Faillissement (thuis)zorg organisatie. Aansprakelijkheid (voormalig) bestuurders, onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 BW; art. 2:9 BW). Vorderingen zorgverzekeraars. Matiging, schadebegroting. Falend beroep op decharge. Geen bestuursverbod. In vervolg op: ECLI:NL:RBOVE:2023:3475
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Faillissement van 2 vennootschappen die tot een groep behoren. De curator spreekt de bestuurder aan op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder is niet aansprakelijk voor het teko
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (o.g.v. art. 2:248 BW) en bestuursverbod.
Interne bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:9 BW. Vennootschap verwijt haar voormalig bestuurders bedragen te hebben onttrokken en spreekt hen aan uit hoofde van onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank heeft in haar vorige tussenvonnis de curator in de gelegenheid gesteld stukken te overleggen waaruit kan blijken dat is voldaan aan de betekeningsvereisten. De curator heeft stukken ingediend. De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de betekeningvereisten en d
Faillissement stichting. Is sprake van een feitelijk beleidsbepaler in de zin van artikel 2:138 lid 7 BW? Hebben de bestuurders het bewijsvermoeden van artikel 2:138 lid 2 BW ontzenuwd? Toepassing van Hoge Raad 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1099 (Mobile Services).
bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW; schending publicatieplicht en administratieplicht; Ook materieel sprake van onbehoorlijke taakvervulling; overhevelen corporatie opportunities
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde zijn taak als (middellijk) bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, dat het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Tegen gedaagden is verstek verleend. Verder wo
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. Beroep curator op artikel 2:248 BW en artikel 2:9 BW. Holdingvennootschap (de bestuurder) heeft ten onrechte bedragen in rekening gebracht bij de nadien gefailleerde dochtervennootschap. Vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
Faillissement transportbedrijf. Onbehoorlijk bestuur. Andere belangrijke oorzaak faillissement.
Verzet, bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 BW, verzet ongegrond
Vordering curator tegen (oud-)bestuurder in staat van faillissement verklaarde besloten vennootschap. Beroep op de actio Pauliana slaagt. Schending boekhoudplicht. Onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak faillissement. Oplegging bestuursverbod.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; schending administratie- en publicatieplicht (art. 2:248 BW). Voorschot en bestuursverbod (art. 106a FW). Overeenkomst van geldlening; echtheid van overeenkomst; uitleg afspraken; terugbetaling. Onverschuldigde betaling.
843a-verzoek. rechtmatig belang. bestaande bescheiden
In deze zaak verwijt de curator de bestuurders van het bedrijf primair dat zij deze vennootschap kennelijk onbehoorlijk hebben bestuurd. Omdat dat in de ogen van de curator een belangrijke reden is voor het faillissement van het bedrijf, zijn de bestuurders volgens de curator aan
Bestuurdersaansprakelijkheid – matiging wegens wijze van afwikkeling van het faillissement – Actio Pauliana – betwisting authenticiteit managementcontract
De rechtbank verklaart voor recht dat partij B 1 en 2 hun taak als bestuurders van het bedrijf onbehoorlijk hebben vervuld en veroordeelt hen tot betaling van het tekort in het faillissement van het bedrijf. Partij B hadden (gedeeltelijk) geen jaarrekeningen betreffende het bedri
In geschil is of [gedaagde sub 1] als bestuurder en [gedaagde sub 2] als feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk zijn voor het boedeltekort. De rechtbank beantwoordt die vraag hierna voor [gedaagde sub 1] met ‘ja’ en voor [gedaagde sub 2] met ‘nee’. Daarnaast is in geschil of een
Appelprocesrecht, aanvang beroepstermijn (art. 339 Rv), verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke apparaatsfout, invloed onttrekking advocaat op aanvang beroepstermijn?
Faillietverklaring. Verweerster is geturboliquideerd en stelt dat geen belang is bij een faillissement. Verzoekster stelt dat er wel belang is, omdat sprake is van (een) potentiële bate(n) die de faillietverklaring van een geliquideerde vennootschap rechtvaardigt. Verweerster hee
Kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW. Administratieplicht rust op het bestuur in fuctie, niet (meer) op een oud-bestuurder die zijn taken heeft overgedragen. Publicatieplicht geschonden. Privé-onttrekkingen en -uitgaven niet verantwoord. Curator spreekt alleen de ou
Bij vonnis van 24 augustus 2021 is het bedrijf in staat van faillissement verklaard. Gedaagde is een groot gedeelte van het bestaan van het bedrijf bestuurder geweest. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde de administratieplicht die geldt voor bestuurders van een vennootschap
rekening-courantvordering gefailleerde holding op bestuurders. Boekhoudkundige fout of reële vordering. Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:248 lid 2 BW. Weerlegging wettelijk vermoeden. Corona als belangrijke oorzaak faillissement.
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2022:5238. 2:248 BW Bestuurders niet aansprakelijk: vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd.
-