bestuurdersaansprakelijkheid/ schending publicatieplicht; geen onbelangrijk verzuim/ andere oorzaak faillissement niet komen vast te staan/ privé-uitgaven ten laste van de in zwaar weer verkerende vennootschap levert ook onbehoorlijk bestuur op.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Faillissement incassobureau. Jaarrekeningen niet gepubliceerd. Bestuurdersaansprakelijkheid. Feitelijk leidinggevende? Matiging? Voorschot?
Aansprakelijkheid voor tekorten in faillissementen op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 BW). Benadeling van schuldeisers.
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet nakomen loonverplichtingen uit de cao voor Uitzendkrachten na failissement vennootschap.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 lid 1 BW. Is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur? Is dat een belangrijke oorzaak van het faillissement geweest? Samenhang met 17/05253 en 17/05255.
Bestuurdersaansprakelijkheid
Indirect bestuurder respectievelijk feitelijk bestuurder van failliet bouwbedrijf aansprakelijk voor boedeltekort op grond van artikel 2:248 BW. Boekhoudplicht geschonden. Bestuurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakver
Valse administratie, artikel 2:10 BW en bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW
Aansprakelijkheid bestuurder/feitelijk beleidsbepaler op grond van artikel 2:248 lid 1 BW; afromen van omzet als belangrijke oorzaak van faillissement; Bewijslast en falend beroep op matiging.
Faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Niet voldaan aan boekhoudplicht (art. 2:10 BW) en niet voldaan aan publicatieplicht (art. 2:394 BW). Op grond van artikel 2:248 lid 2 BW wordt onbehoorlijke taakvervulling vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn, indien het best
Aansprakelijkheid van (indirect) bestuurder van vennootschap die is gefailleerd. Schending boekhoudplicht. Geen reden waarom de curator zich niet daarop mag beroepen. Vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW is niet weerlegd. Geen disculpering op de voet van art. 2:248 lid 3 BW. Geen ma
Aansprakelijkheid van (indirect) bestuurder van vennootschap die is gefailleerd. Schending boekhoudplicht. Vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW is niet weerlegd. Geen disculpering op de voet van art. 2:248 lid 3 BW. Geen matiging op de voet van art. 2:248 lid 4 BW.
art. 2:248 BW; matiging
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens overdracht bestuur bedrijf aan bepaalde (rechts)personen zonder voldoende onderzoek en overleg met malversaties als gevolg. Geen aanleiding tot matiging
Verzet. Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW wegens schending van de boekhoudplicht ex art. 2: 10 BW. Bestuurder heeft niet voldaan aan de verplichting om van de vermogenstoestand van de vennootschap en van alles betreffende de werkzaamheden van de vennootschap, naar de
Bestuurder failliete vennootschap aansprakelijk voor boedeltekort wegens niet-tijdige openbaarmaking jaarrekeningen (art. 2:248 jo. 2:394 BW).
Bestuurdersaansprakelijkheidszaak. Artikel 2:248 lid 2 BW. Schending publicatie- en administratieplicht. Geen onbelangrijk verzuim. Bestuurder aansprakelijk voor het boedeltekort. Geen matiging.
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 lid 1 BW, kennelijk onbehoorlijk bestuur, geen gronden voor matiging 2:248 lid 4. Bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor faillissementsdeficit na het onttrekken van liquiditeit aan de vennootschappen zonder rechtsgrond en zonder het bedingen
Ontoereikende boekhouding en niet voldaan aan publicatieplicht: dat leidt tot (onweerlegbare) vermoeden dat er sprake is van onbehoorlijke taakvervulling bestuurders en tot (weerlegbare) vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Bestuurders hebben niet a
Bestuurdersaansprakelijkheid. Algemene uitgangspunten; schending van de publicatieplicht; stelplicht en bewijslast ten aanzien van het weerlegbare vermoeden uit artikel 2:248 BW.
Verklaring voor recht dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur door bestuurder, hetgeen een belangrijke oorzaak is v/h faillissement van de B.V. en veroordeling van de bestuurder tot betaling van de schulden v/d B.V.
Schadestaat. Vaststelling faillissementstekort.
In een schadestaatprocedure in vervolg op een veroordeling, als bedoeld in artikel 2:248 lid 5 BW, wordt de begroting van het boedeltekort niet beïnvloed door de mate waarin de curator erin slaagt de door de aansprakelijke bestuurder gemaakte aanmerkingen op het boedelbeheer te w
Aansprakelijkheid voormalig bestuurder/aandeelhouder failliete B.V. Veroordeling voormalig bestuurder/aandeelhouder failliete B.V. tot betaling ter zake geldlening en tot betaling van het bedrag zo hoog als het totale tekort na verificatie in het faillissement wegens niet voldoen