Bij vonnis van de rechtbank Breda van 23 maart 2030 is Lija Chartering & Trading B.V. in staat van faillissement verklaard. Gedaagde in conventie is bestuurder van Lija.De curator vordert dat de rechtbank - kort weergegeven - voor recht zal verklaren dat gedaagde in conventie hoo
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bij overdracht onderneming door eenmanszaak naar B.V. had die onderneming een negatief eigen vermogen. Dit is een belangrijke oorzaak van het faillissement. De openingsbalans van de B.V. gaf geen getrouw beeld van het vennootschapsvermogen. Daarmee s
Aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissement. De bestuurder heeft de jaarrekening niet tijdig gedeponeerd, dus er is sprake van onbehoorlijk bestuur, dat vermoed wordt een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. De bestuurder heeft dat vermoeden ontzenuwd,
Vrijwaringszaak. Bestuurderssaansprakelijkheid De omstandigheid dat de rechtbank eiser in vrijwaringin de hoofdzaak als feitelijk (mede)beleidsbepaler heeft aangemerkt en voor de aansprakelijkheid ex art. 2:248 BW met gedaagden in vrijwaring heeft gelijkgesteld, heeft tot gevolg
Curator vordert verklaring van recht dat gedaagden hun taak als (middellijk) bestuurder van Prestige Producties kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld in de zin van artikel 2:248 lid 1 en lid 2 BW en dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak was van het failli
Bestuurdersaansprakelijkheid. Betekenis van fiscale en strafrechtelijke uitspraken in dit verband
Is de voorzieningenrechter wel bevoegd of is de beoordeling van de vordering op grond van het bepaalde in artikel 69 Fw exclusief aan de rechter-commissaris opgedragen?
Verzetzaak. De kernvraag is of er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur door eiser in verzet van STH. De curator heeft zijn vordering gestoeld op artikel 2:248 lid 2 en 2:248 lid 1 BW.
aansprakelijkheid bestuurder; kennelijk onbehoorlijk bestuur; art. 2:9 BW; art. 2:10 BW; art. 2:11 BW:art. 2:248 BW
Bstuurdersaansprakelijkheid jegens failliete boedel.
Faillissement. Hebben gedaagden de geïncasseerde bedragen ten onrechte niet aan de boedel afgedragen. subsidiair zijn zij ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van de boedel, meer subsidiair moeten zij de geïncasseerde vorderingen op grond van de redelijkheid en billijkheid aan de
-
Curator spreekt gewezen bestuurder aan met vordering op grond van onbehoorlijke taakvervulling en met vordering op grond van onrechtmatige daad vanwege "selectieve" betaling van crediteuren. A. Omdat jaarstukken te laat zijn gedeponeerd, heeft bestuurder zijn taak onbehoorlijk ve
Geschil tussen curator en bank inzake verrekening van een verpande vordering (artikel 53 en 54 Fw), onrechtmatige daad, selectieve betalingen, kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 en lid 7 BW). Beroep op verjaring.
Onbehoorlijke taakvervulling van bestuurder, weerlegbaar vermoeden. Faillissement van vennootschap die enkele computerwinkels exploiteerde. Aannemelijk is gemaakt dat andere feiten en omstandigheden (kort gezegd: externe oorzaken, waaronder de economische recessie) het faillissem
De bestuurder van een scheepsconstructiebedrijf wordt aansprakelijk gehouden voor het tekort in het faillissement van de vennootschap omdat hij geld en andere vermogensbestanddelen aan het vermogen heeft onttrokken en geoordeeld wordt dat dit mede een belangrijke oorzaak van het
Nietigheid dividendbesluiten wegens strijd met art. 2:216 BW? De opvatting dat bij de toepassing van deze bepaling de vastgestelde jaarrekening, indien en voor zover zij niet zou voldoen aan de voorschriften uit het jaarrekeningenrecht, eerst aan die voorschriften moet worden aan
Procesrecht. Hoger beroep; eiswijziging die voortvloeit uit bij pleidooi aangevoerde nieuwe grief; uitzondering op strakke regel, dat eiswijziging schriftelijk moet worden gedaan (art. 130 lid 1 Rv.) en in beginsel niet op later moment dan bij memorie van grieven of van antwoord
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. De vennootschap bloedt leeg als gevolg van ruzie tussen de bestuurders: kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het staat de curator in beginsel vrij om te schikken met een deel van de bestuurders en door te procederen tegen een van hen.
Faillissement. Aansprakelijkheid voormalig bestuurders vanwege schending publicatieplicht en boekhoudplicht. Vermoeden dat zuljs een belangrijke oorzaak was van het faillissement. Veroordeling tot betaling van faillissementstekort. Voorschot op schadevergoeding. Aansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid ( in faillissement). Eerst moeten bestuurders de boekhouding die bij de boekhouder ligt aan de curator overhandigen.
Vordering in kort geding tot opheffing van conservatoir beslag Bij de beoordeling van de vraag of summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door gedaagdem, de curator van de failliette vennootschap, ingeroepen recht is van belang of er sprake is van persoonlijke aanspra
In conventie: bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW i.v.m. gebreken in de administratie (waaronder niet bijgehouden grootboekrekeningen) en op grond van artikel 6:162 BW i.v.m. gestelde onttrekkingen door de bestuurders. In reconventie: was de curator jegens
HD 103.005.499 --> art. 42 Fw, rechtshandeling, benadeling HD 103.005.498 --> art. 248 lid 1b BW