Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248 BW; publicatieplicht; geding na verwijzing
BV maakt haar ex-bestuurder een groot aantal verwijten. Hof acht geen van die verwijten voldoende ernstig om tot aansprakelijkheid te concluderen.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Jaarrekeningen niet tijdig gedeponeerd. Bestuurder maakt aannemelijk dat faillissement een andere oorzaak had. Een hotel-bouwproject is failliet gegaan. Dit project was ondergebracht in een besloten vennootschap. Een ander goedlopend hotel, ook onder
Bestuurdersaansprakelijkheid, curator stelt bestuurder aansprakelijk niet voldoen aan deponeringsplicht boekhoudplicht namelijk geen deugdelijke administratie ten behoeve van de curator. Geen inzicht in kosten van projecten. De vennootschappen zijn hier failliet gegaan als gevolg
Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 2 juncto 2:10 (Boekhoudplicht) en art. 2:394 BW. Verweer dat wat betreft de publicatieplicht sprake is van een onbelangrijk verzuim, slaagt, gelet op HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7189 rov. 3.6.2. en HR 1 november 2013 ECLI:NL:H
Hoger beroep van ECLI:NL:RBARN:2011:BR0169; bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW; belangenconflict van medeaandeelhouder tevens schuldeiser; beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit; onbehoorlijke taakvervulling; vermindering van aansprakelijkheid van afzond
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement ex art. 2:248 BW, schending publicatieplicht, wettelijk vermoeden niet weerlegd. Ook: Peeters/Gatzen-vordering, onrechtmatige selectieve betalingen.
Geen bestuurdersaansprakelijkheid vanwege enkele feit dat jaarrekening na de faillietverklaring niet is gepubliceerd. Uitleg cessieakte.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling bestuur. Disculpatie bestuurder? Art. 2:248 lid 3 BW?
artikel 2:248 BW; na ontzenuwing vermoeden van lid 2 door aangesproken bestuurder moet curator aannemelijk maken dat onbehoorlijk bestuur nochtans mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest; HR 30-11-07, NJ 2008-91 (Blue Tomato).
aansprakelijkheid voor tekort in faillissement? Voormalig bestuurder vennootschap ook voormalig bestuurder/penningmeester stichting die aandelen vennootschap houdt. Stichting beleidsbepaler als bedoeld in art. 2:248 lid 7 BW.
Artikel 2:248 BW. Publicatieplicht en administratieplicht geschonden. Bestuurders maken aannemelijk dat andere omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. De curator maakt vervolgens niet aannemelijk dat onbehoorlijk bestuur mede een belangrijke oor
persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder rechtspersoon (art. 6:162 BW), art. 2:9 BW en art 2:248 BW
Kan een vennootschap aan wie een krediet is verstrekt onder de voorwaarde dat haar indirect bestuurder jegens de bank een KIV afgeeft, aan die KIV rechten ontlenen. Uitleg KIV. Is het niet nakomen van de KIV jegens de bank onrechtmatig jegens die vennootschap? Levert het niet nak
contradictoir: bestuursaansprakelijkheid na faillissement
De rechtbank Overijssel heeft beslist dat de bestuurder/aandeelhouder van een failliete herenmodezaak in Enschede persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van dat bedrijf, omdat hij de onderneming onbehoorlijk heeft bestuurd. De schade bedraagt waarschijnlijk meer dan € 2.00
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van verplichting ex art. 2:394 BW. Bestuurder verweert zich met de stelling dat de boekhouding niet beschikbaar is door nalaten van boekhouder van vennootschap. Rechtbank oordeelt dat een dergelijke situatie – veronderstellenderwijs van de
Jaarrekening 224 dagen te laat gepubliceerd. Onbehoorlijke taakvervulling (Art. 2:248 lid 2 BW ) Onbelangrijk verzuim als het niet tijdig publiceren in de omstandigheden van het geval er niet op wijst dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Dit is met name het geval
Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementspauliana.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Klachten over rol ‘bestuurder’. Stelplicht en bewijslast. Begrip ‘belangrijke oorzaak van het faillissement’. Wettelijke vermoedens bij schending administratie- en publicatieplicht.
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. In hoger beroep wordt alsnog geoordeeld dat het vermoeden ontleend aan art. 2:248 lid 2 BW niet is weerlegd.
bestuurdersaansprakelijkheid?
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gestelde grondslag van vordering niet behandeld. Beoordeling onbehoorlijke taakvervulling. Boekhoudplicht art. 2:10 lid 1 BW; maatstaf; HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994, NJ 1993/713 (Brens q.q./Sarper). Elementen die van belang
Bestuurdersaansprakelijkheid Feitelijk bestuurder (art. 2:248 lid 7 BW) Peeters q.q./Gatzen-vordering Selectieve betalingen Betrokkenheid als derde Schade ten gevolge van een jegens de gezamenlijke schuldeisers gepleegde onrechtmatige daad Art. 6:162 BW