Burenrecht. Verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit. Bestraten en onderhouden klein strookje grond voor eigen woning brengt in de gegeven omstandigheden mee dat naar verkeersopvatting sprake is van bezit
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:107 BW
Genoemd in 578 uitspraken · Officiële wettekst
578 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
Burengeschil. Erfgrens. Verjaring door bezit. Overwegingen over de vraag of sprake is geweest van bezit.
Geen erfdienstbaarheid van overpad ontstaan door verjaring. Geen onafgebroken bezit gedurende 20 jaar.
Geschil over de vraag of gebruik van de grond door de (rechtsvoorgangers van) partij Y vanaf 23 april 1979 al dan niet kwalificeert als houderschap uit erfpacht, zoals dat het geval was ten aanzien van twee percelen tot 2006, de datum waarop partij Y de bloot eigendom van die twe
burengeschil over erfgrens via artikel 96 Rv
burenrecht, geschil over erfgrens, verkrijgende verjaring.
Een agrariër stelt dat hij door bevrijdende verjaring ex artikel 3:105 BW en verkrijgende verjaring ex artikel 3:99 BW eigenaar is geworden van bepaalde gemeentegronden omdat hij die gronden gedurende enkele tientallen jaren heeft betrokken bij de exploitatie van de agrarische on
Nakoming koopovereenkomst? Verkrijgende of bevrijdende verjaring van eigendomsrecht of recht van erfpacht? Onrechtmatige daad?
betreft vraag wie gerechtigd is tot eigendom van een stuk grond dat is gelegen tussen twee woningen.
Burenrecht, erfgrens, geen verjaring, medewerking aan oprichting van een bepaalde scheidsmuur.
---
Vermogensrecht. Verkrijgende (artikel 3:99 BW) / extinctieve (artikel 3:105 BW) verjaring met betrekking tot strook gemeentegrond, inbezitneming / bezitspretentie?
erfgrensgeschil; verjaring naar oud en nieuw recht
Geschil aangaande het grensverloop van twee erven behorend bij woonhuizen. Jaren geleden werd door de eigenaar van het betreffende erf, een haag geplaatst ruim op de grond van diens eigen erf. Daardoor viel feitelijk gezien de strook grond aan de kant van de buurman, in gebruik t
Eigendomsverkrijging van een strook grond door verjaring. Bezit te goeder trouw op basis van persoonlijk recht.
Vordering van de gemeente Rotterdam tot ontruiming door een sedert geruime tijd aan de Kralingse Plas te Rotterdam gevestigde zeilschool. De grond en het water dat de zeilschool gebruikt zijn eigendom van de gemeente. De zeilschool heeft daarvan geen bezit gehad, zodat verkrijgen
Conventie: vordering VvE. Ontvankelijkheidsverweer op basis van nietigheid van het besluit om gedaagde te dagvaarden is afgewezen. Het - in beginsel - nietige besluit is bekrachtigd in een vergadering van de VvE. Verklaring voor recht dat geen sprake is van verjaring van het excl
Discussie over eigendom bedrijfsinventaris na faillissement. Bewijsvermoedens van artikel 3:109 en van artikel 3:119 lid 1 BW weerlegd. Vordering tot (terug)betaling in escrow gestort bedrag afgewezen in reconventie.
Verkrijgende verjaring van tuinen gelegen op de kade door eigenaren woonboot? Houderschap en bezit. Inversie van houderschap. In reconventie wordt ontruiming gevorderd.
Burengeschil. Tussen partijen is in geschil wie eigenaar is van een strook grond die door eisers als oprit wordt gebruikt. Eisers beroepen zich op verkrijgende verjaring, noodweg, buurweg en tenslotte op een erfdienstbaarheid. De strook is eigendom van gedaagde. Wel wordt een erf
Beroep op verkrijging van een strook grond door bevrijdende verjaring.
Geschil aangaande de eigendomsrechten op een gezamenlijke steeg tussen de eigenaren van de aan de steeg grenzende panden. Heeft het gewezen vonnis alleen rechtskracht tussen partijen? Of werkt het ook jegens derden? Verder betreft de zaak verkrijgende verjaring die een aanvang he
Burengeschil. Extinctieve verjaring (artikel 3:105 BW) met betrekking tot erfgrens tussen twee aangrenzende opritten, inbezitneming / bezitspretentie? Bomen op erfgrens (artikel 5:42 BW), plaatselijke gewoonte, verjaring rechtsvordering (artikel 3:314 BW)
Bevrijdende / verkrijgende verjaring artikel 3:99 BW. Ondubbelzinnig bezit artikel 3:107 BW. De gemeente had uit gedragingen bezitter kunnen afleiden dat deze pretendeerde eigenaar te zijn van strook grond.
Is er sprake van verkrijgende verjaring ( art. 3:99 BW) danwel extinctieve verjaring (art. 3:105 jo art. 3:306 BW) van grond? Inversie van houderschap (art. 3:111 BW) staat aan verjaring van een gedeelte van de grond in de weg.