Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:105 BW
Genoemd in 996 uitspraken · Officiële wettekst
996 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Goederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke machtsuitoefening; verkeersopvatting en uiterlijke feiten (art. 3:108 en 3:113 BW).
Procesrecht; goederenrecht. Devolutieve werking; verhouding tussen verweer en afgewezen vordering in reconventie, waarvan geen hoger beroep. Hoge Raad komt terug van HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8514. Gezag van gewijsde. Bevrijdende verjaring. Maatstaf inbezitneming (art.
Recht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo. 3:105 lid 1 BW); stelplicht.
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Goederenrecht. Verkrijging eigendom strook grond door bezitter niet te goeder trouw op grond van verjaring (art. 3:105 BW jo. art. 3:314 lid 2 BW en art. 3:306 BW). Onrechtmatige daad jegens voormalige eigenaar; vordering tot schadevergoeding in natura door levering strook grond
art. 3: 105 BW, art. 3: 108 BW, art. 3: 113 BW bevrijdende verjaring; vraag of sprake is van verkrijging in aansluiting op de extinctieve verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit van een strook grond van de gemeente gelegen tussen een tuin van een particulie
Vermogensrecht. Verkrijging door extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW? Motivering.
Goederenrecht, procesrecht. Art. 3:301 BW en 433 Rv. Geldt de sanctie van niet-ontvankelijkheid (art. 3:301 lid 2 BW) ook voor een niet-ingeschreven appel tegen een beslissing waarbij de rechtbank heeft geoordeeld dat eigendom door verjaring is verkregen en het bestreden vonnis i
Eigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW)?; devolutieve werking; maatstaf voor inbezitneming.
Arubaanse zaak; gebruik strand; verjaring ex art. 3:105 jo 3:306 BWA; bezit van openbare overheidsgrond?; uiterlijke feiten (art. 3:108 BWA); verenigbaarheid van gebruik met houderschap voor de overheid
oud recht, verkrijgende verjaring, bevrijdende verjaring, bezit, goede trouw, artikel 93 Overgangswet.
Vermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat na de erkenning in de zin van art. 3:318 BW, waardoor de verjaring werd gestuit, op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren aanving. In dit
Eigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99 of art. 3:015 BW. Goede trouw. Art. 3:23 BW van toepassing op kadaster? Bezit.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
geen verjaring ex art. 105 BW van strook gemeente grond; aan bezit te stellen eisen.
Erfdienstbaarheid. Verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit. Bezit. Kwalitatief recht.
bezit, verkrijgende verjaring
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW. Bezitsvereiste
Geschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om niet in gebruik heeft gekregen, eigendomsverkrijging door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoel
Goederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke machtsuitoefening; verkeersopvatting en uiterlijke feiten (art. 3:108 en 3:113 BW).
4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/333HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n GEMEENTE NIJMEGEN, gevestigd te Nijmegen, VERWEERSTER i
Vermogensrecht. Voor verjaring vereist bezit. Heeft het hof ten aanzien van betwisting van bezit terecht een verzwaarde motiveringsplicht aangenomen?
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW); aparte maatstaf voor inbezitneming van publieke grond?; Heusdense vordering
Caribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM); posterieure omstandigheden; niet waarneembare intenties houder; grenzen rechtsstrijd