitoefening; verkeersopvatting en uiterlijke feiten (art. 3:108 en 3:113 BW).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:113 BW
Genoemd in 456 uitspraken · Officiële wettekst
456 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht; goederenrecht. Devolutieve werking; verhouding tussen verweer en afgewezen vordering in reconventie, waarvan geen hoger beroep. Hoge Raad komt terug van HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8514. Gezag van gewijsde. Bevrijdende verjaring. Maatstaf inbezitneming (art.
art. 3: 105 BW, art. 3: 108 BW, art. 3: 113 BW bevrijdende verjaring; vraag of sprake is van verkrijging in aansluiting op de extinctieve verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit van een strook grond van de gemeente gelegen tussen een tuin van een particulie
Verkrijging door bevrijdende verjaring. Art. 3:105 BW. Inbezitneming. Art. 3:113 BW. Geldt voor inbezitneming van publieke grond strengere maatstaf dan voor inbezitneming van niet-publieke grond?
Eigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW)?; devolutieve werking; maatstaf voor inbezitneming.
Arubaanse zaak; gebruik strand; verjaring ex art. 3:105 jo 3:306 BWA; bezit van openbare overheidsgrond?; uiterlijke feiten (art. 3:108 BWA); verenigbaarheid van gebruik met houderschap voor de overheid
Eigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99 of art. 3:015 BW. Goede trouw. Art. 3:23 BW van toepassing op kadaster? Bezit.
Erfdienstbaarheid. Verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit. Bezit. Kwalitatief recht.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW. Bezitsvereiste
Goederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke machtsuitoefening; verkeersopvatting en uiterlijke feiten (art. 3:108 en 3:113 BW).
Vermogensrecht. Voor verjaring vereist bezit. Heeft het hof ten aanzien van betwisting van bezit terecht een verzwaarde motiveringsplicht aangenomen?
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW); aparte maatstaf voor inbezitneming van publieke grond?; Heusdense vordering
Caribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM); posterieure omstandigheden; niet waarneembare intenties houder; grenzen rechtsstrijd
Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Goederenrecht. Naar verkeersopvatting geen sprake van inbezitneming of een voltooide verkrijgende verjaring met betrekking tot een perceel grond; voor inbezitneming is vereist dat de machtsuitoefening door de inbezitnemer dusdanig is dat zij het bezit van de oorspronkelijke bezit
Vermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114 BW. Stelplicht- en bewijslastverdeling. Art. 150 Rv. Eisers vorderen o.m. verklaring voor recht dat zij door verjaring eigenaren zijn geworden van een perceel grond. Rechtbank en hof wijzen vor
Bevrijdende of verkrijgende verjaring met betrekking tot strook grond van gemeente? Geen bezit, geen sprake van verjaring.
Particulier heeft strook grond gemeente in gebruik genomen. Is particulier eigenaar geworden d.m.v. bevrijdende of verkrijgende verjaring? Streng criterium inbezitneming: gemeente moet uit gedragingen kunnen afleiden dat bezitter pretendeert eigenaar te zijn, zodat zij tijdig maa
burenzaak, beroep op eigendomsrecht vs. beroep op verjaring (3:99 en 3:105 BW); bezit
Beroep eigenaar eetcafé tegenover gemeente op zowel bevrijdende als verkrijgende verjaring m.b.t. strook grond, dienend als deel van terras. Inbezitneming stuk grond? Criteria. Stelplicht en bewijslast. Meer dan twintig jaar geleden – met toestemming gemeente – geplaatste terrasm
Beroep op verkrijgende verjaring strook grond ex artikel 3:99 BW gegrond. Het plaatsen van een omheining waarover een gemiddeld mens niet gemakkelijk heen stapt, duidt erop dat betrokkene beoogde de strook grond af te scheiden van de omliggende grond en daarmee beoogde te voorkom
Vermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar vaarwater; bezit verkregen door inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BW)?; interversie van houderschap (art. 3:111 BW)?; maatstaf; verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit (art. 3:314 lid 2 BW)
Eigendomsverkrijging door verjaring van strook gemeentegrond met leilinden voor woning. Bezit. Beroep op verjaring slaagt. Heusdense vordering wordt afgewezen: appellant te goeder trouw.
Verkrijging van een strook grond door verjaring (art. 3:99 en 3:105 BW); inbezitneming; maatstaf; bezitsdaden; reconventionele vordering in appel na verstek en verschijnen medegedaagde (art. 353 Rv)
Vervolg van ECLI:NL:HR:2017:1268. Geen verkrijgende verjaring van strook grond.