Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulli
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onbehoorlijk bestuur? Lening (aanwending vreemd vermogen) met oog op nemen of verkrijgen aandelen in strijd met art. 2:207c lid 2 BW, onder meer in verband met hoogte uitkeerbare reserves? Stelplicht en bewijslast kennelijk onbehoorlij
Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op voet van art. 2:248 BW voor boedeltekort; begroting tekort in schadestaatprocedure na een veroordeling als bedoeld in art. 2:248 lid 5.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Publicatie- en administratieplicht geschonden; ook overigens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling (feitelijk beleidsbepaler). Onvoldoende onderbouwd dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillisseme
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW. Verlieslatende ondernemingsactiviteiten van een eerder gefailleerde BV zijn op gelijke wijze voortgezet in een nieuw opgerichte BV die ook gefailleerd is. Het voortzetten en continueren van de verlieslatende ondernemingsactiviteiten met inhe
Hoger beroep; bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; na ziekte bestuurster/apothekeres nam echtgenoot waar; bij ontstentenis benoemd tot statutair bestuurder; tevens feitelijk beleidsbepaler, ook als een waarnemend/beherend apotheker statutair bestuurder zou zijn geweest;
Ten aanzien van gevoegde zaak 18-266: Art. 2:248 BW. De curator stelt de voormalig (middellijk) bestuurder van de failliet aansprakelijk voor het boedeltekort. Vaststaat dat niet is voldaan aan de publicatieplicht uit artikel 2:394 BW. Onbehoorlijke taakvervulling. Bestuurder hee
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement
Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op voet van art. 2:248 BW voor boedeltekort; begroting tekort in schadestaatprocedure na een veroordeling als bedoeld in art. 2:248 lid 5.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid o.v.v. art. 2:248 BW. (Mede)beleidsbepaler in zin van art. 2:248 lid 7, eerste zin BW.
2:248 BW - aansprakelijkheid bestuurder en feitelijk beleidsbepaler voor faillissementstekort - schending boekhoud- en publicatieplicht - vermoeden niet weerlegd - geen matiging bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Toewijzing. Matiging. Verwijzing naar schadestaat
Geen bestuurdersaansprakelijkheid: Weerlegging vermoeden art. 2:248 lid 2, maatstaf art. 2:248 lid 1 BW, geen schending art. 2:9 BW
Artikelen 2:248 leden 2,3,4 en 7 BW, 2:10 en 2:11 BW. Heeft grootaandeelhouder feitelijk beleid bepaald als ware hij bestuurder? Het hof is anders dan de rechtbank van oordeel dat grootaandeelhouder weliswaar invloed heeft gehad op het beleid maar niet is gebleken dat hij heeft o
Het hof is met de curator van oordeel dat, waar [appellant 1] als bestuurder elke bemoeienis met het bestuur van Old Oak BV achterwege heeft gelaten, te zijnen aanzien reeds daarom geen grond tot matiging bestaat. Met betrekking tot [appellant 2] heeft te gelden dat deze (feiteli
Bestuurdersaansprakelijkheid. Vorderingen curator tot veroordeling (middellijk) bestuurders grotendeels afgewezen.
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (artikel 2:248 BW) en op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Doorstart van modeketens uit eerder faillissement, waarbij activa van passiva gescheiden worden gehouden. Opvolgend faillissement van personeelsvennootschappen
Incident voeging (art. 222 lid 1 Rv). Toewijzing. De beoordeling van de aansprakelijkheid van de vennootschappen in de ene procedure hangt samen met het handelen van de (natuurlijk persoon) bestuurder van die vennootschappen in de andere procedure. Het enkele feit dat verschillen
Hoofdzaak en vrijwaring. Bestuurdersaansprakelijkheid (2:248 BW). Zorgfraude. Feitelijk beleidsbepaler. Voor het gevorderde bestuursverbod wordt een zienswijze gevraagd (106c Fw).
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (o.g.v. art. 2:248 BW) en bestuursverbod.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:9, 2:10 en 2:248 lid 1 en lid 2 BW. Vordering faillissementscurator tegen bestuurders faillietverklaarde vennootschap. Financiering koop kasteel Beverweert. Kennelijk onbehoorlijk bestuur doordat bestuurders niet erop mochten vertrouwen dat fi
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; schending administratie- en publicatieplicht (art. 2:248 BW). Voorschot en bestuursverbod (art. 106a FW). Overeenkomst van geldlening; echtheid van overeenkomst; uitleg afspraken; terugbetaling. Onverschuldigde betaling.
aansprakelijkheid (indirect) bestuurder voor faillissement vennootschap (art. 2:248 BW, leegtrekken vennootschap), vernietiging rechtshandelingen ogv art. 42 F
Aansprakelijkheid van de bestuurder op grond van artikel 2:248 BW. Schending van de administratieplicht.
2:248 BW, 106a Fw. Verstek tegen twee gedaagden. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Verwijzing naar de schadestaatprocedure. Afwijzing gevorderd voorschot in afwachting van de schadestaatprocedure wegens onvoldoende belang. Toewijzing bestuursverbod.