Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:107 BW
Genoemd in 578 uitspraken · Officiële wettekst
578 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Arubaanse zaak; gebruik strand; verjaring ex art. 3:105 jo 3:306 BWA; bezit van openbare overheidsgrond?; uiterlijke feiten (art. 3:108 BWA); verenigbaarheid van gebruik met houderschap voor de overheid
Twaalf verhuurders van woningen in de sociale sector (belanghebbenden) stellen voor de jaren 2013, 2014 en 2015 dat de verhuurderheffing in strijd is met art. 1 Eerste Protocol EVRM. Op het niveau van de regelgeving heeft het aan een ‘fair balance’ tussen het met verhuurderheffin
oud recht, verkrijgende verjaring, bevrijdende verjaring, bezit, goede trouw, artikel 93 Overgangswet.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW. Bezitsvereiste
Goederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke machtsuitoefening; verkeersopvatting en uiterlijke feiten (art. 3:108 en 3:113 BW).
4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/333HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n GEMEENTE NIJMEGEN, gevestigd te Nijmegen, VERWEERSTER i
Vermogensrecht. Voor verjaring vereist bezit. Heeft het hof ten aanzien van betwisting van bezit terecht een verzwaarde motiveringsplicht aangenomen?
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW); aparte maatstaf voor inbezitneming van publieke grond?; Heusdense vordering
Caribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM); posterieure omstandigheden; niet waarneembare intenties houder; grenzen rechtsstrijd
Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Vermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114 BW. Stelplicht- en bewijslastverdeling. Art. 150 Rv. Eisers vorderen o.m. verklaring voor recht dat zij door verjaring eigenaren zijn geworden van een perceel grond. Rechtbank en hof wijzen vor
Vermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar vaarwater; bezit verkregen door inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BW)?; interversie van houderschap (art. 3:111 BW)?; maatstaf; verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit (art. 3:314 lid 2 BW)
Verjaring. Inbezitneming.
Verkrijging van een strook grond door verjaring (art. 3:99 en 3:105 BW); inbezitneming; maatstaf; bezitsdaden; reconventionele vordering in appel na verstek en verschijnen medegedaagde (art. 353 Rv)
Geen verkrijging door verjaring van publieke grond. Verklaring voor recht en vordering tot ontruiming van de provincie alsnog toegewezen.
Geen verkrijging door verjaring van publieke grond. Vordering tot ontruiming ook niet verjaard. Verklaring voor recht en vordering tot ontruiming van de provincie alsnog toegewezen.
Geschil over opheffing erfdienstbaarheden van weg in een centrumgebied in Plaats. Gedaagde is eigenaar van een perceel; eiser (de Gemeente) is (inmiddels) eigenaar van de naastgelegen percelen. De erfdienstbaarheden zijn ten gunste van gedaagde gevestigd op een perceel van de Gem
burengeschil, onrechtmatige daad
Beklag, Beslag, art. 552a Sv. Klager heeft geen belang bij zijn cassatieberoep en wordt n-o verklaard nu uit de door de AG ingewonnen inlichtingen is gebleken dat de Rb in een andere onherroepelijk geworden beschikking de teruggave van de schilderijen heeft gelast aan een ander.
Eigendom; inbezitneming; verkrijgende verjaring. Art. 3:105, 107, 108, 112, 113, 306 BW. Geval waarin koper krachtens rechtsverhouding met verkoper jegens deze gerechtigd is, vooruitlopend op levering van het verkochte, zich over het verkochte daarover de feitelijke macht te vers
Erfdienstbaarheden. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid uit hoofde van art. 3:105 BW. Geval van aangrenzende erven die aanvankelijk in dezelfde hand waren en waarvan de inrichting vanaf het moment dat de eigendom in verschillende hand kwam duurzaam op een dulden of niet
Vastgoedbelasting; Belastingwet BES; Bezit en eigendom