Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulli
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:392 BW
Genoemd in 19 uitspraken · Officiële wettekst
19 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulli
art. 2:212 BW
Fraude bij Amerikaanse Ahold-dochter USF. Collectieve actie van de VEB tegen Nederlandse maatschap van accountants die (achteraf te rooskleurige) geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold van een goedkeurende verklaring heeft voorzien. Bevoegdheidsincident. Gevolgen van Amerikaans
Arrest in de Ahold-zaak. Het arrest telt 290 pagina’s. In de vier arresten van deze zaak zijn de hoofdstukken 1 tot en met 4 inhoudelijk gelijkluidend. Toetsing van de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold, zoals gepubliceerd in jaarverslagen en ‘annual reports on Form 20-F’,
Voormalig bestuurder en BV vorderen over en weer teruggave van uitgeleende bedragen. De rechtbank wijst beide vorderingen af, omdat niet is komen vast te staan dat er geld geleend is.
Bestuurdersaansprakelijkheid, onrechtmatige concurrentie en overig onrechtmatig handelen. Vorderingen curator toegewezen. Vorderingen in vrijwaringszaak afgewezen.
Geldvordering kort geding. Twee versies van notulen AvA. Nader feitenonderzoek nodig. Vordering afgifte bescheiden afgewezen. Aandeelhouders hebben buiten AvA geen recht op verstrekking afzonderlijk verlangde informatie Hoge Raad 9 juli 2010, NJ 2010/544
Executiegeschil. Opheffing dwangsommen. Onmogelijkheid om te voldoen aan de veroordeling waarop de dwangsommen zijn gesteld.
aansprakelijkheid bestuurder: art. 2:9 BW, 2:10 BW. Vordering tot schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende betwisting stelling bestuurder. Zaak tegen controlerend accountant. Geen aansprakelijkheid. NV COS Standaard 240, 330 en 500
Kort geding. Executiegeschil. Geen aanleiding voor opheffing dwangsom op grond van artikel 611d Rv. Niet aannemelijk dat het onmogelijk was om aan veroordeling te voldoen.
De curator van een gefailleerde onderneming stelt zowel de bestuurders – op diverse grondslagen art. 2:248 lid 2 BW jo art. 2:10 BW en art. 2:394 BW, artikel 2:248 lid 1, art. 2:252 BW en artikel 2:9 BW – als de commissarissen (artikel 2:259 BW) aansprakelijk. Omvang en reikwijdt
Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 lid 1 en lid 2 BW.
geen stilzwijgende herbenoeming van bestuurders van een stichting administratiekantoor; besluiten van onbevoegd bestuur die strekken tot machtsgreep binnen familieconcern (o.a. ontslag van een van de bestuurders van dochtervennootschap en ontnemen benoemingsbevoegdheid certificaa
Prejudiciële vraag. Collectieve actie. Stuiting verjaring. Art. 3:317 lid 1 BW. Kan een rechtspersoon, bedoeld in art. 3:305a BW, de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier belangen hij behartigt? Strekking collectieve actie. HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010
Jaarrekeningenrecht. Faillissement schuldenaar vóór datum vaststellen jaarrekening; toch geen afwaardering (tot nihil) vordering op begin- en eindbalans. Geen schending art. 2:362 lid 6 BW doordat ondernemingskamer betekenis heeft toegekend aan t.t.v. faillissement schuldenaar re
--
-