Conflict tussen curator en bestuurder van gefailleerde holding. Curator van de moedervennootschap doet eigen aangifte van het faillissement van de dochtervennootschap. Bestuurder komt in verzet tegen faillietverklaring en betwist bevoegdheid van de curator om het faillissement aa
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:261 BW
Genoemd in 8 uitspraken · Officiële wettekst
8 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
"Bestuurdersaansprakelijkheid (2:248 lid 1, 2 en 7 ). Curator verwijt gedaagde dat hij als feitelijke bestuurder is opgetreden en dat hij niet heeft voldaan aan de publicatie- en administratieplicht en dat daarom het vermoeden opgaat als bedoeld in artikel 2:248 lid 2 BW. Gedaagd
Faillissementscurator van moedervennootschap doet faillissementsaangifte van dochtervennootschap; bijzondere belangen van schuldeiser van moedervennootschap met pandrecht op haar aandelen in dochtervennootschap; gezamenlijke doorstart of verkoop? Onrechtmatige daad van curator pr
Bestuurdersaansprakelijkheid. Curator heeft haar stelling dat gedaagde feitelijk beleidsbepaler beschouwd moet worden onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd. Niet is komen vast te staan dat gedaagde zich daadwerkelijk als bestuurder heeft gedragen, daadwerkelijk bestuurstaken heeft
Statutair bestuurder van een vennootschap (destijds tevens aandeelhouder van die vennootschap) kan een gebrek in de informatievoorziening naar haar toe van de zijde van werknemers van die vennootschap, in de gegeven omstandigheden niet afschuiven op de vennootschap zelf. Dat bren
Een vennootschap doet een (aanzienlijke) betaling aan haar aandeelhouder op de dag nadat de algemene vergadering van aandeelhouders heeft besloten het faillissement van de vennootschap aan te vragen en kort voordat het faillissement daadwerkelijk wordt uitgesproken. De curator sp
faillissementspauliana; artikel 47 Fw; door curator vernietigde overboeking van rekening van dochtermaatschappij naar rekening van moedermaatschappij bij dezelfde bank; verplichte rechtshandeling; oogmerk begunstiging moedermaatschappij boven andere schuldeisers van dochtermaatsc
K + V vordert betaling van de facturen voor de door haar verrichte werkzaamheden. Zij stelt, zo begrijpt de rechtbank, dat NIM de opdrachtgever was, omdat de RvC de opdracht met instemming van de directie van NIM namens NIM heeft gegeven, althans omdat NIM achteraf heeft ingestem