Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW. Schending administratieplicht en schending publicatieplicht jaarrekeningen. Feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk op grond van artikel 2:248 lid 7 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Geen aansprakelijkheid van curator vanwege de verkoop van activa van de failliet. Bestuur is aansprakelijk voor het faillissementstekort vanwege onbehoorlijk bestuur. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:1594)
Tussenvonnis. Aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Bestuursverbod. De curator wordt opgedragen de rechtbank te informeren over de vraag of er andere rechtspersonen zijn waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is en zo ja, een uittreksel uit het Handelsregiste
Civiel recht. Bodemzaak. Gedaagden zijn in een eerdere procedure hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het boedeltekort in het faillissement van Kunstcollectief. In deze procedure is bepaald hoe hoog dat boedeltekort is en of er gronden zijn voor collectieve of individuele mati
en inzake C/09/610083 / HA ZA 21-334 Tussenvonnis bestuurdersaansprakelijkheid. I.v.m. het gevorderde bestuursverbod moet de curator de rechtbank informeren over de andere rechtspersonen waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is. zie ook ECLI:NL:RBDHA:2023:12120
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid o.v.v. art. 2:248 BW (in verbinding met art. 2:11 BW). Devolutieve werking hoger beroep. Verdeling stelplicht en bewijslast. Vaststellen feiten, passeren bewijsaanbod. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, causaal verband met fail
Civiel recht."Bodemzaak". Faillisement".Bestuursaansprakelijkheid". "Artikel 2:248 BW". Gedaagde heeft als bestuurder vd vennootschap zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld Aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is vh faillissement vd vennootschap.
Bestuurder aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. Niet voldaan aan deponeringsplicht (2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim nu meerdere jaren niet zijn gedeponeerd. Arrestatie bestuurder vlak voor faillietverklaring ontzenuwt bewijsvermoeden niet.
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Onbehoorlijke taakvervulling (art. 2:248 lid 2 BW). Schending administratieplicht (art. 2:10 BW). Aansprakelijkheid bestuurder voor boedeltekort. Vorderingen tegen voormalig bestuurder afgewezen. Afwijzing vorderingen in verband met
Medewerkingsplicht ex artikel 105a lid 2 Fw niet volledig en juist nagekomen; Tevens tekortgeschoten in de inlichtingenplicht ex artikel 105 Fw; Publicatieplicht en boekhoudplicht geschonden; onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 lid 2 BW; Bestuursverbod opgelegd voor de duur van
vordering schorsing tenuitvoerlegging art. 351 Rv; appellant is in hoger beroep gekomen van uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis; geïntimeerde vraagt op basis van dit vonnis faillissement appellant aan; maatstaf; misslag? belangenafweging.
De curator vordert veroordeling van de bestuurder van een failliete vennootschap tot betaling van het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 lid 1 BW (onbehoorlijk bestuur). De jaarstukken zijn te laat gedeponeerd en daarmee staat onbehoorlijk bestuur vast. Verder geldt
art. 2:248 BW; matiging
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 lid 1 BW, kennelijk onbehoorlijk bestuur, geen gronden voor matiging 2:248 lid 4. Bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor faillissementsdeficit na het onttrekken van liquiditeit aan de vennootschappen zonder rechtsgrond en zonder het bedingen
Aansprakelijkheid bestuurder die zowel bestuurder was van (failliet verklaarde) stichting die ESF-Subsidies aanvroeg voor sectorfondsen en (indirect) bestuurder van (failliet verklaarde) B.V. die het feitelijk aanvraag- en afwikkelingsproces van de subsidies verzorgde. Mbt de Sti
Schadestaat. Vaststelling faillissementstekort.
In een schadestaatprocedure in vervolg op een veroordeling, als bedoeld in artikel 2:248 lid 5 BW, wordt de begroting van het boedeltekort niet beïnvloed door de mate waarin de curator erin slaagt de door de aansprakelijke bestuurder gemaakte aanmerkingen op het boedelbeheer te w
Curator spreekt (indirect) bestuurder van vier failliete vennootschappen aan. Grondslagen: (1) vordering uit rekening-courantverhouding, (2) aan vennootschap toekomende gelden ten onrechte op privérekening laten storten; (3) artikel 2:248 lid 2 BW (boekhoudplicht niet nagekomen).
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement ex art. 2:248 BW, schending publicatieplicht, wettelijk vermoeden niet weerlegd. Ook: Peeters/Gatzen-vordering, onrechtmatige selectieve betalingen.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Commissarissenaansprakelijkheid. Boekhoudingplicht.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onbehoorlijk bestuur? Lening (aanwending vreemd vermogen) met oog op nemen of verkrijgen aandelen in strijd met art. 2:207c lid 2 BW, onder meer in verband met hoogte uitkeerbare reserves? Stelplicht en bewijslast kennelijk onbehoorlij
Gedaagden zijn in oprichtingsfase van een BV in naam van die vennootschap verplichtingen aangegaan; ten tijde van de oprichting van de BV verkeerde de onderneming financieel reeds op de rand van de afgrond. Bij oprichting van de BV en daarop volgende bekrachtiging was een faillis
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:207c lid 2 geen vrij uitkeerbare reserve aanwezig. Beroep op art. 42 Fw is verjaard. Art 9:52 lid 1, aanhef en onder d BW. Hoogte vergoeding managementwerkzaamheden. Ten onrechte bedragen in rekening courant afgeboekt. Onbehoorlijke factuur ar
Accountants hebben rapport opgesteld zonder wederhoor toe te passen. D.i. onrechtmatig (beroepsfout). Geen causaal verband o.d. en gestelde schade.
Tussenvonnis. Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep van curator op bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW in verband met de schending van de administratie- en boekhoudplicht (artikel 2:10 BW) en de publicatieplicht (artikel 2:394 BW). De artikelen 2:248 en 2:9 BW hebben slecht