Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 1 december 2011; mr. Hanneke de Coninck-Smolders c.s. / Richard Edward den Drijver c.s.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:354 BW
Genoemd in 87 uitspraken · Officiële wettekst
87 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete r
Enquêterecht. Wanbeleid. Tijdelijke overdracht ex art. 2:356 BW van aandelen van in buitenland gevestigde aandeelhouder in vennootschap die onderwerp is van enquête. Bevoegdheid bestuurder om namens die buitenlandse aandeelhouder op te treden, te beoordelen o.g.v. Wet conflictenr
Appellant bestrijdt niet dat hij en [betrokkene 1] (op grond van het bepaalde in artikel 2:351 lid 1 BW) als bestuurders van SB gehouden waren “alle inlichtingen te verschaffen” die nodig waren voor de uitvoering van het door de Ondernemingskamer ingestelde onderzoek. Hij meent e
-
-
-
-
-
Vraag onder welke voorwaarden de curator van een gefailleerde vennootschap, die voorwerp van een enquête is geweest, de (voormalige) bestuurders en commissarissen die verantwoordelijk te achten zijn voor bij de enquête gebleken wanbeleid, aansprakelijk kan houden voor de enquêtek
Vraag onder welke voorwaarden de curator van een gefailleerde vennootschap, die voorwerp van een enquête is geweest, de (voormalige) bestuurders en commissarissen die verantwoordelijk te achten zijn voor bij de enquête gebleken wanbeleid, aansprakelijk kan houden voor de enquêtek
Ondernemingsrecht. Enquête en het functioneren van commissarissen. Ondernemingskamer mag daarover oordelen i.v.m. de voorzieningen ex art. 2:354 en 356 BW. Geen bevoegdheid Ondernemingskamer t.a.v. hun persoonlijke aansprakelijkheid voor gevolgen wanbeleid. Veroordeling in kosten