Claim op groot onomheind terrein, merendeels bestaande uit heuvels en zeer weinig vlak land (ca. 110 hectare, zijnde ca. 5% van de totale oppervlakte van Sint Eustatius). Beroep op verjaring afgewezen. Geen bezit maar houderschap voor de overheid.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:109 BW
Genoemd in 221 uitspraken · Officiële wettekst
221 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Beëindiging samenwerking.
Fotoafdrukken die t.b.v. een krant zijn gemaakt; art. 3:109 en 119 BW.
"eigenaar door verjaring?"; "bezit"; "bruikleenovereenkomst".
roerende zaken; houderschap; bezit; bewijsvermoeden; verjaring. artt 3: 107e.v.
Eiseres heeft voorlopig niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de bij gedaagde verblijvende ara's van haar zijn. De vordering tot afgifte van die ara's is dan ook niet toewijsbaar.
.
eigendom hond, bewijslastverdeling, bezit en houderschap Artikel 3:109 BW, 3:119 lid 1 BW, 3:118 lid 1 en lid 3 BW, Partijen verschillen van mening over de vraag wie eigenaar is van de hond. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde met haar verweer gemotiveerd heeft betwist dat z
Vordering tot ontruiming. Verjaring op grond van artikel 3:99 BW of artikel 3:105 BW? Bezit te goeder trouw? Gebonden aan beleidsregels? Belangenafweging. Aan de orde is de vraag of aan NS Vastgoed een vordering tot ontruiming van het haar in eigendom toebehorende terrein toekomt
De vraag die in dit kort geding aan de orde is, is of er aanleiding bestaat de bewaarder van het kadaster te bevelen de inschrijving in de openbare registers alsnog te verrichten (zie artikel 3:20 lid 2 BW). Hierbij is van belang dat inschrijving in de openbare registers primair
verjaring van de revindicatie van de Gemeente? verkrijgende verjaring van een stuk grond aan de walkant waarlangs woonboten afgemeerd liggen? overeenkomst van bruikleen art. 3:105 lid 1 BW
[geïntimeerde] heeft zijn vorderingen gegrond op de stelling dat hij de beide percelen sedert [datum 1] in zijn bezit heeft en dat voor hem zijn ouders het bezit hadden. De ouders van [geïntimeerde] waren eigenaar van de woning en het perceel aan [adres 1], terwijl dit perceel on
Eigendom. Geschil tussen voormalige levenspartners over – de bewijslastverdeling omtrent – het eigendomsrecht op een tijdens hun relatie aangeschafte auto (81 RO).
Geschil over het eigendomsrecht op een schilderij.
Nu De Limburger eigenaar (zonder publicatierecht) was geworden van de foto's, heeft zij niet onrechtmatig gehandeld door, ofwel (vrijwel) aanstonds nadat [appellant] deze foto's had aangeleverd, ofwel jaren nadien, nadat die foto's gedurende enige tijd in het archief hadden gezet
Ingevolge artikel 3:109 BW wordt [appellant sub 1] vermoed de stroken voor zichzelf te houden. Dit vermoeden kan door [geïntimeerden] worden weerlegd door aan te tonen dat er slechts sprake is van houden voor een ander. In dit verband heeft [geïntimeerde sub 1]aangevoerd dat [app
Ter beoordeling staat of eiser (beeldend kunstenaar) 22 jaar geleden aan een vriend twee beelden heeft geschonken of dat sprake was van bruikleen.
In deze procedure dient de vraag te worden beantwoord wie ten tijde van de beslaglegging eigenaar was van de auto. Uitgangspunt daarbij is dat degene die een goed houdt, vermoed wordt dit goed voor zichzelf te houden en bezitter daarvan te zijn (artikel 3:109 BW) en voorts dat di
Fotograaf vordert afdrukken terug die hij in de periode 1987-1997 aan de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) heeft geleverd en subsidiair schadevergoeding , indien de afdrukken niet meer aanwezig zijn. Geen eigendomsoverdracht van de afdrukken aan PZC, alleen houderschap. PZC dient
6 mei 2003 Strafkamer nr. 01501/02 B PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 28 mei 2002 op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [
-