Faillissement (thuis)zorg organisatie. Aansprakelijkheid (voormalig) bestuurders, onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 BW; art. 2:9 BW). Vorderingen zorgverzekeraars. Matiging, schadebegroting. Falend beroep op decharge. Geen bestuursverbod. In vervolg op: ECLI:NL:RBOVE:2023:3475
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Faillissement van 2 vennootschappen die tot een groep behoren. De curator spreekt de bestuurder aan op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder is niet aansprakelijk voor het teko
843a-verzoek. rechtmatig belang. bestaande bescheiden
In deze zaak verwijt de curator de bestuurders van het bedrijf primair dat zij deze vennootschap kennelijk onbehoorlijk hebben bestuurd. Omdat dat in de ogen van de curator een belangrijke reden is voor het faillissement van het bedrijf, zijn de bestuurders volgens de curator aan
Bestuurdersaansprakelijkheid – matiging wegens wijze van afwikkeling van het faillissement – Actio Pauliana – betwisting authenticiteit managementcontract
De rechtbank verklaart voor recht dat partij B 1 en 2 hun taak als bestuurders van het bedrijf onbehoorlijk hebben vervuld en veroordeelt hen tot betaling van het tekort in het faillissement van het bedrijf. Partij B hadden (gedeeltelijk) geen jaarrekeningen betreffende het bedri
Faillietverklaring. Verweerster is geturboliquideerd en stelt dat geen belang is bij een faillissement. Verzoekster stelt dat er wel belang is, omdat sprake is van (een) potentiële bate(n) die de faillietverklaring van een geliquideerde vennootschap rechtvaardigt. Verweerster hee
Bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid. Artikel 2:9, 216, 248 en 394 en 6:162 BW. Rechtsverwerking. Voor vermoeden van 2:248 lid 2 (te late deponering jaarrekening) is de 12-maandstermijn na einde boekjaar (2:394 lid 3) relevant, niet de 8-dagentermijn na v
art. 6 Fw / verzoek tot faillietverklaring ontbonden rechtspersoon / het faillissement van de ontbonden rechtspersoon kan in dit geval niet worden uitgesproken, nu niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn / be
De rechtbank oordeelt dat bestuurders van een bedrijf onbehoorlijk hebben gehandeld. Zij worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het boedeltekort en om aan de curator een voorschot te betalen op wat zij aan de boedel zijn verschuldigd.
Vordering curator op grond van bestuurdersaansprakelijkheid afgewezen. Geen schending boekhoudplicht. Te late deponering jaarrekening. Onbehoorlijke taakvervulling. Andere oorzaak faillissement. Geen verjaring. Geen ernstig verwijt 2:9 BW. Curator kan geen beroep doen op 2:249 BW
Tussenvonnis. Aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Bestuursverbod. De curator wordt opgedragen de rechtbank te informeren over de vraag of er andere rechtspersonen zijn waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is en zo ja, een uittreksel uit het Handelsregiste
De rechtbank veroordeelt dat de gedaagden aansprakelijk zijn voor het boedeltekort van een gefailleerde bedrijf.
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. 2:248 BW / 2:9 BW / 6:162 BW. Schending publicatieplicht en boekhoudplicht. Aangesproken bestuurder heeft bewijsvermoeden artikel 2:248 lid 2 BW ontzenuwd. Curator wordt toelaten tot bewijslevering.
De wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek ongegrond.
Handelszaak. Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW (aansprakelijkheid van het bestuur voor het boedeltekort). Schending boekhoud- en publicatieplicht. Geen onbelangrijk verzuim en geen disculpatie. Onbehoorlijke taakvervulling wordt vermoed de oorzaak van het faillisse
Deze zaak draait om de vraag of de bestuurders van een B.V., waaraan de provincie Overijssel subsidie heeft verstrekt, in privé aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement en/of andere schade op grond van artikel 2:248 BW, artikel 2:9 BW of artikel 6:162 BW. De rechtb
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurders zijn niet aansprakelijk op grond van het tweede lid van artikel 2:248 BW, en ook niet op grond van het eerste lid van dat artikel. Zij zijn wel aansprakelijk op grond van artikel 2:9 BW. In de schadestaatprocedure zal de curator moeten st
Bestuurdersaansprakelijkheid voor faillissementstekort. Verjaring gestuit. Niet-tijdig deponeren jaarrekening. Geen onbelangrijk verzuim. Andere belangrijke oorzaak faillissement niet aannemelijk gemaakt. Geen gronden voor matiging. Onbehoorlijke taakvervulling.
Faillissement op tegenspraak. Ontbonden vennootschap.
De curator spreekt de bestuurder, de holding en de zustermaatschappij van de gefailleerde vennootschap aan op verschillende grondslagen: artikel 2:248 BW (onbehoorlijk bestuur), artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad), artikel 47 Fw (faillissementspauliana), artikel 6:212 (ongerech
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Geen onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. De (indirecte) bestuurders, met uitzondering van één die niet nalatig is geweest, zijn hoofdelijk aansprakelijk vanwege het handelen bij de inbreng van een Turkse vennootschap en vanwege fraude.
bestuurdersaansprakelijkheid/ schending publicatieplicht; geen onbelangrijk verzuim/ andere oorzaak faillissement niet komen vast te staan/ privé-uitgaven ten laste van de in zwaar weer verkerende vennootschap levert ook onbehoorlijk bestuur op.