Eiseres komt geen beroep toe op de vernietigingsgronden als bedoeld in 6:233 en 6:234 BW, want eiseres valt onder de werking van artikel 6:235 lid 1 sub a (en sub b): een grote ondernemer. Beroep van gedaagde op vervaltermijn uit de algemene voorwaarden slaagt niet. De vervalterm
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:403 BW
Genoemd in 156 uitspraken · Officiële wettekst
156 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Afrekeningsgeschil Albert Heijn-franchisenemers. Uitleg standaard franchiseovereenkomst. Haviltexnorm
In deze zaak hebben 242 Albert Heijn franchisenemers samen met de Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers Albert Heijn en een aantal gelieerde maatschappijen gedagvaard. De franchisenemers stellen dat Albert Heijn sommige inkoopvoordelen niet volledig doorgeeft aan de franchi
Art. 2:404 BW, intrekking 403-verklaring, beëindiging overblijvende aansprakelijkheid, tijdigheid gedane verzet, fatale termijn van twee maanden, misbruik van recht en om die reden geen beroep op de (geringe) termijnoverschrijding, verzet gegrond. Onder deze omstandigheden moet h
Proefprocedure. Werknemersvordering jegens moedermaatschappij op grond van 403-verklaring ontbeert preferentie.
Aanvaarding van de stelling van eiser tot verificatie zou er toe leiden dat het object van het voorrecht van de werknemer ex artikel 3:288 sub e BW ingevolge de 403-verklaring zou worden uitgebreid met het vermogen van moedervennootschap. Nu evenwel uit de tekst van artikel 2:40
Palm Invest, aansprakelijkheid bestuurders Palm Invest. In deze procedure is onder meer de aansprakelijkheid van twee bestuurders aan de orde. Een groot deel van door eisers ingelegd geld is doorgesluisd naar de feitelijk bestuurders. Toepassing van de Ontvanger/Roelofsen-norm op
-
Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Curator van failliete vennootschap onder firma spreekt vennoten aan, volgens hof in de kern: (i) tot betaling van schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad door wijze waarop vennoten 'de vof hebben bestuurd' (Peeters q.q./Gatzen-acti
Ondernemingsrecht. Onteigening van effecten/vermogensbestanddelen m.b.t. SNS Bank en SNS Reaal o.b.v. Deel 6 Wft. Vaststelling door ondernemingskamer van schadeloosstelling voor onteigenden na deskundigenberichten. Proceskostenveroordelingen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:661. Samen
Ondernemingsrecht. Onteigening van effecten/vermogensbestanddelen m.b.t. SNS Bank en SNS Reaal o.b.v. Deel 6 Wft. Vaststelling door ondernemingskamer van schadeloosstelling voor onteigenden na deskundigenberichten. Proceskostenveroordelingen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:661. Samen
KG. Rabobank heeft pandrecht op vorderingen van DP. DP heeft deel vorderingen verkocht aan de Fondsen. Rabobank vordert van DP en de Fondsen verstrekking gegevens over de debiteurenportefeuilles. Rust op de verkochte vorderingen ook pandrecht Rabobank?
Brand in opslagloods als gevolg van broei van de daarin opgeslagen biomassa. Aansprakelijkheid van de bewaargever respectievelijk de bewaarnemer. Betekenis van ‘ten aanzien waarvan op dat tijdstip laatstelijk artikel 403 lid 1 van Boek 2 is toegepast’ in art. 6:235 lid 1 onder a
Pv mondelinge uitspraak. Verzet ex art 2:334k en l BW ongegrond. Eyewish Franchisenemers hebben geen vordering waarvoor waarborg moet worden gegeven. Eyewish Franchisevereniging is niet ontvankelijk want niet is voldaan aan de eisen van 3:305a BW.
Levering van etiketten voor digitalisering van museumcollectie. OD leverancier door niet voor het sluiten van de overeenkomst mee te delen dat de etiketten maar vijf jaar goed blijven plakken. Aansprakelijkheid van leverancier beperkt tot factuurbedrag.
Procesrecht. Particuliere belegger houdt effectenrekening aan bij bank. Is de bank tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgplicht? Reconventionele vordering van de bank tot betaling van het debetsaldo. Grief in reconventie ten onrechte onbehandeld gelaten? Geen belang bij kla
bestuurdersaansprakelijkheid
zorgplicht notaris. Inhoud van de opdracht. Waarschuwingsplicht notaris.
Kort geding. In hoger beroep vordering alsnog afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang.
Faillissementszaak. Geschil tussen de curator en de bank over de omvang van het pandrecht van de bank. Onstaanmoment vorderingen. Bepaalbaarheidsvereiste. Onrechtmatig handelen van de curator. Boedelschuld.
Vennootschapsbelasting. Art. 8 Wet Vpb 1969. ‘Paraplu-krediet’. Het meetekenen van een kredietfaciliteit als de onderhavige, waarbij de concernvennootschappen zich hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk stellen, berust louter op de tussen de vennootschappen aanwezige vennootsch
verpanding (toekomstige) vorderingen
De Ondernemingskamer heeft (a) vastgesteld dat de op in de beschikking genoemde onderdelen sprake is geweest van wanbeleid van Landis Group N.V. in de periode van 11 maart 1998 tot en met 10 april 2002, (b) vastgesteld dat de raad van bestuur en raad van commissarissen voor het w
Uitspraak van de Ondernemingskamer van 14 oktober 2011; Initio Group B.V. / LDB Ogilvy & Mather B.V.,
Vooropgesteld wordt dat in een aanbestedingsprocedure door de publiekrechtelijke instelling, zoals gedaagde, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur dienen te worden toegepast. Tot deze algemene beginselen behoren het beginsel van gelijke behandeling, het daarvan afgeleide