Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010, ECLI:NL
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:355 BW
Genoemd in 162 uitspraken · Officiële wettekst
162 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggeve
Enquêterecht. Vervolg HR 25 juni 2010, LJN BM0710, NJ 2010/370. Certificering van aandelen die ex art. 2:356 BW tijdelijk ten titel van beheer waren overgedragen. Verzoek om onmiddellijke voorziening tot vernietiging besluit tot certificering. Verzoek als bedoeld in art. 2:349a l
OK; enquêterecht; tweede fase; er wordt verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid en wie daarvoor verantwoordelijk zijn; de bestuurder wordt ontslagen en er wordt voor bepaalde duur een bestuurder benoemd; er wordt bepaald dat de in beheer overgedragen aandelen
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
ASMI. Enquêteprocedure; Verantwoordelijkheid van bestuur van de vennootschap voor de te volgen strategie en voor de corporate governance; geen voorafgaand overleg vereist met aandeelhouders over handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (Vgl. HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ABN A
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
vaststelling van wanbeleid en verantwoordelijkheid voor wanbeleid
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerstefasebeschikking inzake Funda. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en onderwerp van enquêteprocedure/onderzoek. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en art. 2:8 lid 1 BW. Onderscheid tussen middellijk en onmiddellijk (meerderheids)aandee
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Zelfstandig tegenverzoek tot gelasten van enquête en treffen van onmiddellijke voorzieningen. Maatstaf van art. 2:350 lid 1 BW. Stellingen inzake voorbereiding beursnotering. Oordeel dat verzoek volgens OK niet op redelijke grond is gedaan (art. 2
Ondernemingsrecht; cassatie in het belang der wet. Voorgenomen statutenwijziging tot invoering van loyaliteitsdividend (DSM). Gelijke aandeelhoudersrechten; art. 2:92 lid 1 BW verzet zich niet tegen regeling tot toekenning van financiële uitkering aan geregistreerde aandeelhouder
13 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/149HR (OK 108) JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ ZEELANDIA CURAÇAO B.V., gevestigd te Hilversum, 2. [Verzoekster 2], gevestigd te [vestigingsplaats], VERZOEKSTERS tot cassatie, advocaat: mr.
Enquêterecht. Belanghebbende in de zin van art. 282 lid 1 Rv.
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
Procesrecht. Executiegeschil, verbeurte van dwangsommen. Gezag van gewijsde van beschikking in enquêteprocedure (art. 2:349a lid 2 BW) waarin ondernemingskamer als dwangsomrechter optrad? Rechts- en motiveringsklachten.
OK; Enquête; verzoek tot vaststelling van wanbeleid afgewezen; art. 2:355, 356, 349a lid 2 BW.
-
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Afwijzing door OK van verzoeken tot vaststelling van (verantwoordelijkheid van bepaalde personen voor) wanbeleid, het treffen van voorzieningen en het ten laste brengen van de onderzoekskosten van bepaalde personen.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking, afwijzing verzoeken vaststelling wanbeleid en treffen voorzieningen. Uitleg gedingstukken. (Zie voor eerste fase: HR 24 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:567.)
OK; enquête; tweede fase; wanbeleid
OK; geschillenregelingszaak; tussenarrest; vordering tot uittreding, met billijke verhoging; vordering tot aanbieding van de aandelen op de voet van de statutaire aanbiedingsregeling; diverse schadevergoedingsvorderingen
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Is tijdig ingesteld cassatieberoep tegen door de ondernemingskamer getroffen voorzieningen niet-ontvankelijk op de grond dat de enquêteprocedure nadien onherroepelijk is geëindigd?
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Is tijdig ingesteld cassatieberoep tegen door de ondernemingskamer getroffen voorzieningen niet-ontvankelijk op de grond dat de enquêteprocedure nadien onherroepelijk is geëindigd?
Ondernemingsrecht. Enquête. Kostenverhaal op feitelijk bestuurder op grond van art. 2:354 BW? Hoofdelijke verbondenheid als bedoeld in art. 6:6 lid 2 BW?