Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:105 BW
Genoemd in 996 uitspraken · Officiële wettekst
996 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Recht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo. 3:105 lid 1 BW); stelplicht.
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Goederenrecht. Verkrijging eigendom strook grond door bezitter niet te goeder trouw op grond van verjaring (art. 3:105 BW jo. art. 3:314 lid 2 BW en art. 3:306 BW). Onrechtmatige daad jegens voormalige eigenaar; vordering tot schadevergoeding in natura door levering strook grond
Eigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW)?; devolutieve werking; maatstaf voor inbezitneming.
Arubaanse zaak; gebruik strand; verjaring ex art. 3:105 jo 3:306 BWA; bezit van openbare overheidsgrond?; uiterlijke feiten (art. 3:108 BWA); verenigbaarheid van gebruik met houderschap voor de overheid
oud recht, verkrijgende verjaring, bevrijdende verjaring, bezit, goede trouw, artikel 93 Overgangswet.
Eigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99 of art. 3:015 BW. Goede trouw. Art. 3:23 BW van toepassing op kadaster? Bezit.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
Erfdienstbaarheid. Verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit. Bezit. Kwalitatief recht.
Geschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om niet in gebruik heeft gekregen, eigendomsverkrijging door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoel
Goederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke machtsuitoefening; verkeersopvatting en uiterlijke feiten (art. 3:108 en 3:113 BW).
Vermogensrecht. Voor verjaring vereist bezit. Heeft het hof ten aanzien van betwisting van bezit terecht een verzwaarde motiveringsplicht aangenomen?
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW); aparte maatstaf voor inbezitneming van publieke grond?; Heusdense vordering
Caribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM); posterieure omstandigheden; niet waarneembare intenties houder; grenzen rechtsstrijd
toepassing van HR 24-02-17, ECLI:HR:2017:309, overdracht stuk grond door verkrijger krachtens bevrijdende verjaring aan gedepossedeerde; uitleg formulering “wetende dat grond aan een ander toebehoorde toen hij in bezit nam”
Burenrecht. Geschil over de erfgrens. Scheidingsmuur. Wettelijk vermoeden dat het midden van de afscheiding de grens tussen de erven is (art. 5:36 BW). Tegenbewijs. Kadastrale meting. Verkrijgende verjaring (art. 3:105 BW). Bijdrage aan de kosten van de schutting (art. 5:49 lid 1
Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Vermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114 BW. Stelplicht- en bewijslastverdeling. Art. 150 Rv. Eisers vorderen o.m. verklaring voor recht dat zij door verjaring eigenaren zijn geworden van een perceel grond. Rechtbank en hof wijzen vor
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van weg; vestiging; verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bewijs. Buurweg; art. 719 (oud) BW; beperkende werking redelijkheid en billijkheid; misbruik van bevoegdheid. Aanvullende grief; tweeconclusieregel.
Verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring erfdienstbaarheid. Omvang erfdienstbaarheid. Goede trouw.
Burengeschil. Houten aanbouw staat al meer dan 20 jaar over de erfgrens. Beroep op verjaring slaagt. Het verweer geen bezit, maar houderschap gaat niet op.
Verkrijging strook grond ex art. 3:105; vordering gedepossedeerde tot schadevergoeding in natura (overdracht van de strook); uitleg HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:309 (Gem. Heusden/X); criterium (kwade trouw; wetenschap); leidt overdracht tot ongerechtvaardigde verrijking?
Burengeschil over realiseren dakterras op plat dak. Artikel 5:50 BW.
Burenrecht, vensters en balkons van uitbouw binnen 2 meter van de erfgrens zijn slechts deels verboden. Beroep op bevrijdende verjaring en verkrijging van erfdienstbaarheid van uitzicht slaagt deels