Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijk bestuur (o.a. schending art. 2:10 BW). Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement (art. 2:248 lid 2 BW). Oplegging bestuursverbod (art. 106a Fw). Vrijwaring afgewezen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
In deze zaak ligt de vraag voor of gedaagde als enig bestuurder van het gefailleerde MKD B.V. op grond van artikel 2:248 BW aansprakelijk is voor het boedeltekort in het faillissement. Ter discussie staat onder meer of de boekhoudplicht is geschonden en wat de oorzaak is van het
Civiel recht. Bodemzaak. Faillissement coöperatieve vereniging. Op artikel 2:138 lid 1 en 2 BW gegronde vorderingen van de curator afgewezen.
Er is sprake van bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 1 en lid 2 BW vanwege een ondeugdelijke administratie bij de gefailleerde vennootschappen, maar ook vanwege onbehoorlijk bestuur op materiële gronden. De bestuurder heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat andere
Vordering tot betaling rekening-courantsaldi afgewezen. Strijd met de redelijkheid en billijkheid. Geen sprake van daadwerkelijke vordering. Schending administratieplicht en daardoor onbehoorlijke taakvervulling. Andere oorzaak van het faillissement.
Bestuurders aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW? Is het wettelijk vermoeden ontzenuwd?
Faillissement. Schending boekhoudplicht en deponeringsplicht. Bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor boedeltekort. Verwijzing naar schadestaat en voorschot op schadevergoeding. Bestuursverbod voor vijf jaar.
Bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van het faillissement van een vennootschap. De curator stelt de middellijk bestuurders aansprakelijk voor het boedeltekort en stelt een derde persoon aansprakelijk wegens zijn gestelde feitelijk leidinggevende rol. De rechtbank zet het re
Wel onbehoorlijke taakvervulling, geen belangrijke oorzaak van het faillissement. De directe aanleiding voor het faillissement is geweest dat de koper de onderneming niet heeft voortgezet, maar de vennootschap heeft gebruikt voor onverklaarbare financiële transacties.
(Buiten)gerechtelijke verklaringen voldoen niet aan eisen art. 476a en 476b Rv. Derde beslagene wordt veroordeeld tot betaling van het gehele bedrag waarvoor beslag is gelegd (477a lid 1 Rv). Ook veroordeling in daadwerkelijke proceskosten.
Bodemzaak. Persoonlijke aansprakelijkheid curator door een op voorhand evident kansloze procedure te voeren? Geoordeeld wordt dat dit niet het geval is.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Turboliquidatie. Bestuurder valt persoonlijk een ernstig verwijt te maken dat hij tot ontbinding van de BV's is overgegaan zonder de vereffeningsprocedure te volgen terwijl er nog baten waren. Verwijzing schadestaat.
Deze zaak draait om de vraag of de bestuurders van een B.V., waaraan de provincie Overijssel subsidie heeft verstrekt, in privé aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement en/of andere schade op grond van artikel 2:248 BW, artikel 2:9 BW of artikel 6:162 BW. De rechtb
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 6:162 BW; turboliquidatie; aansprakelijkheid indirect bestuurder jegens schuldeiser tevens investeerder.
Bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248, 2:9, 2:162 BW. De onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement? Aansprakelijkheid bestuurder van holding voor gevoerd beleid bij groepsvennootschappen?
Art. 2: 248 lid 2, 2:10, 2:394 BW. Niet voldaan aan wettelijke publicatie- en administratieplicht. Daardoor sprake van bestuurdersaansprakelijkheid op grond waarvan gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurders zijn niet aansprakelijk op grond van het tweede lid van artikel 2:248 BW, en ook niet op grond van het eerste lid van dat artikel. Zij zijn wel aansprakelijk op grond van artikel 2:9 BW. In de schadestaatprocedure zal de curator moeten st
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Toepassing Blue Tomato-arrest. Aannemelijk dat brand bedrijfspand en andere omstandigheden belangrijke oorzaken zijn van faillissement. Vordering afgewezen.
Kort gezegd verwijt de curator partij B 2, als feitelijk beleidsbepaler, en Partij B 3, als voormalig bestuurder van het bedrijf, onbehoorlijk bestuur. Volgens de curator zijn zij aansprakelijk voor het tekort in de boedel van het bedrijf. Daarnaast verwijt de curator partij B 4
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht op grond van artikel 2:248 lid 2 BW; matiging aansprakelijkheid van individuele bestuurder op grond van artikel 6:109 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid voor faillissementstekort. Verjaring gestuit. Niet-tijdig deponeren jaarrekening. Geen onbelangrijk verzuim. Andere belangrijke oorzaak faillissement niet aannemelijk gemaakt. Geen gronden voor matiging. Onbehoorlijke taakvervulling.
Afwijzing eis. Geen overeenkomst waarmee gedaagde zich hoofdelijk verbonden heeft om een schuld van de vennootschap te voldoen. Ook geen onrechtmatige daad als vereffenaar of als bestuurder vennootschap.
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. De curator stelt vier (al dan niet middellijke) bestuurders aansprakelijk voor een faillissementstekort. Naast formele verweren, zoals rechtsverwerking en obscuur libel, wordt door gedaagden onder meer aangevoerd dat de vordering is
Partijen hebben voor het uitbreken van de corona-pandemie een overeenkomst gesloten met betrekking tot het organiseren van een personeelsfeest voor 250 personen op 3 juli 2020, te houden op een binnenlocatie met buitenterrein. Gedaagde (opdrachtgever) laat op 29 april 2020 weten
Opheffing conservatoir beslag, toewijzing