Ondernemingsrecht, bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248 BW. Limitatieve opsomming matigingsgronden art. 2:248 lid 4, eerste zin, BW?
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:2
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW (en art. 2:11 BW). Matiging o.v.v. art. 2:248 lid 4 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhaalsvordering van curator op voet van art. 2:248 BW tegen bestuurder van gefailleerde vennootschap; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, ontzenuwen van wettelijk vermoeden bij een van buiten komende oorzaak, stelplicht- en bewijslastverdeling.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Publicatie- en administratieplicht geschonden; ook overigens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling (feitelijk beleidsbepaler). Onvoldoende onderbouwd dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillisseme
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid. Te laat deponeren jaarrekening, art. 2:394 lid 3 BW. Onbelangrijk verzuim, art. 2:248 lid 2 BW. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW. Matiging, art.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling bestuur. Disculpatie bestuurder? Art. 2:248 lid 3 BW?
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Limitatieve opsomming matigingsgronden in art. 2:248 lid 4 BW. Matiging aansprakelijkheid tot 10% van het boedeltekort onjuist of onbegrijpelijk?
Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid van bestuurder en beleidsbepaler (art. 2:248 BW) en commissaris (art. 2:259 BW jo. art. 2:248 BW). Aansprakelijkheid van enig aandeelhouder (art. 6:162 BW).
(Indirecte) bestuurders veroordeeld tot betaling van boedeltekort op grond van art. 2: 248 BW. Schending boekhoudplicht. Bewijsvermoeden niet weerlegd. Beroep op disculpatie verworpen. Geen redenen voor matiging. Voldoende grond toewijzing voorschot.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Medewerking bestuurder aan totstandkoming en uitvoering dividendbesluit in het kader van een overname. Vorderingen curator jegens (indirect) bestuurder, primair op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur, subsidiair op grond van onrechtmatige daad.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren,
Afgewezen vordering ex artikel 2: 248 BW in samenhang met 2:10 BW wegens niet (volledig) aangeleverde administratie. Bewijslastverdeling. Beroep op pauliana verjaard.
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW. Verlieslatende ondernemingsactiviteiten van een eerder gefailleerde BV zijn op gelijke wijze voortgezet in een nieuw opgerichte BV die ook gefailleerd is. Het voortzetten en continueren van de verlieslatende ondernemingsactiviteiten met inhe
Onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW. Onrechtmatige daad. Schade.
Aansprakelijkheid curator in faillissement wegens verkoop verpande bedrijfsvoorraad? Daartegenover: aansprakelijkheid (direct en indirect) bestuurder wegens onbehoorlijke taakvervulling jegens de boedel? Artikel 2:248 BW.
Onrechtmatige daad. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Feitelijk leidinggeven. Aansprakelijkheid commissaris. Aandeelhouder en bestuurders komen in hoger beroep nadat zij in eerste aanleg zijn veroordeeld tot vergoeding van de schade die de schuldeisers hebben geleden, respectieveli
bestuurdersaansprakelijkheid, niet voldaan aan boekhoudplicht en publicatieplicht; onbehoorlijke taakvervulling staat vast; is andere belangrijke oorzaak van faillissement aannemelijk gemaakt? Stelplicht bestuurder.
Aansprakelijkheid van feitelijk beleidsbepaler. Volledige terzijde stelling van formeel bestuurder is niet noodzakelijk voor het aannemen van aansprakelijkheid.
Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Art. 2:248 BW. Geen reden voor matiging van het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn.
Aansprakelijkheid van bestuurder wegens niet volstorten van aandelen vennootschap. Ongeoorloofd kasrondje. Het beroep van de bestuurder op het zogenaamde Biggles-arrest (NJ 1989/699) gaat hier niet op. De rechtbank stelt vast dat het gestorte bedrag nog vóór de oprichtingsdatum v
Bestuurdersaansprakelijkheid na het faillissement van tien bedrijven die allen tot hetzelfde concern behoren. Er is door de rechtbank bestuurdersaansprakelijkheid aangenomen op grond van artikel 2:248 lid 2 BW omdat de bestuurders het vermoeden van causaal verband tussen de onbeh
Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op voet van art. 2:248 BW voor boedeltekort; begroting tekort in schadestaatprocedure na een veroordeling als bedoeld in art. 2:248 lid 5.
In deze schadestaatprocedure gaat het om de vaststelling van de hoogte van de betalingsverplichting waartoe de bestuurder in het faillissement van de vennootschap is veroordeeld op grond van artikel 2:248 BW. Geen grond voor matiging als bedoeld in artikel 2:248 lid 4 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling. Geen andere belangrijke oorzaken voor het faillissement. Aansprakelijk voor boedeltekort.