Burenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad. Verjaring. Kort geding. Gerede kans dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de erfdienstbaarheid is verkregen. Verbod om het dienende erf te bebouwen voor zover dit in strijd komt met de erfdienstbaarheid, zolang de aanspraak
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:105 BW
Genoemd in 996 uitspraken · Officiële wettekst
996 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Erfdienstbaarheid van overpad ontstaan door bevrijdende verjaring.
Verkrijging van een perceel water door bevrijdende verjaring. Bewijsopdracht.
verjaring gezag van gewijsde bezit onbeheerde nalatenschap domaniale grond
Bij verkoop van een gedeelte van een perceel wordt op straffe van een boete bedongen dat het daarop te bouwen huis moet zijn voorzien van een bepaalde dakconstructie. De uiteindelijk gekozen dakconstructie is een andere. Is de boete verschuldigd geworden? Geeft de in de akte van
Burenrecht. Rij coniferen blijkt, anders dan aanvankelijk gedacht, op het perceel van de buren te staan. Vordering tot verwijdering/snoeien afgewezen omdat de eigenaar van het perceel zelf eigenaar van de bomen is (en deze na het rechtbankvonnis ook onmiddellijk heeft gerooid).
Ontvankelijkheid eisende partij, die slechts voor de overdeelde helft eigenaar is. Art. 3:105 BW. Vordering verklaring voor recht dat door verjaring erfdienstbaarheid is ontstaan afgewezen. Geen onafgebroken en ondubbelzinnig bezit van de gestelde erfdienstbaarheid. Ook geen erfd
Verjaring; eigendom; erfdienstbaarheid
Als gevolg van ruilverkaveling in 1973 is een erfdienstbaarheid (‘reed van weg’) waarmee een dienend erf was belast, komen te vervallen. Het gegeven dat het heersend erf niet in de ruilverkaveling was betrokken, maakt dat niet anders. Geen sprake van zodanig bijzondere omstandigh
Bevrijdende en verkrijgende verjaring (artikel 3:105 BW en 3:99 BW), inbezitneming door dempen stuk sloot, aanbrengen beschoeiing en plaatsen van rennen (artikel 3:107 BW), heg die niet boven scheidsmuur uit steekt (artikel 5:42 lid 3 BW), bomen binnen twee meter van de grenslij
Geschil over erfafscheiding. Geen sprake van een machtsuitoefening van de één die zodanig is dat de machtsuitoefening van de ander teniet wordt gedaan. Geen inbezitneming en dus geen verkrijging als gevolg van verkrijgende of bevrijdende verjaring.
bevrijdende verjaring
Gebruik van weilanden in familiesfeer, geen bezit maar gebruik op persoonlijke titel, bezitspretenties van gebruiker waren niet duidelijk voor de rechthebbenden.
Goederenrecht, verbintenissenrecht. Economische eigendom. Gestelde afspraak tot wijziging tenaamstelling c.q. levering onroerende zaak voldoende onderbouwd? Voldoende gesteld voor vordering uit ongerechtvaardige verrijking?
Bevrijdende verjaring erfdienstbaarheid? Bevrijdende verjaring strook grond? Onrechtmatige daad?
Inbezitneming strook grond. Bevrijdende verjaring en algemeen beleid gemeente.
Aan de orde is de vraag of door verjaring een recht van overpad is ontstaan. Oud-BW, nieuw-BW, overgangsrecht. Titel zuiverende werking akte van toedeling in het kader van de ruilverkaveling.
Verkrijging strook grond door bevrijdende verjaring? Onrechtmatige daad? Schadevergoeding op de voet van artikel 6:103 BW?
5:73 lid 1 BW, 733 BW (oud), 5:79 BW, 5:78 sub a BW, 165 Overgangswet NBW, 5:80 BW. Inhoud en wijze van uitoefening erfdienstbaarheid. Schutting en geparkeerde auto’s zijn in strijd met de erfdienstbaarheid. Onderhavige erfdienstbaarheid rechtvaardigt inbreuk op eigendomsrecht ge
gebruiker van binnenplaatsje; geen bezitter van het erfpachtrecht; geen extinctieve verjaring
Onrechtmatige daad gemeente door verwijderen kiosk (friteskraam). Geen verkrijgende verjaring: geen bezit door verhuur van kiosk. Kiosk is geen onroerende zaak. Geen natrekking door gemeente.
Verkrijgende/bevrijdende verjaring perceel grond.
Verjaring. Bezit (art. 3: 305 lid 1 BW). Verkeersopvatting en uiterlijke feiten bepalend. Snoeien – gedurende vele jaren - van een haag onvoldoende om als bezitsdaad te kunnen gelden.
Eiser vordert een verklaring voor recht dat hij eigenaar is van bepaalde percelen grond. Verjaring. (Criterium voor) inbezitneming: HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2743. Artt. 3:105 lid 1 BW, 3:306 BW, 3:314 lid 2 BW, 3:108 BW.
Er is geen sprake geweest van inbezitneming van een strook grond. Het beroep op verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit en de claim eigenaar te zijn geworden van de strook grond kunnen dan ook niet slagen.