Bestuurdersaansprakelijkheid, Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur i.v.m. transacties met oog op doorstart onderneming
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
De beslissing van de rechtbank in een renvooiprocedure in het faillissement van Luta BV om de vordering van een schuldeiser (de curator van BPD), gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid van Luta BV, te erkennen heeft dezelfde kracht als wanneer de curator die vordering op de veri
eindvonnis, en vrijwaringszaken C/09/478420/HA ZA 14-1337 en C/09/478422 HA ZA 14-1338; interne bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. Vrijwaringszaak tegen andere bestuurder waarmee curator een schikking in de hoofdzaak heeft bereikt.
Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 lid 1 en lid 2 BW.
Activatransactie met groepsvennootschappen vooraf aan faillissement, geen bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW. 2:9 BW, 6:162 BW.
Kort geding. Onbehoorlijke taakvervulling van bestuur van BV als bedoeld in art. 2:248 lid 1 BW?
Appellante heeft bedrijf 1 mondeling opdracht gegeven voor de bouw van 39 appartementen. Bedrijf 1 heeft het werk door onderaannemers laten verrichten. Er is door Appellante een bedrag van circa € 4.250.000 aan Bedrijf 1 betaald. Bedrijf 1 is op zeker moment gestopt met het werk
bestuurdersaansprakelijkheid, bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW niet ontzenuwd
Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur i.v.m. overdracht activa
Ondernemingsrecht, bestuurdersaansprakelijkheid, schending administratieplicht, weerlegbaar vermoeden dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van faillissement is, bewijsopdracht.
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248 BW; publicatieplicht; geding na verwijzing
Aandelentransactie. Participaties. Geen voorzienbaarheid ex 42 Fw (pauliana) ivm tijdsverloop. Geen bestuurdersaansprakelijkheid (2:9 BW). Wel persoonlijk ernstig verwijt (Beklamel), doch curator komt geen Peeters/Gatzen vordering toe. Ook geen lastgeving.
Bestuurdersaansprakelijkheid, curator stelt bestuurder aansprakelijk niet voldoen aan deponeringsplicht boekhoudplicht namelijk geen deugdelijke administratie ten behoeve van de curator. Geen inzicht in kosten van projecten. De vennootschappen zijn hier failliet gegaan als gevolg
Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 2 juncto 2:10 (Boekhoudplicht) en art. 2:394 BW. Verweer dat wat betreft de publicatieplicht sprake is van een onbelangrijk verzuim, slaagt, gelet op HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7189 rov. 3.6.2. en HR 1 november 2013 ECLI:NL:H
Hoger beroep van ECLI:NL:RBARN:2011:BR0169; bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW; belangenconflict van medeaandeelhouder tevens schuldeiser; beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit; onbehoorlijke taakvervulling; vermindering van aansprakelijkheid van afzond
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement ex art. 2:248 BW, schending publicatieplicht, wettelijk vermoeden niet weerlegd. Ook: Peeters/Gatzen-vordering, onrechtmatige selectieve betalingen.
Vonnis in incident.
Artikel 2:248 BW. Publicatieplicht en administratieplicht geschonden. Bestuurders maken aannemelijk dat andere omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. De curator maakt vervolgens niet aannemelijk dat onbehoorlijk bestuur mede een belangrijke oor
De rechtbank Overijssel heeft beslist dat de bestuurder/aandeelhouder van een failliete herenmodezaak in Enschede persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van dat bedrijf, omdat hij de onderneming onbehoorlijk heeft bestuurd. De schade bedraagt waarschijnlijk meer dan € 2.00
bestuurdersaansprakelijkheid?
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. In hoger beroep wordt alsnog geoordeeld dat het vermoeden ontleend aan art. 2:248 lid 2 BW niet is weerlegd.
vervolg op tussenarrest 16 juli 2013, faillissement en bestuurdersaansprakelijkheid, primaire vordering ex art. 2:248 BW afgewezen, subsidiaire vordering ex art. 6:162 BW gedeeltelijk toegewezen.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gestelde grondslag van vordering niet behandeld. Beoordeling onbehoorlijke taakvervulling. Boekhoudplicht art. 2:10 lid 1 BW; maatstaf; HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994, NJ 1993/713 (Brens q.q./Sarper). Elementen die van belang