Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. De curator stelt vier (al dan niet middellijke) bestuurders aansprakelijk voor een faillissementstekort. Naast formele verweren, zoals rechtsverwerking en obscuur libel, wordt door gedaagden onder meer aangevoerd dat de vordering is
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
bestuurdersaansprakelijkheid, boekhoudplicht, publicatieplicht, bewijsvermoeden, katvanger
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248 lid 1 BW.
Incident, vrijwaring, artikel 210 lid 1 Rv, afwijzing.
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW
Geen aansprakelijkheid van bestuurder wegens lang voortzetten bouwbedrijf in crisis 2008/2009 alvorens faillissement aan te vragen. 2:10 BW, 2: 248 lid 2 BW, 2: 9 BW, 2: 162 BW.
bestuurdersaansprakelijkheid/ schending publicatieplicht; geen onbelangrijk verzuim/ andere oorzaak faillissement niet komen vast te staan/ privé-uitgaven ten laste van de in zwaar weer verkerende vennootschap levert ook onbehoorlijk bestuur op.
Vordering curator tegen (indirect) bestuurders failliete vennootschap. Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW wegens toe-eigening voor vennootschap bestemd schikkingsbedrag.
Aansprakelijkheid ogv artt. 2:9 of 2:248 BW van bestuurder van gefailleerde stamrechtvennootschap? Hoge drempel, art. 19b Wet LB 1964, statutair doel, onbehoorlijke taakvervulling, belangrijke oorzaak, stelplicht, kosten incidenteel appel.
Bevoegdheid rechtbank. Europese Insolventieverordening. 2:248 BW, 2:9 BW, 6:162 BW.
Indirect bestuurder respectievelijk feitelijk bestuurder van failliet bouwbedrijf aansprakelijk voor boedeltekort op grond van artikel 2:248 BW. Boekhoudplicht geschonden. Bestuurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakver
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW. Was gedaagde bestuurder van de BV? Was er een andere belangrijke oorzaak van het faillissement? Tussenvonnis.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Boekhoudplicht en publicatieplicht.
Vordering van curator op grond van art. 2:248 BW (kennelijk onbehoorlijk bestuur) afgewezen, omdat de (middellijk) bestuurder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het faillissement is veroorzaakt door andere feiten en omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling.
Verzet. Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW wegens schending van de boekhoudplicht ex art. 2: 10 BW. Bestuurder heeft niet voldaan aan de verplichting om van de vermogenstoestand van de vennootschap en van alles betreffende de werkzaamheden van de vennootschap, naar de
IPR. De rechtbank is o.g.v. art. 8 onder 1 EEX-Vo II bevoegd t.a.v. de Belgische gedaagde, ook indien gezamenlijke behandeling met de vordering tegen de Nederlandse gedaagde door een faillissement niet meer mogelijk is.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Algemene uitgangspunten; schending van de publicatieplicht; stelplicht en bewijslast ten aanzien van het weerlegbare vermoeden uit artikel 2:248 BW.
bestuurdersaansprakelijkheid. Selectief betalen. (gerechtelijke) erkenning in eerste aanleg?
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. De doelstelling van art. 52 AWR is een andere dan die van art. 2:10 BW. De administratie is niet in de zin van art. 2:10 BW ondeugdelijk. De bestuurders hebben selectieve betalingen verricht.
Bestuurdersaansprakelijkheid, administratieplicht en deponeringsplicht: .
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling in de zin van artikel 2:248 lid 1 en 2 BW. Individuele matiging op grond van artikel 2:248 lid 4 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:248 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geen schending boekhoudplicht (artikel 2:10 BW). Geen schending publicatieplicht (artikel 2:384 BW). Geen verplichting om activa tegen vereffeningswaarde te waarderen (artikel 2:384 lid 3 BW). Ook overigens geen kennelijk onbehoorlijk bestuur. Vorder
bestuurdersaansprakelijkheid. Boekhoudplicht. Publicatieplicht. Onbehoorlijk bestuur