Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening. Onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Beoordelingsmaatstaf; omstandigheden van het geval; aanvaardbare verklaring v
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator en de feitelijk bestuurder van de failliete vennootschap over aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor het faillissementstekort.
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW. Verlieslatende ondernemingsactiviteiten van een eerder gefailleerde BV zijn op gelijke wijze voortgezet in een nieuw opgerichte BV die ook gefailleerd is. Het voortzetten en continueren van de verlieslatende ondernemingsactiviteiten met inhe
bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; rechtsvermoeden van onbehoorlijk bestuur ex 2:248 BW weerlegd.
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW; kennelijk onbehoorlijk bestuur van bestuurders van gefailleerde transportonderneming; geen gronden voor disculpatie; beroep op matiging kan aan de orde komen in de schadestaatprocedure.
Aansprakelijkheid curator in faillissement wegens verkoop verpande bedrijfsvoorraad? Daartegenover: aansprakelijkheid (direct en indirect) bestuurder wegens onbehoorlijke taakvervulling jegens de boedel? Artikel 2:248 BW.
Onrechtmatige daad. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Feitelijk leidinggeven. Aansprakelijkheid commissaris. Aandeelhouder en bestuurders komen in hoger beroep nadat zij in eerste aanleg zijn veroordeeld tot vergoeding van de schade die de schuldeisers hebben geleden, respectieveli
bestuurdersaansprakelijkheid, niet voldaan aan boekhoudplicht en publicatieplicht; onbehoorlijke taakvervulling staat vast; is andere belangrijke oorzaak van faillissement aannemelijk gemaakt? Stelplicht bestuurder.
Vordering tot terugbetaling oversluitvergoeding hypotheek afgewezen. Het beding in de Algemene Voorwaarden dat ziet op vervroegde aflossing van de hypotheek is geen oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13 EG en ook niet onredelijk bezwarend als bedoeld in artikel 6:237 ond
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement
Ar. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW). Vennootschap die verzekeringen verkoopt en onderbrengt bij verzekeraar die reeds geruime tijd geen schades meer uitkeert aan de vennootschap. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling?
Aansprakelijkheid van feitelijk beleidsbepaler. Volledige terzijde stelling van formeel bestuurder is niet noodzakelijk voor het aannemen van aansprakelijkheid.
Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Art. 2:248 BW. Geen reden voor matiging van het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Doorbraak op de voet van art. 2:11 BW ook in geval (indirect) bestuurder in buitenland (België) is gevestigd? Ingevolge art. 3, aanhef en onder e, Wet conflictenrecht corporaties beheerst het op de corporatie toepasselij
Bestuurdersaansprakelijkheid na het faillissement van tien bedrijven die allen tot hetzelfde concern behoren. Er is door de rechtbank bestuurdersaansprakelijkheid aangenomen op grond van artikel 2:248 lid 2 BW omdat de bestuurders het vermoeden van causaal verband tussen de onbeh
Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op voet van art. 2:248 BW voor boedeltekort; begroting tekort in schadestaatprocedure na een veroordeling als bedoeld in art. 2:248 lid 5.
In deze schadestaatprocedure gaat het om de vaststelling van de hoogte van de betalingsverplichting waartoe de bestuurder in het faillissement van de vennootschap is veroordeeld op grond van artikel 2:248 BW. Geen grond voor matiging als bedoeld in artikel 2:248 lid 4 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling. Geen andere belangrijke oorzaken voor het faillissement. Aansprakelijk voor boedeltekort.
De rechtbank veroordeelt dat partij B aansprakelijk is voor de schulden van het bedrijf, veroordeelt partij B om het faillissementstekort aan de curator te betalen en een voorschot op het bedrag te betalen. De curator had partij B als bestuurder van de failliete vennootschap aang
Bestuurdersaansprakelijkheid. Vraag of de zoon van de formele bestuurders is opgetreden als feitelijk beleidsbepaler en daarom voor de toepassing van artikel 2:248 BW met een bestuurder gelijk moet worden gesteld (artikel 2:248 lid 7 BW). Op grond van de inhoud van een controlera
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 1 BW. Schending boekhoudplicht en publicatieplicht. Bewijsvermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van faillissement niet ontzenuwd. Geen grond voor matiging. Geen sprake van onrechtmatig han
hoofdzaak en vrijwaring; bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 bw; schending publicatieplicht;; daarnaast ziet de onbehoorlijke taakvervulling op de wijze waarop de bestuurders uitvoering hebben gegeven aan de herstructurering.
geen bestuurdersaansprakelijkheid Timpaan
Bestuurdersaansprakelijkheid voor faillissementstekort wegens onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:248 BW). Schending boekhoudplicht (artikel 2:10 BW).
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid o.v.v. art. 2:248 BW. (Mede)beleidsbepaler in zin van art. 2:248 lid 7, eerste zin BW.