Burengeschil. Vraag of de eigendom van de strook grond behorend tot het kadastrale perceel van gedaagden door verjaring eigendom is geworden van eisers. Het beroep op verjaring slaagt voor bepaalde gedeelten van de strook grond. De rechtbank loopt verder de loop van de erfgrens l
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:105 BW
Genoemd in 996 uitspraken · Officiële wettekst
996 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Geen sprake van extinctieve verjaring (3:105 BW) van groot perceel grond door buurman. Onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd dat sprake is van bezit. Ontruimingsvordering toegewezen.
Waar ligt de erfgrens? Beroep op verkrijgende verjaring slaagt. Cirterium van in bezit nemen is niet doorslaggevend criterium omdat de stroken grond nooit van iemand anders zijn geweest dan eiser, kenbare pretentie van eigendom van 10 jaar is voldoende.
Geschil over grondeigendom. Beroep op artikel 5:29 BW slaagt niet. Geen bezitsdaden rechtsvoorganger eisers. Geen tien jaar bezit te goeder trouw of twintig jaar bezit door eisers. Eisers zijn geen eigenaar van de grond. Subsidiaire vordering: wegens ontbreken goede trouw hebben
Beslissing over eigendom strook grond en inhoud van erfdienstbaarheid van weg.
Burengeschil; bevrijdende verjaring.
Beroep op verkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW gegrond
Bevrijdende verjaring artikel 3:105 BW, onafgebroken bezit, onrechtmatige daad, artikel 6:103 BW
Erfafscheiding deels op perceel buren geplaatst; verkrijgende en bevrijdende verjaring; onrechtmatige daad.
Verkrijgende verjaring van percelen grond. Bezit niet te goeder trouw. Woonboot-eigenaren leggen aan bij een stuk riet- en onland en transformeren dit geleidelijk naar een woongebied, trotseren de grondeigenaar en laten zich niets aan hem gelegen liggen. Ondubbelzinnige daden van
Geschil over de eigendom van een stuk grond na ruilverkaveling. Verjaringsverweer gemeente slaagt. Gevorderde verklaring voor recht afgewezen.
In deze zaak draait het om de vraag sprake is van een erfdienstbaarheid van overpad. Eiser pretendeert een erfdienstbaarheid van overpad op het (voormalige) perceel van gedaagde te hebben verkregen door bevrijdende verjaring. In dit geval is echter niet voldaan aan het vereiste d
Geen eigendomsverkrijging van gemeentegrond door verjaring. Geen goede trouw, geen 20 jaar bezit. Het enkele voortzetten van een gebruik dat voor de levering geschiedde op basis van een persoonlijk recht, geldt niet als bezitsdaad.
Verkrijgende verjaring met betrekking tot een strook grond? Onrechtmatige toestand waarvan opheffing kon worden gevorderd gevolgd door bezit als gevolg van inbezitneming? Verjaring van vordering wegens onrechtmatige eigendomsverkrijging?
Verkrijgende verjaring recht van erfpacht of erfdienstbaarheid (art. 3:105 BW); ondubbelzinnig bezit; objectieve aanwijzingen; bewijslast; beëindiging bezit erfpachtrecht door toegang derden?; onbesproken grief
Erfdienstbaarheid (naar oud of huidig recht). Verklaring voor recht en gebod om eiser gebruik te laten maken van oprit afgewezen.
BW art. 3:105, 5:43, 5:49, 5:51, 5:62. Burenrecht. Verkrijgende verjaring van strook grond. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid van doorvaart. Mandeligheid. Ladderrecht. Contactverbod. Vorderingen tot verwijdering van dakramen en van camera's.
Titel zuiverende werking akte toedeling. Geen erfdienstbaarheid ontstaan door verjaring.
Revindicatie strook grond toegewezen. Relaas van bevindingen Kadaster. Eventueel bezit niet te goeder trouw. Beroep op verkrijgende verjaring afgewezen.
Gebruik van een waterperceel waarvoor het Hoogheemraadschap betaling verlangt. Exclusief gebruik door blijvend innemen van ligplaatsen door schepen en drijvend materiaal. Dit is bijzonder gebruik dat niet valt onder normaal gebruik dat de eigenaar moet dulden. Art. 5:40 BW. Geen
Zus A en broer B verschillen van mening met broer C over de omvang van de nalatenschap en de legitieme portie en of A en B naast hun aanspraak op hun legitieme portie verdeling van de nalatenschap kunnen vorderen. A en B stellen dat hun legitieme portie is geschonden door giften
De eigendomsverkrijging door extinctieve verjaring op grond van artikel 3:105 lid 1 BW werkt van rechtswege en werkt daarmee op het moment dat de verjaring is voltooid ten gunste van de partij die op dat moment bezitter is. Op grond van de stellingen van eisende partij is er i.c.
verkrijgende verjaring te kwader trouw van een perceel (gemeente)grond (art. 3:105 BW) en schadevergoeding uit onrechtmatige daad (art. 6:103 BW)
tussenvonnis in een verdeling van een nalatenschap formele relatie: ECLI:NL:OGEAM:2021:70
K.G. Ontruiming.