bevrijdende verjaring
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:107 BW
Genoemd in 578 uitspraken · Officiële wettekst
578 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Erfgrensreconstructie. Verjaring met betrekking tot strook grond. Goede trouw.
Gebruik van weilanden in familiesfeer, geen bezit maar gebruik op persoonlijke titel, bezitspretenties van gebruiker waren niet duidelijk voor de rechthebbenden.
Opzegging gebruiksovereenkomst.
Goederenrecht, verbintenissenrecht. Economische eigendom. Gestelde afspraak tot wijziging tenaamstelling c.q. levering onroerende zaak voldoende onderbouwd? Voldoende gesteld voor vordering uit ongerechtvaardige verrijking?
Artikelen 3:107 BW, 3:108 BW, 3:13 BW, 5:54 BW. Beroep op bevrijdende dan wel verkrijgende verjaring van strook grond faalt. Het enkel gebruiken van de strook grond als tuin en het laten groeien van klimplanten tegen de stenen muur is onvoldoende om af te kunnen leiden dat eisers
Deelgeschil. Letsel als gevolg van de val van een paard. Geen sprake van bedrijfsmatig gebruik van het paard (art. 6:181 BW). Vraag wie de bezitter is van het paard ( art. 6:179 BW)
Bevrijdende verjaring erfdienstbaarheid? Bevrijdende verjaring strook grond? Onrechtmatige daad?
Artt. 5:2; 3:99; 3:107; 3:112; 3:113 BW. Percelen op recreatiepark zijn gescheiden door middel van haag en hek die deels over de kadastrale erfgrens zijn geplaatst. Vordering tot ontruiming tot de kadastrale erfgrens. Verweer dat sprake is van verkrijgende verjaring verworpen. Do
Aan de orde is de vraag of door verjaring een recht van overpad is ontstaan. Oud-BW, nieuw-BW, overgangsrecht. Titel zuiverende werking akte van toedeling in het kader van de ruilverkaveling.
Caribische zaak (Sint Maarten). Goederenrecht. Overheidseigendom; onroerende zaak die geen andere eigenaar heeft (art. 5:24 BWSM en art. 572 (oud) BWNA). Uitleg notariële leveringsakte. Omvang partijdebat over tijdstip inschrijving akte. Verkrijgende verjaring; bezit.
Zakenrecht. Erfpacht. Verjaring. Horizontale natrekking.
Verkrijging strook grond door bevrijdende verjaring? Onrechtmatige daad? Schadevergoeding op de voet van artikel 6:103 BW?
Extinctieve verjaring. Door de Gemeente gedoogd gebruik van strook grond? Belang van rechtszekerheid.
Verkrijgende verjaring strook grond? Bewijsopdracht dat hek er gedurende zekere periode onafgebroken heeft gestaan.
Geschil over kosten vervanging watertransportleiding: verhouding artikel 19 Spoorwegwet / opstalrecht en verhouding publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemming.
Verkrijgende verjaring, bezit, economische eigendomsoverdracht, inbezitneming, misbruik van recht.Ter beantwoording ligt voor of de eigenaren (voorheen economisch eigenaren) van een hotel door verjaring de eigendom van een stuk gemeentegrond onder hun hotelserre hebben verkregen.
Recht van opstal door verjaring van elektriciteitshuisje? Geen bruikleenovereenkomst. Bewijsopdracht.
Verjaring. Bezit (art. 3: 305 lid 1 BW). Verkeersopvatting en uiterlijke feiten bepalend. Snoeien – gedurende vele jaren - van een haag onvoldoende om als bezitsdaad te kunnen gelden.
De buurvrouw mag niet langer over het terrein van de buren lopen. En de deur naar het terrein van de buren moet worden dichtgemetseld. De buurvrouw kan namelijk niet bewijzen dat zij sinds lange tijd over het terrein van haar buren naar een gemeenschappelijke tuin loopt.
Goederenrecht. Verkrijgende verjaring van strook grond. Art. 3:107, 108 en 113 lid 2 BW. Verschaffing (voortgezet) bezit door rechtsvoorganger? Vereiste bezitsdaden voor inbezitneming.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Is gebruiker van perceel eigenaar geworden door verjaring? Art. 3:107-108 BW.
Gedaagde huurt een kavel onbebouwde grond van de gemeente. De vraag is of gedaagde door verjaring een recht van opstal heeft verkregen met betrekking tot de recreatiewoning op de kavel. De rechtbank oordeelt dat dat niet het geval is. Geen verkrijgende verjaring, omdat geen sprak
extinctieve verjaring artikel 3:105 BW, Overgangswet Nieuw BW, bekendheid eigenaar met inbezitneming.
Geen verkrijging door verjaring van strook gemeentegrond. Onderhoud en aanleg van vrij toegankelijke parkeerplaatsen onvoldoende voor inbezitneming.