Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid. Te laat deponeren jaarrekening, art. 2:394 lid 3 BW. Onbelangrijk verzuim, art. 2:248 lid 2 BW. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW. Matiging, art.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OK; enquêterecht; er wordt een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken; bij wijze van onmiddellijke voorziening wordt een bestuurder benoemd
Procedure inzake jaarrekening. Is werknemer belanghebbende in de zin van art. 999 Rv? Stelplicht en bewijslast met betrekking tot nadeel. Moet werknemer eerst gebruik maken van zijn mogelijkheden als lid van de ondernemingsraad (OR)?
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 1 BW. Schending boekhoudplicht en publicatieplicht. Bewijsvermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van faillissement niet ontzenuwd. Geen grond voor matiging. Geen sprake van onrechtmatig han
De accountant die opdracht krijgt tot het opstellen en deponeren van de jaarrekening van een rechtspersoon, verbindt zich in beginsel tevens om die jaarrekening tijdig op te maken en om te bewerkstelligen dat deze vervolgens ook tijdig kan worden gepubliceerd. De in artikel 2:394
Faillissement B.V. ontstaan door onbehoorlijk bestuur. Gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de ontstane schulden en krijgen een bestuursverbod opgelegd voor de duur van vijf jaar. Matiging m.b.t. te betalen voorschot wegens persoonlijke omstandigheden.
Bestuurdersaansprakelijkheid.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Ontzenuwen weerlegbare vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW (openbaarmakings- en administratieplicht). Curator dient aannemelijk te maken dat k.o.b. (niet-nakomen beide genoemde verplichtingen) mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is gewee
toewijzing verzoek wanbeleid
Hoger beroep van ECLI:NL:RBNNE:2016:876, JOR 2016/124. Betreft verzoek tot statutenwijziging van steunstichting van (voormalige) afdeling Leeuwarden van de Dierenbescherming in verband met leemte in de statuten na fusie van die afdeling. Net als de rechtbank is het hof van oordee
Bestuurdersaansprakelijkheid
Hoofdzaak en vrijwaring. Bestuurdersaansprakelijkheid (2:248 BW). Zorgfraude. Feitelijk beleidsbepaler. Voor het gevorderde bestuursverbod wordt een zienswijze gevraagd (106c Fw).
Bestuurdersaansprakelijkheid – matiging wegens wijze van afwikkeling van het faillissement – Actio Pauliana – betwisting authenticiteit managementcontract
Bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid. Artikel 2:9, 216, 248 en 394 en 6:162 BW. Rechtsverwerking. Voor vermoeden van 2:248 lid 2 (te late deponering jaarrekening) is de 12-maandstermijn na einde boekjaar (2:394 lid 3) relevant, niet de 8-dagentermijn na v
art. 6 Fw / verzoek tot faillietverklaring ontbonden rechtspersoon / het faillissement van de ontbonden rechtspersoon kan in dit geval niet worden uitgesproken, nu niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn / be
Tussenvonnis. Aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Bestuursverbod. De curator wordt opgedragen de rechtbank te informeren over de vraag of er andere rechtspersonen zijn waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is en zo ja, een uittreksel uit het Handelsregiste
Formeel en feitelijk bestuurders worden aangesproken voor tekort in het faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijk bestuur met faillissement tot gevolg. Gedaagden hoofdelijk aansprakelijk voor boedeltekort. Geen gronden voor matiging.
Bestuurdersaansprakelijkheid voor faillissementstekort. Verjaring gestuit. Niet-tijdig deponeren jaarrekening. Geen onbelangrijk verzuim. Andere belangrijke oorzaak faillissement niet aannemelijk gemaakt. Geen gronden voor matiging. Onbehoorlijke taakvervulling.
Ondernemingsrecht. Art. 2:249 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid voor misleidende tussentijdse cijfers vennootschap, verstrekt aan financier ivm aanvraag achtergestelde lening van € 2,5 mio. Bestuurlijke verantwoordelijkheid. Geen disculpatie. Schade en causaal verband. Geen eigen
Faillissement zorgbureaus. Aansprakelijkheid voor ontstane faillissementstekorten. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Administratieplicht op ernstige wijze geschonden. Civielrechtelijk bestuursverbod voor de tijd van vijf jaar.
-
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW
Medewerkingsplicht ex artikel 105a lid 2 Fw niet volledig en juist nagekomen; Tevens tekortgeschoten in de inlichtingenplicht ex artikel 105 Fw; Publicatieplicht en boekhoudplicht geschonden; onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 lid 2 BW; Bestuursverbod opgelegd voor de duur van
Het hof heeft in hoger beroep dit vonnis vernietigt. De rechtbank Overijssel verklaart dat gedaagden hun taken als formeel en middellijk bestuurder kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de b