Artikel 2:248 lid 2 BW. In casu aan publicatieplicht voldaan. Daaraan doet niet af dat de jaarrekening niet binnen acht dagen na de vaststelling ervan openbaar is gemaakt. In casu ook aan boekhoudplicht voldaan. Het ontbreken van een aparte voorraadadministratie doet daaraan in d
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW in het onderhavige geval is aangevangen op het moment van ontvangst door [geïntimeerde sub 1 en sub 2] van de dagvaarding door de curator, dus op 11 december 1997. Het hof overweegt hie
Dat het faillissement van de vennootschappen het beoogde gevolg was van een dergelijk vooropgezet plan, heeft de curator – mede gelet op zijn stelplicht in dezen – echter onvoldoende onderbouwd. In dat verband kan in zijn algemeenheid worden geconstateerd dat vele van de aantijgi
Bij de beoordeling van deze stellingen stelt het hof voorop dat het er niet om gaat of de onderneming Blue Tomato zonder de brand, respectievelijk de weigering van de verzekeraar uitkering te doen, ook zou zijn gefailleerd, zoals de curator aanvoert, doch of [appellant] voldoende
Bestuurdersaansprakelijkheid; tegen bewijs; beperkte overschrijding publicatietermijn
Aansprakelijkheid bestuurder van besloten vennootschap bij failissement. Onbehoorlijk bestuur. Bestuurder slaagt in bewijs dat faillissement van de vennootschap in belangrijke mate is veroorzaakt door omstandigheden die met onbehoorlijk bestuur niets van doen hadden.
Processuele verwikkelingen m.b.t. al dan niet verschijnen, concluderen etc. Bewijslastverdeling t.a.v. onbehoorlijke taakvervulling als oorzaak van faillisement.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Uitleg van de termijn genoemd in artikel 2:248 BW. Onbehoorlijke taakvervulling? Artikelen 2;248 lid 2, 2:9, 211, 6:162 BW". Paulianeus handelen door de bestuurder?
Bestuurdersaansprakellijkheid faillissement. Opvolgende bestuurders. Management Buy Out.
Rechtsvermoeden ex artikel 2:248 lid 2 BW. Geen gering verzuim. Ex-bestuurders worden in de gelegenheid gesteld aannemelijk te maken dat andere feiten of omstandigheden dan hun onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest.
"(..)"Gedaagden sub 3 en 4 waren van 11 februari 1987 tot 11 mei 2004 bestuurder van Industrial Plastics Holding B.V. (hierna: IPH). Gedaagde sub 1 was dit van 30 maart 2001 tot 11 maart 2004. Sinds 11 mei 2004 is gedaagde sub 2 bestuurder. "(..)" "(...)"2.2. IPH is aandeelhoudst
Het hof stelt voorop dat, naar door de curator terecht is aangevoerd, enige aanspraak van De Huizenbeurs in verband met het door [appellant] gestelde project haaks staat op de verklaring van [appellant] bij zijn faillissementsverhoor op 11 juli 2002 (prod. 5 concl.v.eis, tevens p
Faillissementsrecht. Vennootschapsrecht; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; niet-nakoming boekhoudverplichting (81 RO).
Tegenbewijs ex artikel 2:248 lid 2 BW: de bestuurder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat een krimpende markt en hoge vaste lasten een belangrijke oorzaak van het faillissement vormen.
bestuurdersaansprakelijkheid
bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248 BW
Bestuurdersaansprakelijkheid
Faillissement, boekhoudplicht, anbehoorlijk bestuur, voorschot betaling faillissementstekort.
Vonnis in verzet. Bestuurdersaansprakelijkheid. Op basis van artikel 2:10 lid 1 BW is het bestuur verplicht een zodanige administratie te voeren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vennootschap kunnen worden gekend. Vast is komen te staan dat Visser Beheer haar
Is appellant ingevolge artikel 2:248 lid 1 BW dan wel op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk voor het boedeltekort in het faillissement van geïntimeerde?
Geen persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders voor onbetaald gelaten facturen. Na schorsing van de bouwwerkzaamheden wegens financiële redenen, laten bestuurders de werkzaamheden hervatten. Rechtbank is van oordeel dat ook op dat moment moet worden bekeken of voor de bestuurder
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissemement. Schending publicatieplicht. Externe oorzaken. Onbehoorlijk bestuur neemt in het geheel van factoren dat tot faillissement heeft geleid geen opvallende plaats in.
Noch de inhoud van het in de renvooiprocedure gewezen vonnis, noch het vonnis van 6 december 1999, noch wat Ballast Nedam over de aan de verificatievergadering voorafgaande gedachtenwisseling tussen haar en de curator concreet meedeelt, rechtvaardigt de conclusie dat [geïntimeerd
Geldvordering in kort geding; (mede-)beleidsbepaler als ware hij bestuurder?; 2:248 BW; 2:10 BW; 2:394 BW; onrechtmatige selectieve betalingen?
De rechtbank lijkt er van uit te gaan dat, als [appellant sub 2] fulltime beschikbaar moet zijn voor Mens|Data B.V., zij dus niets anders kan doen. Dat is niet zo: “fulltime” beschikbaar zijn is iets anders dan “permanent” beschikbaar zijn. Onder “fulltime” pleegt verstaan te wor