Vordering tot betaling rekening-courantsaldi afgewezen. Strijd met de redelijkheid en billijkheid. Geen sprake van daadwerkelijke vordering. Schending administratieplicht en daardoor onbehoorlijke taakvervulling. Andere oorzaak van het faillissement.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Bestuurders aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW? Is het wettelijk vermoeden ontzenuwd?
Faillissement. Schending boekhoudplicht en deponeringsplicht. Bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor boedeltekort. Verwijzing naar schadestaat en voorschot op schadevergoeding. Bestuursverbod voor vijf jaar.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Vordering afgewezen omdat ofwel geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur ofwel causaal verband ontbreekt tussen het kennelijk onbehoorlijk bestuur en het faillissement, althans de schade.
(Middellijk) bestuurders van een vennootschap hebben hun taak onbehoorlijk vervuld en dat is een belangrijke oorzaak van het faillissement. Aansprakelijk ex artikel 2:248 lid 1 BW jo 2:11 BW; (Middellijk) bestuurders van een andere vennootschap hebben onrechtmatig gehandeld jegen
Faillissementspauliana en bestuurdersaansprakelijkheid. Vestigen pandrecht ten behoeve van aandeelhouder een aangaan aflossingsverplichting jegens aandeelhouder. Bestuurder failliet is tevens bestuurder aandeelhouder.
Bestuurdersaansprakelijkheid, doorbraak, 2:248 BW, onjuiste grondslag
Wel onbehoorlijke taakvervulling, geen belangrijke oorzaak van het faillissement. De directe aanleiding voor het faillissement is geweest dat de koper de onderneming niet heeft voortgezet, maar de vennootschap heeft gebruikt voor onverklaarbare financiële transacties.
Deze zaak draait om de vraag of de bestuurders van een B.V., waaraan de provincie Overijssel subsidie heeft verstrekt, in privé aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement en/of andere schade op grond van artikel 2:248 BW, artikel 2:9 BW of artikel 6:162 BW. De rechtb
Bestuurdersaansprakelijkheid? Vorderingen afgewezen omdat ofwel aansprakelijkheid niet is komen vast te staan -geen kennelijk onbehoorlijk bestuur als oorzaak faillissement- ofwel schade niet is komen vast te staan in geval van onrechtmatige betaling.
Bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248, 2:9, 2:162 BW. De onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement? Aansprakelijkheid bestuurder van holding voor gevoerd beleid bij groepsvennootschappen?
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurders zijn niet aansprakelijk op grond van het tweede lid van artikel 2:248 BW, en ook niet op grond van het eerste lid van dat artikel. Zij zijn wel aansprakelijk op grond van artikel 2:9 BW. In de schadestaatprocedure zal de curator moeten st
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht op grond van artikel 2:248 lid 2 BW; matiging aansprakelijkheid van individuele bestuurder op grond van artikel 6:109 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijk bestuur met faillissement tot gevolg. Gedaagden hoofdelijk aansprakelijk voor boedeltekort. Geen gronden voor matiging.
Civiel recht."Bodemzaak". Faillisement".Bestuursaansprakelijkheid". "Artikel 2:248 BW". Gedaagde heeft als bestuurder vd vennootschap zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld Aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is vh faillissement vd vennootschap.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Vader van (feitelijk) bestuurder stelt betaalrekening en inventaris ter beschikking aan vennootschap. Geen feitelijk bestuurder. Geen daden van bestuur. Bedacht zijn op risico van benadelen schuldeisers. Schade geen gevolg van ter beschikking stellen
Hoofdzaak. Ondanks schending publicatieplicht bestuurder niet aansprakelijk voor faillissementstekort op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Het betoog van de bestuurder, dat andere feiten of omstandigheden dan de (op basis van de schending van de publicatieplicht vaststaande) onbe
bestuurdersaansprakelijkheid, boekhoudplicht, publicatieplicht, bewijsvermoeden, katvanger
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement.
curator q.q. vordert (verkort weergegeven) dat de rechtbank zijn vordering in het faillissement erkent tot een bedrag van € 475.029,08. Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank erkent de vordering die [curator] q.q. in het faillissement heeft ingediend.
Bestuurder aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. Niet voldaan aan deponeringsplicht (2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim nu meerdere jaren niet zijn gedeponeerd. Arrestatie bestuurder vlak voor faillietverklaring ontzenuwt bewijsvermoeden niet.
Art. 2:248 en 2:10 BW. Niet voldaan aan de wettelijke administratieplicht. Daardoor sprake van bestuurdersaansprakelijkheid op grond waarvan gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort.
Faillissement zorgbureaus. Aansprakelijkheid voor ontstane faillissementstekorten. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Administratieplicht op ernstige wijze geschonden. Civielrechtelijk bestuursverbod voor de tijd van vijf jaar.
Bestuurdersaansprakelijk; schending boekhoudplicht; belangrijke oorzaak van het faillissement? Pauliana
Onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 lid 1 BW door selectieve toedeling van inkomsten van een groep vennootschappen aan leden van die groep met faillissement van een van de vennootschappen als gevolg. Auteursrecht, stilzwijgende licentie