Onrechtmatige overheveling van onderneming vóór faillissement? Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW, 2:9 BW en/of 6:162 BW. Schending deponeringsplicht. Geen onbelangrijk verzuim. Van buiten komende oorzaak van het faillissement.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurders van kunstenaarscollectief zijn aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. Het hof is van oordeel dat het besluit van de gemeente waarbij na datum faillissement de subsidie alsnog op nihil is gesteld en is teruggevorderd niet word
Jaarrekening te laat gepubliceerd, geen onbelangrijk verzuim. Vermoeden van art 2:248 lid 2 BW door de bestuurder weerlegd. De curator heeft vervolgens niet aannemelijk gemaakt dat een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is. G
Economische zaak. Niet voldoen aan plicht tot publicatie jaarrekening, begaan door rechtspersoon (overtreding voorschrift art. 2:394 BW). Staan art. 7 en 16 Handvest en art. 8 EVRM in de weg aan kwalificatie van bewezenverklaarde als strafbaar feit, nu weigering om te publiceren
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Onvoldoende onderbouwing dat andere feiten of omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest alsmede dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan bestuurder te wijten is en dat bestuurder
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuuder niet aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 BW. Publicatieplicht is geschonden, maar de bestuurder heeft aannemelijk gemaakt dat een andere feiten en omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een b
Bevoegdheid rechtbank. Europese Insolventieverordening. 2:248 BW, 2:9 BW, 6:162 BW.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden; art. 2:394 lid 3 BW. Is dit een "onbelangrijk verzuim" als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Samenhang met 17/05255 en 17/05218.
Hof wijst vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid i.v.m. aangaan garantieovereenkomst door vennootschap af. Art. 6:162 BW. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:4172.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Niet voldaan aan boekhoudplicht (art. 2:10 BW) en niet voldaan aan publicatieplicht (art. 2:394 BW). Op grond van artikel 2:248 lid 2 BW wordt onbehoorlijke taakvervulling vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn, indien het best
Bestuurdersaansprakelijkheid. Boekhoudplicht en publicatieplicht.
Bestuurder failliete vennootschap aansprakelijk voor boedeltekort wegens niet-tijdige openbaarmaking jaarrekeningen (art. 2:248 jo. 2:394 BW).
Het hof heeft in hoger beroep dit vonnis vernietigt. De rechtbank Overijssel verklaart dat gedaagden hun taken als formeel en middellijk bestuurder kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de b
Bestuurdersaansprakelijkheid. Earn-out regeling. Ontzenuwing belangrijke oorzaak voor faillissement
Aansprakelijkheid voor verduistering trekkers. Art. 6:166 BW Groepsaansprakelijkheid
Aansprakelijkheid accountant voor verzuimboete wegens te late indiening aangifte IB, maar geslaagd beroep op vervalbeding in Algemene Voorwaarden. De accountant behoort zich niet eigenmachtig tot de Bank van de cliënt te wenden om informatie te krijgen over diens liquiditeitsposi
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geen schending boekhoudplicht (artikel 2:10 BW). Geen schending publicatieplicht (artikel 2:384 BW). Geen verplichting om activa tegen vereffeningswaarde te waarderen (artikel 2:384 lid 3 BW). Ook overigens geen kennelijk onbehoorlijk bestuur. Vorder
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid bestuurders na faillissement zorgbureau (art. 2:248 BW en 2:11 BW). Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak faillissement?
bestuurdersaansprakelijkheid. Boekhoudplicht. Publicatieplicht. Onbehoorlijk bestuur
De curator in een faillissement stelt de bestuurders ex art. 2:248 BW aansprakelijk. De aansprakelijkheid rust op het bestuur als collectief. Het betoog van een aantal bestuurders dat hen geen blaam treft maar wel bestuurder X kan daarom geen doel treffen in het kader van art. 2:
Bestuurdersaansprakelijkheid. Tussentijds appel. Niet is komen vast te staan dat kennelijke onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van de faillissementen. Niet-tijdige deponering van de jaarrekening. Overschrijding van de termijn met meer dan elf maanden levert o
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Schending publicatieplicht. Veronderstellenderwijze wordt ervan uitgegaan dat bewijsvermoeden is ontzenuwd. Curator maakt aannemelijk dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede belangrijke oorzaak faillissement is geweest.
De beslissing van de rechtbank in een renvooiprocedure in het faillissement van Luta BV om de vordering van een schuldeiser (de curator van BPD), gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid van Luta BV, te erkennen heeft dezelfde kracht als wanneer de curator die vordering op de veri
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.