bestuurdersaansprakelijkheid
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
bestuurdersaansprakelijkheid; 2:248 lid 2, geen onbelangrijk verzuim, overschrijding termijn 2:394 lid 1 BW; andere feiten en omstandigheden als oorzaak faillissement (dan onbehoorlijk bestuur) niet aannemelijk gemaakt; hoogte boedeltekort en beroep op matiging ogv 2:248 lid 4 BW
bestuurdersaansprakelijkheid; 2:248 lid 2, geen onbelangrijk verzuim; overschrijding termijn 2:394 lid 1 BW; andere feiten en omstandigheden als oorzaak faillissement (dan onbehoorlijk bestuur) niet aannemelijk gemaakt; hoogte boedeltekort en beroep op matiging ogv 2:248 lid 4 BW
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. Stelplicht en bewijslast o.g.v. artikel 2:248 BW en inzake Peeters/Gatzen-vordering. Selectieve betaling in zicht van faillissement?
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbelangrijk verzuim. Termijnoverschrijding art. 2:394 lid 2 bw
Hoger beroep van het vonnis ECLI:NL:RBOVE:2014:890; bestuurdersaansprakelijkheid faillissement wegens dividend tegen de achtergrond van omvangrijke correctienota’s UWV en naheffingsaanslagen, mislopen van aanbesteding en staking van ondernemingsactiviteiten
Pauliana, verrekening en onrechtmatig handelen. Koop van activa, betaling koopprijs door verrekening met vordering op latere failliet. Niet mogelijk alleen de verrekening aan te tasten op grond van de pauliana. Geen belang bij vernietiging verrekeningsafspraak. Verrekening zelf o
Artikelen 2:248 leden 2,3,4 en 7 BW, 2:10 en 2:11 BW. Heeft grootaandeelhouder feitelijk beleid bepaald als ware hij bestuurder? Het hof is anders dan de rechtbank van oordeel dat grootaandeelhouder weliswaar invloed heeft gehad op het beleid maar niet is gebleken dat hij heeft o
Ontbinding vennootschap zonder vereffening. Het achterwege laten van een vereffening na ontbinding van een vennootschap, ondanks de aanwezigheid van baten en een schuldeiser, moet als onrechtmatig worden beschouwd tegenover die schuldeiser. De rechtbank is van oordeel dat heropen
Schending boekhoudplicht art. 2:10 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid art. 2:248 lid 2 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid, Failliete vennootschap (indirect) gecontroleerd door dga, Onttrekking eigen vermogen voor faillissement vennootschap door agio-uitkering aan de enig aandeelhouder, Verrekening agio-uitkering met schuld aan vennootschap, Benadeling gezamenlijke schuld
Insolventierecht. Voordracht van rechter-commissaris tot inbewaringstelling van bestuurder van failliet, art. 87 lid 1 Fw. Maatstaf; eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Geen strijd met art. 5 en 6 EVRM. Ontvankelijkheid van door rechter-commissaris tegen beschikking in
persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder ex art. 248 lid 2 BW of art. 2:248 lid 1 BW; administratieplicht art. 2:10 BW
Gedaagden 1 en 2 in hoofdzaak/eisers 1 en 2 in vrijwaring zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement (2:248 lid 1 BW jo. artikel 2.11 BW)
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Handelen in strijd met artikel 2:10 BW en artikel 2:207c (oud) BW.
Afwijzing vordering wettelijke rente bij veroordeling van bestuurder op de voet van art. 2:248 BW, nu het berekenen van wettelijke rente over het uiteindelijke tekort zou betekenen dat na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst nog vermogen zou resteren en art. 2:248 BW
Schending boekhoudplicht (artikel 2:10 BW). Beroep op disculpatie slaagt (artikel 2:248 lid 3 BW)
Aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement, art. 2:248 BW, onbehoorlijke taakvervulling. Het behoeft geen betoog dat als gevolg van die handelwijze van gedaagde sub 2 in de hoofdzaak – te weten het meenemen van administratie en commerciële gegevens van Pondac, het aanschrijve
Vennootschapsrecht; faillissementsrecht; procesrecht; bestuurder, kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; aansprakelijkheid; strekking 2:11 en 2:248 lid 7 BW; onverschuldigde betaling; door de rechter zelf aangedragen rechtsgrond.
Bij de verplichting administratie te voeren en gegevens te bewaren gaat het er niet om dat achteraf mogelijk alsnog verklaringen kunnen worden gegeven voor in de administratie opgenomen posten, maar dat uit die administratie zelf zonder al te veel moeite de rechten en de verplich
Het hof is met de curator van oordeel dat, waar [appellant 1] als bestuurder elke bemoeienis met het bestuur van Old Oak BV achterwege heeft gelaten, te zijnen aanzien reeds daarom geen grond tot matiging bestaat. Met betrekking tot [appellant 2] heeft te gelden dat deze (feiteli
-
-
Eindvonnis. Omvang van de rechten van de pandhouder op vermogensbestanddelen van failliet, voor en na datum faillissement. Pandrechten op NOW en TVL gelden?
Bestuurdersaansprakelijkheid