rekening-courantvordering gefailleerde holding op bestuurders. Boekhoudkundige fout of reële vordering. Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:248 lid 2 BW. Weerlegging wettelijk vermoeden. Corona als belangrijke oorzaak faillissement.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
2:248 BW, 106a Fw. Verstek tegen twee gedaagden. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Verwijzing naar de schadestaatprocedure. Afwijzing gevorderd voorschot in afwachting van de schadestaatprocedure wegens onvoldoende belang. Toewijzing bestuursverbod.
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2022:5238. 2:248 BW Bestuurders niet aansprakelijk: vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement: vordering ex artikel 2:248 lid 1 BW, artikel 2:9 BW en artikel 6:162 BW. Verwijten van de curator dat de beslissing om een harde omzetgroeiversnelling uit te voeren door de bestuurders niet deugdelijk is voorbereid, de groeibeslissin
Gedaagden waren (indirect) bestuurders van de vennootschap. Na het faillissement van de venootschap is een aantal schuldeisers onbetaald gelaten. De curator vordert in deze procedure onder andere veroordeling van gedaagden tot betaling van het boedeltekort. Deze vordering wordt t
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Vordering van curator is niet verjaard. Bewijsvermoeden dat voeging in strafzaak de verjaring heeft gestuit is niet ontzenuwd door (indirect) bestuurders. Toepasselijkheid artikel 3:310 lid 4 BW. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Omvan
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW. Schending administratieplicht en schending publicatieplicht jaarrekeningen. Feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk op grond van artikel 2:248 lid 7 BW.
Kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW. Niet voldaan aan publicatieplicht artikel 2:394 BW. Niet afbouwen en verder laten oplopen rc-schuld en uitkeren van dividend bedrag van omvang als aan de orde zou in de omstandigheden geen redelijk denkend bestuurder doen. Belan
Bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid. Artikel 2:9, 216, 248 en 394 en 6:162 BW. Rechtsverwerking. Voor vermoeden van 2:248 lid 2 (te late deponering jaarrekening) is de 12-maandstermijn na einde boekjaar (2:394 lid 3) relevant, niet de 8-dagentermijn na v
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Het hof komt op grond van drie van de vijf verwijten die de curator de bestuurder maakt tot het oordeel dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelt dat bestuurders van een bedrijf onbehoorlijk hebben gehandeld. Zij worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het boedeltekort en om aan de curator een voorschot te betalen op wat zij aan de boedel zijn verschuldigd.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurder kan ernstig verwijt worden gemaakt omdat hij ofwel niet heeft geacteerd op post die aan de vennootschap is gezonden ofwel er niet voor heeft gezorgd dat hij van die post kennis heeft genomen. Daardoor zijn af te dragen pensioenpremies en s
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW; schending publicatie- en administratieplicht; bestuursverbod.
Geen feitelijk beleidsbepaler. Schending boekhoudplicht? Uitwinning pandrechten. Bedrijfsovername; zijn referentiegegevens inzake het fosfaatreductieplan (per 1 januari 2018 fosfaatrechten) in de koop inbegrepen? Uitleg koopovereenkomst.
Bestuurdersaansprakelijkheid, onrechtmatige concurrentie en overig onrechtmatig handelen. Vorderingen curator toegewezen. Vorderingen in vrijwaringszaak afgewezen.
De rechtbank verklaart dat gedaagde 1 zijn taak als bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement, hij onrechtmatig tegenover de schuldeisers heeft gehandeld door betalingen te ontvangen die het bedrijf zonder rechtsgr
Geen aansprakelijkheid van curator vanwege de verkoop van activa van de failliet. Bestuur is aansprakelijk voor het faillissementstekort vanwege onbehoorlijk bestuur. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:1594)
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Omvang administratieplicht. Is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur en/of onrechtmatige selectieve betalingen.
De vordering van de curator op grond van artikel 2:248 BW wordt afgewezen omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.
Tussenvonnis. Aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Bestuursverbod. De curator wordt opgedragen de rechtbank te informeren over de vraag of er andere rechtspersonen zijn waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is en zo ja, een uittreksel uit het Handelsregiste
Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagde heeft de belangrijkste, eigenlijk enige taak die de BV had, namelijk het innen van rente en aflossing van haar enige schuldenaar, veronachtzaamd. Omdat dit de ‘core business’ van de failliete BV was, wordt dit veronachtzamen als belangrijke
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (o.a. art. 2:248 BW). Stelplicht/bewijslast alternatieve oorzaak faillissement. Administratieplicht en belangrijke oorzaak faillissement. Stellingen inzake dubieuze transacties. Bewijsaanbod. Art. 24 Rv. Proceskosten.
De rechtbank Overijssel oordeelt dat een bestuurder van een gefailleerde vennootschap aansprakelijk is voor het boedeltekort. Twee voormalig bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die is ontstaan vanwege onbehoorlijk bestuur. Zij worden hoofdelijk veroordeeld to
Civiel recht. Bodemzaak. Gedaagden zijn in een eerdere procedure hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het boedeltekort in het faillissement van Kunstcollectief. In deze procedure is bepaald hoe hoog dat boedeltekort is en of er gronden zijn voor collectieve of individuele mati
Tussenvonnis. Bestuurdersaansprakelijkheid. Failissementspauliana. Artikel 54 Fw.