Aansprakelijkheid van een door de rechter benoemde deskundige jegens een partij in de procedure waarin de deskundige heeft geprocedeerd. Toetsingskader (r.o. 6.4 e.v.). Gezag van gewijsde van de beslissing in de eerdere proceudre (r.o. 6.6 e.v.) Schadebeperkingsplicht van de part
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:406 BW
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vennootschapsbelasting. Art. 10d, leden 1 en 2, en art. 15 Wet Vpb 1969. Art. 2:24b BW. Uitleg van het begrip ‘in een groep verbonden lichaam’.
Arrest in de Ahold-zaak. Het arrest telt 290 pagina’s. In de vier arresten van deze zaak zijn de hoofdstukken 1 tot en met 4 inhoudelijk gelijkluidend. Toetsing van de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold, zoals gepubliceerd in jaarverslagen en ‘annual reports on Form 20-F’,
Berekening omzetverlies overeenkomstig NOW-1. Herhaling beroepsgronden. Bevestiging oordeel rechtbank. Sprake van een organisatorische en economische verbondenheid tussen appellante en firma. Sprake van een groep als bedoeld in artikel 2:24b BW. Bij berekening omzetverlies moeten
Tussenarrest. Prejudiciële verwijzing. Artikelen 2.24a en 2.24b Aanbestedingswet 2012. Teckal-criteria voor quasi-inbesteding. Uitleg Activiteitencriterium. Omzet op niveau gecontroleerde rechtspersoon of concernomzet? Omzet behaald bij derden bij uitvoering toevertrouwde taak?
Niet-openbare Europese aanbesteding voor de exploitatie van zwem- en sportcentrum. Voldoet inschrijver aan solvabiliteitseis? Aan voorwaarden van weerstandsvermogen en de te stellen bankgarantie heeft inschrijver voldaan. Uit de overgelegde (eigen) jaarrekening blijkt dat zij vo
Wet op de Registeraccountants Raad van tucht Den Haag
ABN AMRO. Enquêteprocedure; OK heeft ten onrechte bij wijze van onmiddellijke voorziening als bedoeld in art. 2:349a lid 2 BW de verdere uitvoering van de LaSalle-transactie opgeschort. Bij het ontbreken van wettelijke of statutaire regeling bestaat géén goedkeuringsrecht van AvA
De rechtbank acht de aan verdachte, voormalig lid van de Raad van Commissarissen (RvC) van AHOLD, verweten feiten niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Verdachte, die al vele jaren binnen Ahold en haar dochters werkzaam was en in die zin mede beeldbepalend was voor het concern, heeft in zijn functie als lid van de Raad van Bestuur van Ahold, door de bewezen geachte gedragingen het vertrouwen geschonden dat in hem werd gesteld.
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CFO in een periode waarin Ahold een zeer sterke groei doormaakte en internationaal mede toonaangevend werd voor de branche van Ahold van groot belang was, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen gesc
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CEO en de invulling die hij daaraan gaf beeldbepalend was voor Ahold, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen geschonden dat in hem werd gesteld.
Jaarrekeningenrecht. Kort geding, geschil tussen een vermogensbeheerder voor obligatiehouders en Ahold c.s. over het beschikbaar stellen van enkelvoudige jaarstukken, gevolgen van groepsvrijstelling van art. 2:403 lid 1 BW voor debitrice van obligatielening; Fondsenreglement is r