Art. 2:404 BW, intrekking 403-verklaring, beëindiging overblijvende aansprakelijkheid, tijdigheid gedane verzet, fatale termijn van twee maanden, misbruik van recht en om die reden geen beroep op de (geringe) termijnoverschrijding, verzet gegrond. Onder deze omstandigheden moet h
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:404 BW
Genoemd in 36 uitspraken · Officiële wettekst
36 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verzetten ex art. 2:404 BW. Vervolg na tussenbeschikking van 5 november 2014. Verzetten gegrond.
Verzetten ex art. 2:404 BW. Vervolg na tussenbeschikking 7 mei 2014. Beoordeling of de schuldeisers gezien de vermogenstoestand van Propertize resp. PRPZ voldoende waarborgen hebben dat hun vorderingen op Propertize resp. PRPZ zullen worden voldaan.
Ondernemingsrecht. Intrekking door SNS Bank en SNS Reaal van afgegeven art. 2:403 BW-verklaringen; verzet van schuldeisers daartegen (art. 2:404 BW). Maatstaf voor de beoordeling van het verzet; bestaan en omvang van de gestelde vorderingen. Procesrecht: ontvankelijkheid van bij
Art. 2:403 e.v. BW. Intrekking vergeten 403-verklaring. Verzet tegen het voornemen tot beëindiging overblijvende aansprakelijkheid. Noch onbekendheid met aanvankelijk bestaan van de groepsband, noch eventuele bekendheid met beëindiging van groepsband ontneemt schuldeiser het rech