Gedaagde was enig bestuurder en aandeelhouder van meerdere vennootschappen. In 2024 zijn tien van deze vennootschappen failliet verklaard. De curator spreekt gedaagde aan op grond van een onbehoorlijke taakvervulling als bestuurder van deze vennootschappen. Hij vordert onder ande
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
De curator heeft partij B en partij C in hun hoedanigheid van bestuurders van de failliete vennootschap in de hoofdzaak aangesproken voor het boedeltekort op grond van onbehoorlijk bestuur jegens de gezamenlijke schuldeisers. De curator is onder meer van mening dat partij B en pa
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, 2:248 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door bestuurder(s) en feitelijk medebeleidsbepaler, belangrijke oorzaak van het faillissement. Niet voldaan aan administratieplicht (2:10 BW); gevolgen van verschillende rechtshandelin
Eindvonnis na tussenvonnis met bewijsopdrachten. Een bestuurder is in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat hij dement was bij aanvang van zijn bestuurderschap, maar slaagt daar niet in. Geen beroep op disculpatiegrond van artikel 2:248 lid 3 BW. Ook geen matiging.
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW; onrechtmatige daad echtgenote; artikel 42 Fw.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; schending administratie- en publicatieplicht (art. 2:248 BW). Voorschot en bestuursverbod (art. 106a FW). Overeenkomst van geldlening; echtheid van overeenkomst; uitleg afspraken; terugbetaling. Onverschuldigde betaling.
Bestuurdersaansprakelijkheid – matiging wegens wijze van afwikkeling van het faillissement – Actio Pauliana – betwisting authenticiteit managementcontract
De rechtbank verklaart voor recht dat partij B 1 en 2 hun taak als bestuurders van het bedrijf onbehoorlijk hebben vervuld en veroordeelt hen tot betaling van het tekort in het faillissement van het bedrijf. Partij B hadden (gedeeltelijk) geen jaarrekeningen betreffende het bedri
Procedure na verwijzing door de HR. Bestuurdersaansprakelijkheid ogv 2:248 BW. Geen grond voor matiging
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van publicatie- én administratieplicht, dat geen onbelangrijk verzuim is en sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Andere belangrijke oorzaak voor het faillissement van de keukenzaak niet aannemelijk. Geen reden voor matiging
De curator houdt gedaagden als voormalige (indirecte) bestuurders van bedrijf 1 aansprakelijk voor het tekort in het faillissement van bedrijf 1, en gedaagde 1 als voormalig bestuurder van bedrijf 2 voor het tekort in het faillissement van bedrijf 2. De rechtbank wijst de primair
Bij vonnis van 24 augustus 2021 is het bedrijf in staat van faillissement verklaard. Gedaagde is een groot gedeelte van het bestaan van het bedrijf bestuurder geweest. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde de administratieplicht die geldt voor bestuurders van een vennootschap
aansprakelijkheid in faillissement van in het buitenland woonachtige bestuurder van buitenlandse bestuurder-vennootschap in hoedanigheid van feitelijk beleidsbepaler.
Incident vrijwaring met verweer. Gedaagde vordert dat hem wordt toegestaan om de curator, die eiser is, pro se in vrijwaring op te roepen. De rechtbank wijst de incidentele vordering af.
aansprakelijkheid bestuurder wegens het niet uitvoeren van bestuurswerkzaamheden
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW. Schending administratieplicht en schending publicatieplicht jaarrekeningen. Feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk op grond van artikel 2:248 lid 7 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Het hof komt op grond van drie van de vijf verwijten die de curator de bestuurder maakt tot het oordeel dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Bestuurdersaansprakelijkheid, onrechtmatige concurrentie en overig onrechtmatig handelen. Vorderingen curator toegewezen. Vorderingen in vrijwaringszaak afgewezen.
Bij de vraag, in het kader van artikel 2:248 BW, of kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement gaat het niet om de concrete uitspraak tot faillietverklaring, maar om de oorzaak van het ontstaan van een toestand van te hebben opgehouden
Artikelen 2: 248 BW, 2:10 BW en artikel 42 Fw. Bestuurdersaansprakelijkheidszaak. Curator verwijt vader als statutair bestuurder en zoon als feitelijk bestuurder onbehoorlijk bestuur. Er is niet voldaan aan de administartieplicht. De feitelijk bestuurder wordt aansprakelijk geho
Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagde heeft de belangrijkste, eigenlijk enige taak die de BV had, namelijk het innen van rente en aflossing van haar enige schuldenaar, veronachtzaamd. Omdat dit de ‘core business’ van de failliete BV was, wordt dit veronachtzamen als belangrijke
Tussenvonnis. Aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Bestuursverbod. De curator wordt opgedragen de rechtbank te informeren over de vraag of er andere rechtspersonen zijn waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is en zo ja, een uittreksel uit het Handelsregiste
Bestuurdersaansprakelijkheid. Starten met ondernemingsactiviteiten in de wetenschap dat er onvoldoende liquide middelen zijn. Verzet tegen uitvoerbaar bij voorraad vonnis gehonoreerd na afweging van belangen.
en inzake C/09/610083 / HA ZA 21-334 Tussenvonnis bestuurdersaansprakelijkheid. I.v.m. het gevorderde bestuursverbod moet de curator de rechtbank informeren over de andere rechtspersonen waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is. zie ook ECLI:NL:RBDHA:2023:12120
verstekarrest; vorderingen ex artikelen 2:248 BW en 106a Fw; bevoegdheid op grond van artikel 3 lid 1 van de herschikte Insolventieverordening (hierna: IVO (herzien)); geen grief tegen toepasselijk recht en artikel 7 lid 2 onder m) IVO (herzien); juridische en feitelijke bestuurd