Een onverplichte betaling van € 419.535,33 op 30 december 2002 leidt, bij de onder 4.9 genoemde cijfers, tot de conclusie dat de solvabiliteit van de onderneming – die al niet groot was – welbewust verder wordt aangetast. Op grond daarvan is onmiskenbaar sprake van onbehoorlijk
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Tegenbewijs ex artikel 2:248 lid 2 BW: de bestuurder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat een krimpende markt en hoge vaste lasten een belangrijke oorzaak van het faillissement vormen.
bestuurdersaansprakelijkheid
Vorderingen van curator in faillissement Waterstad Theater B.V., voorheen h.o.d.n. Imax Theater, met betrekking tot o.m. aandelen in Omniversum. Zie ook LJN BC9680.
Conflict over rechts- en bestuurshandelingen met betrekking tot het Omniversum in Den Haag.
bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248 BW
Bestuurdersaansprakelijkheid
Faillissement, boekhoudplicht, anbehoorlijk bestuur, voorschot betaling faillissementstekort.
Is appellant ingevolge artikel 2:248 lid 1 BW dan wel op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk voor het boedeltekort in het faillissement van geïntimeerde?
In deze zaak heeft de curator in de eerste plaats de nietigheid ingeroepen van rechtshandelingen, verricht tussen de gefailleerde vennootschap (hierna ook te noemen: IMAX) en haar aandeelhouder/bestuurder SMH. Op grond van deze rechtshandelingen hebben in de jaren voorafgaand aan
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissemement. Schending publicatieplicht. Externe oorzaken. Onbehoorlijk bestuur neemt in het geheel van factoren dat tot faillissement heeft geleid geen opvallende plaats in.
De rechtbank lijkt er van uit te gaan dat, als [appellant sub 2] fulltime beschikbaar moet zijn voor Mens|Data B.V., zij dus niets anders kan doen. Dat is niet zo: “fulltime” beschikbaar zijn is iets anders dan “permanent” beschikbaar zijn. Onder “fulltime” pleegt verstaan te wor
De primaire vordering van de curator is gbaseerd op artikel 2:248 BW: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel voor het tekort op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur en aannemelijkheid dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillisseme
Na het ontslag van betrokkene 1 heeft Atlanco Rimec Group niet in benoeming van een nieuwe bestuurder voorzien en miet zij, gelet op art. 12 van de statuten van Rimec Uitzendbureau als degene die de bestuurstaak waarnam, worden beschouwd. Als zodanig is zij volgens de curator kra
Aansprakelijkstelling feitelijk bestuurder op grond van onbehoorlijke taakvervulling. Binnen de onderneming werd gedaagde gezien als feitelijk leider, hetgeen blijkt het vaststaande feit onder g. Bovendien heeft gedaagde zich naar buiten toe gemanifesteerd als feitelijk bestuurde
Bestuurdersaansprakelijkheid faillissement, leegtrekken BV.
Bestuurdersaansprakelijkheid (2:248 BW; 6:162 BW); Vrijwaring.
Artt. 2:9 BW 2:10 BW 2:248 BW 2:394 BW 6:162 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid. Voor de feiten wordt verwezen naar het vonnis. In het onderhavige geval kan niet worden gesteld dat van kennelijke onbehoorlijke taakvervulling door gedaagde sprake is geweest. De vorderingen, primair
De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagden aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van RCC.
Voor zover [appellante] al niet zou hebben geweten wat haar echtgenoot [A.] via NVR als "bestuurder" van [de B.V.] heeft gedaan, wat zij stelt maar het hof niet aannemelijk acht, heeft zij als strovrouw van haar echtgenoot [A.] hem en NVR kennelijk de vrije hand gelaten als "best
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verplichting ex. art. 2:10 lid 1 BW. Tegenbewijs tegen weerlegbaar verzoeken ex. art 2:248 lid 2 BW.
Conclusie dat niet is komen vast te staan dat de keuze voor het nieuwbouwplan en de daarmede gemoeide investering, maar wel dat de volharding daarin onverantwoord was. Gedaagde heeft door dit laatste zodanige risico's genomen dat zijn handelwijze als lichtzinnig en onverantwoorde
Onbehoorlijk bestuur. De rechtbank zal voor recht verklaren dat gedaagde 1 jegens de curator aansprakelijk is voor het faillissementstekort van Imax en zal hem veroordelen tot betaling aan de curator van dit faillissementstekort.
De curator vordert primair een verklaring voor recht dat het bestuur van Mens/Data zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Voorts vordert hij primair hoofdelijke veroordeling om aan hem
De curator vordert dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat SMH zich schuldig heeft gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur en/of onrechtmatig handelen jegens de gezamenlijke schuldeisers van Imax en op grond daarvan jegens de curator aansprakelijk is voor het faillisseme