Beslissing rechter uit rechtbank op verzoek gebaseerd op statuten/ Welwillendheidsbeslissing/geen rechterlijke uitspraak als bedoeld in artikel 261 Rv (jo artikel 358 Rv) geen hoger beroep mogelijk wegens ontbreken van rechtsmacht.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:356 BW
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Uitspraak Ondernemingskamer 18-10-2012; ERASMUS MC HOLDING B.V / HARBOUR ANTIBODIES B.V
Uitspraak van de Ondernemingskamer van 28 juli 2011; W.K. Scherpenzeel Pensioen B.V. en Vloot Vastgoed B.V.,/ Königsberg B.V.
Ondernemingsrecht. Enquête. Voorlopige voorziening opgeheven. Tegenstrijdig belang bestuurders (art. 2:256 BW)? (art. 81 RO).
Rechtspersonenrecht. Bevoegdheden van tijdelijk, door de rechter benoemde bestuurder stichting; geen nietigheid op grond van art. 2:14 BW van besluiten tijdelijk bestuurder stichting die verder gaan dan past bij de rol van tijdelijk bestuurder.
Ondernemingskamer, gezamenlijke behandeling uittredingsverzoek en aanvullende voorzieningen enquête procedure (in tweede fase)
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Art. 2:349a lid 2 BW. Ondernemingskamer wijst bij twee failliete vennootschappen (i) verzoeken tot bevelen van onderzoek toe en (ii) verzoeken tot treffen van onmiddellijke voorzieningen af. Rechts- en motiveringsklachten m.b.t. (ii).
OK; enquête; vaststelling beloning tijdelijk bestuurder op de voet van artikel 2:357 lid 4 BW
OK; Enquête; Tweede fase; vaststelling wanbeleid, benoeming bestuurder
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Is tijdig ingesteld cassatieberoep tegen door de ondernemingskamer getroffen voorzieningen niet-ontvankelijk op de grond dat de enquêteprocedure nadien onherroepelijk is geëindigd?
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Art. 2:349a lid 2 BW. Procesrecht. Art. 173 Rv. Verzoek bij de ondernemingskamer tot een onmiddellijke voorziening, inhoudende een bevel tot het afgeven van een ‘witness statement’ door bestuurder/aandeelhouder in een in het buitenland lopende
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Is tijdig ingesteld cassatieberoep tegen door de ondernemingskamer getroffen voorzieningen niet-ontvankelijk op de grond dat de enquêteprocedure nadien onherroepelijk is geëindigd?
OK; enquêterecht; afwijzing van het verzoek om op de voet van artikel 2:356 BW getroffen voorzieningen aan te passen dan wel om aanvullende onmiddellijke voorzieningen te treffen
OK; Enquête; Tweede fase beschikking; Vaststelling wanbeleid
OK. Enquete. Tweede fase: vaststelling wanbeleid van Hepta G, in het bijzonder ten aanzien van de administratie en het ontbreken van jaarrekeningen en de samenstelling van haar statutair bestuur. (Feitelijk) Bestuurders zijn verantwoordelijk voor het wanbeleid. De Ondernemingskam
OK; Enquête; vaststelling wanbeleid; voorzieningen getroffen; afwijzing verzoek veroordeling in kosten van enquête; art. 2:354, 355, 356, 357 BW
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op commissarissen (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid commissaris vereist? Samenhang met zaak 16
Beschikking voorzitter OK. Machtiging mededeling onderzoeksverslag.
OK; Enquete: Wanbeleid; 2e fase; voorzieningen getroffen; bestuurder ontslagen, bestuurder benoemd, overdracht aandelen ten titel van beheer; benoeming raad van commissarissen; verhaal van onderzoekskosten; veroordeling tot betaling van onderzoekskosten; artikel 2:354, 355, 356 B
Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Enquêteverzoek ingediend voor herziening enquêterecht (Stb. 2012/274). Voorlopige voorzieningen slechts bij voldoende zwaarwegende redenen in het geval waarin wel enquête is gelast, maar nog geen onderzoeker is benoemd? HR 25 februari 2011, ECLI:
12/04946 Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Bevoegdheid middellijk aandeelhouder tot doen van enquêteverzoek? Art. 2:346, aanhef en onder b, BW. Verschaffer van risicodragend kapitaal met eigen economisch belang; gelijkstelling met belang aandeelhouder of certificaathouder. Vaste rechtspraa
Gedwongen aandelenoverdracht is niet toewijsbaar. Wel aanleiding om gedaagde als bestuurder tijdelijk te schorsen.
Enquêterecht. Vervolg HR 25 juni 2010, LJN BM0710, NJ 2010/370. Certificering van aandelen die ex art. 2:356 BW tijdelijk ten titel van beheer waren overgedragen. Verzoek om onmiddellijke voorziening tot vernietiging besluit tot certificering. Verzoek als bedoeld in art. 2:349a l
Aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement, art. 2:248 BW, onbehoorlijke taakvervulling. Het behoeft geen betoog dat als gevolg van die handelwijze van gedaagde sub 2 in de hoofdzaak – te weten het meenemen van administratie en commerciële gegevens van Pondac, het aanschrijve