Bestuurdersaansprakellijkheid faillissement. Opvolgende bestuurders. Management Buy Out.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Rechtsvermoeden ex artikel 2:248 lid 2 BW. Geen gering verzuim. Ex-bestuurders worden in de gelegenheid gesteld aannemelijk te maken dat andere feiten of omstandigheden dan hun onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest.
Het hof stelt voorop dat, naar door de curator terecht is aangevoerd, enige aanspraak van De Huizenbeurs in verband met het door [appellant] gestelde project haaks staat op de verklaring van [appellant] bij zijn faillissementsverhoor op 11 juli 2002 (prod. 5 concl.v.eis, tevens p
Een onverplichte betaling van € 419.535,33 op 30 december 2002 leidt, bij de onder 4.9 genoemde cijfers, tot de conclusie dat de solvabiliteit van de onderneming – die al niet groot was – welbewust verder wordt aangetast. Op grond daarvan is onmiskenbaar sprake van onbehoorlijk
bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid (2:248 BW; 6:162 BW); Vrijwaring.
De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagden aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van RCC.
Voor zover [appellante] al niet zou hebben geweten wat haar echtgenoot [A.] via NVR als "bestuurder" van [de B.V.] heeft gedaan, wat zij stelt maar het hof niet aannemelijk acht, heeft zij als strovrouw van haar echtgenoot [A.] hem en NVR kennelijk de vrije hand gelaten als "best
--
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement.
6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/278HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2], gevestigd resp. wonende te [plaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n Mr. Pieter Marius GUNNING, in zijn hoedanigheid van cur
-
-