A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee tegen de uitspraak van het gerechtshof te Den Haag van 23 maart 2016, nr. 16/02411, ECLI:NL:GHDHA:2016:819. Belangheb
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:107 BW
Genoemd in 578 uitspraken · Officiële wettekst
578 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring erfdienstbaarheid. Omvang erfdienstbaarheid. Goede trouw.
Beslag- en executierecht. Invorderingszaak, verklaringsprocedure na executoriaal derdenbeslag uit hoofde van dwangbevel (art. 476a Rv.) over de vraag of ten tijde van de beslaglegging een al dan niet toekomstige vordering van de geëxecuteerde op de derde-beslagene bestond; giraal
Vermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar vaarwater; bezit verkregen door inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BW)?; interversie van houderschap (art. 3:111 BW)?; maatstaf; verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit (art. 3:314 lid 2 BW)
Verjaring. Inbezitneming.
Partijen zijn buren van elkaar. Deze zaak gaat over de vraag waar de erfgrens ligt en ook of het één van de buren moet worden verboden om meeuwen te voeren, en of camera’s bij de woning van die buur moeten worden verwijderd.
Eigendomsverkrijging door verjaring van strook gemeentegrond met leilinden voor woning. Bezit. Beroep op verjaring slaagt. Heusdense vordering wordt afgewezen: appellant te goeder trouw.
Burengeschil. Houten aanbouw staat al meer dan 20 jaar over de erfgrens. Beroep op verjaring slaagt. Het verweer geen bezit, maar houderschap gaat niet op.
Verkrijging van een strook grond door verjaring (art. 3:99 en 3:105 BW); inbezitneming; maatstaf; bezitsdaden; reconventionele vordering in appel na verstek en verschijnen medegedaagde (art. 353 Rv)
Ontruiming perceel grond. Gebruik niet zonder recht of titel. Eigendom. Geen overeenkomst tot vestigen opstalrecht tot stand gekomen. Geen verkrijgende verjaring. Duurovereenkomst onbepaalde tijd. Opzegtermijn. Redelijke einddatum gebruik.
Vordering tot ontruiming van publieke strook grond toegewezen. Beroep van gedaagde op verkrijging van eigendom via verkrijgende en bevrijdende verjaring slaagt niet.
Geen verkrijging door verjaring van publieke grond. Vordering tot ontruiming ook niet verjaard. Verklaring voor recht en vordering tot ontruiming van de provincie alsnog toegewezen.
Geen verkrijging door verjaring van publieke grond. Verklaring voor recht en vordering tot ontruiming van de provincie alsnog toegewezen.
Geschil over opheffing erfdienstbaarheden van weg in een centrumgebied in Plaats. Gedaagde is eigenaar van een perceel; eiser (de Gemeente) is (inmiddels) eigenaar van de naastgelegen percelen. De erfdienstbaarheden zijn ten gunste van gedaagde gevestigd op een perceel van de Gem
Vervolg van ECLI:NL:HR:2017:1268. Geen verkrijgende verjaring van strook grond.
Geschil met betrekking tot erfgrens. Heeft verkrijgende verjaring plaatsgevonden door het plaatsen van een schutting? Wat is nodig voor bezitsuitoefening in de zin van artikel 3:108 BW?
burengeschil, onrechtmatige daad
A koopt grond en B bouwt op die grond een huis; B betaalt alle lasten en woont ruim 20 jaar in het huis; A revindiceert; is er sprake van inbezitneming van de grond door B? (artikelen 3:107 BW e.v.) Is er sprake van verjaring van de vordering tot beëindiging van bezit? (artikelen
Bevrijdende verjaring. Bezit. Bewijsvermoeden 3:109 BW?
Beklag, Beslag, art. 552a Sv. Klager heeft geen belang bij zijn cassatieberoep en wordt n-o verklaard nu uit de door de AG ingewonnen inlichtingen is gebleken dat de Rb in een andere onherroepelijk geworden beschikking de teruggave van de schilderijen heeft gelast aan een ander.
Eigendom; inbezitneming; verkrijgende verjaring. Art. 3:105, 107, 108, 112, 113, 306 BW. Geval waarin koper krachtens rechtsverhouding met verkoper jegens deze gerechtigd is, vooruitlopend op levering van het verkochte, zich over het verkochte daarover de feitelijke macht te vers
-
Erfdienstbaarheden. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid uit hoofde van art. 3:105 BW. Geval van aangrenzende erven die aanvankelijk in dezelfde hand waren en waarvan de inrichting vanaf het moment dat de eigendom in verschillende hand kwam duurzaam op een dulden of niet
Vastgoedbelasting; Belastingwet BES; Bezit en eigendom
Goederenrecht. Erfgrenskwestie. Bezit en verjaring. Beschouwing van feiten en omstandigheden in onderling verband.