In deze grief handhaaft SHP uitdrukkelijk haar zowel door de voorzieningenrechter als door de rechtbank gemotiveerd verworpen standpunt dat de mogelijkheid van verwerving van eigendom door extinctieve verjaring als vervat in artikel 3:105 BW eerst in 2012 ontstaat. Het hof verwer
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:105 BW
Genoemd in 996 uitspraken · Officiële wettekst
996 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 39 · live
extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW
Erfdienstbaarheid van weg; verjaring.
Het hof is van oordeel dat in het midden kan blijven of reeds in de periode dat [grootvader geïntimeerde sub 3] eigenaar was van perceel [perceel 1], de inbezitneming van perceel [perceel 2] en een deel van perceel [perceel 3] door hem is aangevangen. De in bezitneming is in iede
Een houder kan zichzelf niet tot bezitter maken. Niet gesteld of gebleken is dat eiser door toedoen van een ander bezitter van het terrein met daarop de paardenbak is geworden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is er dan ook geen moment vast te stellen waaro
Vordering tot ontruiming. Verjaring op grond van artikel 3:99 BW of artikel 3:105 BW? Bezit te goeder trouw? Gebonden aan beleidsregels? Belangenafweging. Aan de orde is de vraag of aan NS Vastgoed een vordering tot ontruiming van het haar in eigendom toebehorende terrein toekomt
Een erfdienstbaarheid van weg houdt in dat de eigenaar van het heersende erf onbelemmerde toegang heeft tot zijn perceel, een jachthaven. Daaronder valt dat het mogelijk moet zijn dat auto's elkaar op de weg kunnen passeren, zodat de erfdeinstbaarheid zich ook uitstrekt tot het
[geïntimeerden] is het eens met het oordeel van de rechtbank dat [appellanten] dient te bewijzen dat hij door verjaring eigenaar is geworden van de strook. Dat wil zeggen dat [appellanten] dient te bewijzen dat sprake is van het gedurende ten minste 20 jaar onafgebroken hebben va
verjaring van de revindicatie van de Gemeente? verkrijgende verjaring van een stuk grond aan de walkant waarlangs woonboten afgemeerd liggen? overeenkomst van bruikleen art. 3:105 lid 1 BW
Op zich zelf blijkt uit de overgelegde foto, die dateert uit 2004, voldoende dat de grond opzij van de opstal van KR Beheer alleen voor de eigenaar van perceel 1515 toegankelijk was, zodat deze naar verkeersopvattingen als bezitter heeft te gelden. Wil een beroep op verjaring kun
[geïntimeerde] heeft zijn vorderingen gegrond op de stelling dat hij de beide percelen sedert [datum 1] in zijn bezit heeft en dat voor hem zijn ouders het bezit hadden. De ouders van [geïntimeerde] waren eigenaar van de woning en het perceel aan [adres 1], terwijl dit perceel on
Verkrijgende/bevrijdende verjaring perceel grond. Bezit?
Verkrijgende + bevrijdende verjaring t.a.v. strook water. Verjaring m.b.t. recht van erfdienstbaarheid. Oud + nieuw recht.
Burengeschil over erfgrens. Door gedaagde geplaatste schutting, tuinhuisje en nieuw aangebrachte bestrating liggen volgens eiser gelet op uitgevoerde kadastrale reconstructie op zijn grond. Hij vordert verwijdering en herstel in oude toestand. Vordering slechts gedeeltelijk toege
Geoordeeld wordt dat de gebruiker van een stuk grond door bevrijdende verjaring eigenaar is geworden. De eerdere eigenaar heeft een beroep gedaan op het Eerste Protocol bij het EVRM, op grond waarvan eigendom alleen kan worden ontnomen in het algemeen belang. Dit beroep wordt ver
Revindicatie van perceel grond. Gedaagden stellen de stukken grond te hebben verkregen door extinctieve verjaring. Alleen in geval sprake is van bezit, kunnen gedaagden de grond hebben verkregen door middel van extinctieve verjaring. Of sprake is van bezit, moet aan de maatstaf v
''eiseres] vordert, na vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis het balkon voorzover dit het opstal van [eiseres] overbouwt, dan wel
Gedaagden waren als pachter geen bezitter van de gronden, maar hielden deze voor de verpachter. Zoals door gedaagden tijdens de comparitie is verklaard is door de ruilverkaveling feitelijk niets veranderd. Het gebruik is ongewijzigd voortgezet. In een dergelijk geval zijn ingevol
Voor het antwoord op de vraag of de gedaagde door verjaring de eigendom van de gronden heeft verkregen is beslissend of hij gedurende een termijn van twintig jaar bezitter van die gronden is geweest volgens de in artikel 3:108 BW genoemde maatstaf. Dat betekent dat de vraag of ie
Artikel 3:105 BW juncto artikel 95 Overgangswet NBW. Verkrijging van erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring, zoals geregeld in art. 3:105 BW, kan, in verband met de verjaringstermijn van twintig jaren (art. 3:306 BW), niet voor 1 januari 2012 plaatsvinden.
Eisers stellen zich terecht op het standpunt dat zij sinds 1 januari 1993 op de voet van artikel 3:105 lid 1 BW juncto 3:306 BW en artikel 73 Overgangswet eigenaar zijn van de in geschil zijnde strook grond. Waar gedaagde betoogt dat de vordering van eisers op haar beurt zou zijn
Geschil omtrent de uitleg van door verjaring ontstane een erfdienstbaarheid van uitweg, 81 RO.
Geschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om niet in gebruik heeft gekregen, eigendomsverkrijging door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoel
Ingevolge artikel 3:109 BW wordt [appellant sub 1] vermoed de stroken voor zichzelf te houden. Dit vermoeden kan door [geïntimeerden] worden weerlegd door aan te tonen dat er slechts sprake is van houden voor een ander. In dit verband heeft [geïntimeerde sub 1]aangevoerd dat [app
Burenrecht. Erfdienstbaarheid. Bevrijdende en verkrijgende verjaring met betrekking tot bomen binnen twee meter van de erfafscheiding.