Bestuurdersaansprakelijkheid. Betekenis van fiscale en strafrechtelijke uitspraken in dit verband
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Art. 223 RV lid 1 en lid 2.
Verzetzaak. De kernvraag is of er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur door eiser in verzet van STH. De curator heeft zijn vordering gestoeld op artikel 2:248 lid 2 en 2:248 lid 1 BW.
aansprakelijkheid bestuurder; kennelijk onbehoorlijk bestuur; art. 2:9 BW; art. 2:10 BW; art. 2:11 BW:art. 2:248 BW
Bewijsvermoeden dat kennelijk onbehoorlijk bestuur belangrijke oorzaak van faillissement was, in hoger beroep ontzenuwd. Jaarstukken te laat gedeponeerd. Na deskundigenbericht wijst het hof de vorderingen van de curator alsnog af.
Bstuurdersaansprakelijkheid jegens failliete boedel.
-
Faillissement. Hebben gedaagden de geïncasseerde bedragen ten onrechte niet aan de boedel afgedragen. subsidiair zijn zij ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van de boedel, meer subsidiair moeten zij de geïncasseerde vorderingen op grond van de redelijkheid en billijkheid aan de
Curator spreekt gewezen bestuurder aan met vordering op grond van onbehoorlijke taakvervulling en met vordering op grond van onrechtmatige daad vanwege "selectieve" betaling van crediteuren. A. Omdat jaarstukken te laat zijn gedeponeerd, heeft bestuurder zijn taak onbehoorlijk ve
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurder maakt voldoende aannemelijk dat economische tegenspoed belangrijke oorzaak is voor het faillissement. Bestuurder ontzenuwt het vermoeden dat een onbehoorlijke taakvervulling het faillissement in belangrijke mate heeft veroorzaakt. Volgt af
Onbehoorlijke taakvervulling van bestuurder, weerlegbaar vermoeden. Faillissement van vennootschap die enkele computerwinkels exploiteerde. Aannemelijk is gemaakt dat andere feiten en omstandigheden (kort gezegd: externe oorzaken, waaronder de economische recessie) het faillissem
bestuursaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW, omvang schade, beroep op matiging
De curator stelt dat gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort op grond van art. 2:248 BW, reeds omdat de jaarrekeningen 2004 en 2005 van failliet niet openbaar zijn gemaakt en er bij failliet in strijd met de verplichtingen ex art. 2:10 BW geen administratie aangetroffen i
Veroordeling van bestuurder tot betaling aan curator van het faillissementstekort op grond van onbehoorlijke taakvervulling die belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement.
Omdat de bestuurder heeft verzuimd twee jaarrekeningen van de Holding tijdig te publiceren staat vast dat hij zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld het vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement
Vordering van een curator op grond van bestuurdersaansprakelijkheid tegen de formele bestuurder en de feitelijke bestuurder van een later failliet verklaarde vennootschap. Vordering tot schadevergoeding van een tussenkomende partij. Samenloop van onrechtmatig handelen door de bes
Vermogensrecht. Verjaring. Advocaat aansprakelijk voor niet tijdig stuiten van verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW van vordering (van degenen die vanwege een dividenduitkering ingevolge art. 2:248 BW aansprakelijk zijn voor tekort in boedel) op adviseur die hen heeft aangeraden deze
Vennootschapsrecht. Bestuurderaansprakelijkheid.
Procesrecht. Hoger beroep; eiswijziging die voortvloeit uit bij pleidooi aangevoerde nieuwe grief; uitzondering op strakke regel, dat eiswijziging schriftelijk moet worden gedaan (art. 130 lid 1 Rv.) en in beginsel niet op later moment dan bij memorie van grieven of van antwoord
Bestuurdersaansprakelijkheid. Tegenbewijs tegen het bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW.
Faillissement. Aansprakelijkheid voormalig bestuurders vanwege schending publicatieplicht en boekhoudplicht. Vermoeden dat zuljs een belangrijke oorzaak was van het faillissement. Veroordeling tot betaling van faillissementstekort. Voorschot op schadevergoeding. Aansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid ( in faillissement). Eerst moeten bestuurders de boekhouding die bij de boekhouder ligt aan de curator overhandigen.
Vordering in kort geding tot opheffing van conservatoir beslag Bij de beoordeling van de vraag of summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door gedaagdem, de curator van de failliette vennootschap, ingeroepen recht is van belang of er sprake is van persoonlijke aanspra
Schending publicatie- en boekhoudplicht, artikelen 2:394 lid 3 en 2:10 lid 1 BW. Niet lang na een inval door de politie bij het autoverhuurbedrijf van gedaagden, waarbij gedaagden zijn aangehouden voor witwassen en het wagenpark in beslag is genomen, gaat het bedrijf failliet. Ei
Geschil tussen curator en (indirect) voormalig bestuurder gefailleerde vennootschap, met als inzet gelden op derdenrekening. Vraag of vorderingen op curanda bestaan die door pandrechten gesecureerd zijn.