8 april 2005 Eerste Kamer Nr. R04/005HR (OK 109) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. LAURUS N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:345 BW
Genoemd in 160 uitspraken · Officiële wettekst
160 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggeve
Ondernemingsrecht. Enquête. Kostenverhaal op feitelijk bestuurder op grond van art. 2:354 BW? Hoofdelijke verbondenheid als bedoeld in art. 6:6 lid 2 BW?
OK; Enquete; SNS; tussenbeslissing over ontvankelijkheid verzoekers; verzoekers niet-ontvankelijk ten aanzien van een van verweersters, wel ten aanzien van de overige verweersters. Art. 2:345, 346 BW. Doel en strekking van het enquêterecht brengen mee dat aandeelhouders die niet
Ondernemingsrecht (Curaçao). Vervolg van HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574. Toewijzing van verzoek om enquête te gelasten. Overgangsrecht met betrekking tot de regeling van het enquêterecht. Reikwijdte van het te verrichten onderzoek. Kan onderzoek ook andere bezwaren omv
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerste fase. Ondernemingskamer treft, op verzoek vennootschap en OK-bestuurder, nadere onmiddellijke voorzieningen (ge- en verboden, versterkt met dwangsom) ter waarborging volle werking eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen o.v.v. art. 2:3
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Verbodenverklaring en ontbinding van informele vereniging (motorclub) en van twee onzelfstandige support clubs. Miskenning van toepasselijkheid van strafrechtelijk bewijsrecht en onjuiste toepassing van art. 149 Rv? Support clubs ten onrecht
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
vaststelling van wanbeleid en verantwoordelijkheid voor wanbeleid
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete r
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerstefasebeschikking inzake Funda. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en onderwerp van enquêteprocedure/onderzoek. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en art. 2:8 lid 1 BW. Onderscheid tussen middellijk en onmiddellijk (meerderheids)aandee
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat enquêteverzoek niet op redelijke grond is gedaan (art. 2:350 lid 2 BW). Klacht dat ondernemingskamer een verkeerde maatstaf heeft gehanteerd dan wel terughoudendheid heeft miskend bij oordeel ove
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ondernemingskamer heeft concernenquête gelast naar beleid en gang van zaken van zowel SNS Reaal als haar dochtervennootschap SNS Bank. Maatstaf voor concernenquête. Samenhang met zaak 18/04511 (ECLI:NL:HR:2020:479).
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Zelfstandig tegenverzoek tot gelasten van enquête en treffen van onmiddellijke voorzieningen. Maatstaf van art. 2:350 lid 1 BW. Stellingen inzake voorbereiding beursnotering. Oordeel dat verzoek volgens OK niet op redelijke grond is gedaan (art. 2
Aansprakelijkheid gerechtsdeskundige. Waardering van aandelen in een verdelingsprocedure. Aansprakelijkheidsmaatstaf.
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Ontvankelijkheid gewezen aandeelhouders van SNS-bank na onteigening van hun aandelen op grond van de Interventiewet. Strijd met kapitaalseis van art. 2:346 BW? Parallellie met HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:905, NJ 2014/296 (Slotervaartziek
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
4 februari 2005 Eerste Kamer Nr. R04/014HR (OK 110) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats]
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Concernenquête. Zorgvuldigheidsverplichting en art. 2:8 lid 1 BW. Onmiddellijke voorzieningen.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Afwijzing door OK van verzoeken tot vaststelling van (verantwoordelijkheid van bepaalde personen voor) wanbeleid, het treffen van voorzieningen en het ten laste brengen van de onderzoekskosten van bepaalde personen.
Ondernemingsrecht; enquêterecht; procesrecht. Onderzoek naar beleid en gang van zaken van SNS-vennootschappen. Medewerkingsplicht. Mogen de vennootschappen inzage weigeren in notulen, bestuursbesluiten en correspondentie, voor zover daarin informatie staat die is uitgewisseld me
OK; Enquête; Afwijzing verzoek
Enquêterecht; is middellijk aandeelhouder bevoegd een enquête te entameren?
Ondernemingsrecht. Enquête. Voorlopige voorziening opgeheven. Tegenstrijdig belang bestuurders (art. 2:256 BW)? (art. 81 RO).