Het geding in hoger beroep is dan ook in essentie beperkt tot de vraag of [appellant 1] erin is geslaagd het wettelijk vermoeden dat zijn onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement, te weerleggen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
20 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/055HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei, t e g e n Mr. Otto Evert DE WITT WIJNEN, in zijn hoedanigheid van curator
6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/278HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2], gevestigd resp. wonende te [plaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n Mr. Pieter Marius GUNNING, in zijn hoedanigheid van cur
5 september 2003 Eerste Kamer Nr. C01/052HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. T. van den Bout, t e g e n Mr. Patrick Jan TRIJZELAAR, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [v
-
-
-