Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Faillissementsaanvraag van een ontbonden vennootschap.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 2 juncto 2:10 (Boekhoudplicht) en art. 2:394 BW. Verweer dat wat betreft de publicatieplicht sprake is van een onbelangrijk verzuim, slaagt, gelet op HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7189 rov. 3.6.2. en HR 1 november 2013 ECLI:NL:H
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement ex art. 2:248 BW, schending publicatieplicht, wettelijk vermoeden niet weerlegd. Ook: Peeters/Gatzen-vordering, onrechtmatige selectieve betalingen.
Artikel 2:248 BW. Publicatieplicht en administratieplicht geschonden. Bestuurders maken aannemelijk dat andere omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. De curator maakt vervolgens niet aannemelijk dat onbehoorlijk bestuur mede een belangrijke oor
Kan een vennootschap aan wie een krediet is verstrekt onder de voorwaarde dat haar indirect bestuurder jegens de bank een KIV afgeeft, aan die KIV rechten ontlenen. Uitleg KIV. Is het niet nakomen van de KIV jegens de bank onrechtmatig jegens die vennootschap? Levert het niet nak
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van verplichting ex art. 2:394 BW. Bestuurder verweert zich met de stelling dat de boekhouding niet beschikbaar is door nalaten van boekhouder van vennootschap. Rechtbank oordeelt dat een dergelijke situatie – veronderstellenderwijs van de
OK; enqueterecht; beeindiging activiteiten vennootschap; onderzoek bevolen.
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank concludeert dat de bestuurder niet is geslaagd in het weerleggen van het wettelijk vermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW.
Vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid door de curator tegen bestuurder en vermeend feitelijk bestuurder. Sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Echter voldoende aannemelijk gemaakt dat andere feiten en omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling een belangri
De directeur van een BV sluit met een administratiekantoor een overeenkomst waarin hij zich persoonlijk aansprakelijk stelt voor aan de BV in rekening gebrachte en nog in rekening te brengen bedragen voor administratiewerkzaamheden. De BV betaalt de rekeningen niet, gaat failliet
Maatstaf voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een onbelangrijk verzuim als bedoeld in artikel 2:248 lid 2 BW. Toepassing van HR 12-07-2013, ECLI:NL:HR:2013, BZ7189 en HR 1-11-2013, ECLI:NL:HR:2013,1079 Tegenbewijs tegen bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW conf
De indirect bestuurder van een gefailleerde vennootschap is op grond van art. 2:248 BW aansprakelijk voor het boedeltekort. De bestuurder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat er een andere oorzaak van het faillissement is geweest.
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW, onbelangrijk verzuim (4.25-4.27). Aansprakelijkheid aandeelhouder voor dividendbesluit (4.19-2.24). Aansprakelijkheid bestuurders voor uitvoering van dividendbesluiten (4.30-4.31)? Tussenvonnis.
Eiser (curator) vordert dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag gelijk aan het tekort in het faillissement van B.V. waar gedaagden bestuurder van zijn/waren. Jaarstukken niet tijdig gedeponeerd (artikel 2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim. Niet vo
bestuurdersaansprakelijkheid, alleen schending publicatieplicht, causaal verband kennelijk onbehoorlijk bestuur en faillissement weerlegd, ook geen ernstig persoonlijk verwijt
Bestuurdersaansprakelijkheid ex 2:248 BW. Wettelijk vermoeden ivm schending van 2: 394 lid 3 en 2:10 BW dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Onvoldoende aannemelijk gemaakt om dit vermoeden te weerleggen. Aansprakelijkheid van de (afgevaardi
Bestuurdersaansprakelijkheid Bestuurder heeft zijn taak onbehoorlijk vervuld. Hij heeft niet voldaan aan de boekhoudplicht (2:10 BW) en de publicatieplicht (2:394 BW). Geen vergoeding beslagkosten nu een verklaring voor recht is, geen eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 700
Bestuurdersaansprakelijkheid. (Mede) beleid bepalen in de zin van art. 2:248 lid 7 BW. Publicatieplicht. Later herziene jaarrekening. Onbelangrijk verzuim.
Bestuurdersaansprakelijkheid: wettelijk vermoeden ontzenuwd, bestuurder toegelaten tot tegenbewijs dat weggemaakte inventaris waarde bepaalde vertegenwoordigde.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Overschrijding wettelijke termijn voor openbaarmaking van jaarrekening met 28 dagen is, gelet op de omstandigheden van het geval, geen onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW. Wettelijk vermoeden dat onbehoorlijk bestuur belangrijke o
"Bestuurdersaansprakelijkheid. Ook als onbehoorlijk bestuur door bestuurder(s) vast staat, is aansprakelijkheid van commissarissen niet vanzelfsprekend.".
Bij vonnis van de rechtbank Breda van 23 maart 2030 is Lija Chartering & Trading B.V. in staat van faillissement verklaard. Gedaagde in conventie is bestuurder van Lija.De curator vordert dat de rechtbank - kort weergegeven - voor recht zal verklaren dat gedaagde in conventie hoo
Bestuurdersaansprakelijkheid. tegenbewijs tegen te late deponering jaarstukken niet gebeurd.
Aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissement. De bestuurder heeft de jaarrekening niet tijdig gedeponeerd, dus er is sprake van onbehoorlijk bestuur, dat vermoed wordt een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. De bestuurder heeft dat vermoeden ontzenuwd,