Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:248 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Faillissement. Schending publicatieplicht (2:394 BW). Onbehoorlijke taakvervulling geen belangrijke oorzaak faillissement (artikel 2:248 BW)
Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2016:386. Na bevel aan gedaagde (bestuurster van de failliet) om de bij haar in bezit zijnde administratie van de failliet over te leggen (art. 22 Rv) heeft gedaagde een usb-stick met daarop administratie overgelegd. Van de boekhoudplicht ex art. 2:1 BW m
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid bestuurders na faillissement zorgbureau (art. 2:248 BW en 2:11 BW). Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak faillissement?
Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW). Kennelijk onbehoorlijk bestuur door de formele bestuurder, door niet in te grijpen toen zij waarnam dat sprake was van een ongebruikelijke goederenstroom en de feitelijke bestuurder zijn gang te laten gaan. Niet gebleken van andere fa
Bestuurdersaansprakelijkheid. Kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 lid 1 BW). De failliet heeft nagenoeg haar gehele onderneming overgedragen aan zustervennootschappen, zonder dat daar een reële vergoeding tegenover stond. Aannemelijk is dat deze kennelijk onbehoorlijke taa
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 lid 1 BW, artikel 2:248 lid 2 BW. Wettelijk vermoeden ontzenuwd. Doorbreking paritas in zicht faillissement kan toets der kritiek niet doorstaan, maar is geen belangrijke oorzaak faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid vanwege schending van de publicatieverplichting. Beroep op disculpatie slaagt niet.
Vordering 843a Rv afgewezen. Bestuurdersaansprakelijkheid. Ongerechtvaardigde verrijking.
bestuurdersaansprakelijkheid. Boekhoudplicht. Publicatieplicht. Onbehoorlijk bestuur
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. De vorderingen van de curator zijn in beginsel voor toewijzing vatbaar. De rechtbank ziet echter, alvorens aldus te beslissen, aanleiding om met partijen te overleggen over een minnelijke regeling.
Bestuurdersaansprakelijkheid van feitelijk leidinggevenden die een vennootschap hebben gebruikt om derden op te lichten. Geen bestuurdersaansprakelijkheid van de voomalig bestuurder die de vennootschap heeft verkocht.
Curator spreekt (indirect) bestuurder van vier failliete vennootschappen aan. Grondslagen: (1) vordering uit rekening-courantverhouding, (2) aan vennootschap toekomende gelden ten onrechte op privérekening laten storten; (3) artikel 2:248 lid 2 BW (boekhoudplicht niet nagekomen).
Vorderingen jegens oud-bestuurder en jegens gelieerde vennootschappen door vennootschap die onverhaalbare vordering uit meerwerk pretendeert jegens gefailleerde vennootschap.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Tussentijds appel. Niet is komen vast te staan dat kennelijke onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van de faillissementen. Niet-tijdige deponering van de jaarrekening. Overschrijding van de termijn met meer dan elf maanden levert o
Verplaatsing COMI voor indiening faillissementsrekest/ Artikel 2 lid 2 Fw evenmin van toepassing nu schuld pas na vertrek schuldenaar metterwoon ontstaan/ Vordering aanvrager niet summierlijk gebleken/ geen pluraliteit.
De curator van een gefailleerde onderneming stelt zowel de bestuurders – op diverse grondslagen art. 2:248 lid 2 BW jo art. 2:10 BW en art. 2:394 BW, artikel 2:248 lid 1, art. 2:252 BW en artikel 2:9 BW – als de commissarissen (artikel 2:259 BW) aansprakelijk. Omvang en reikwijdt
Bestuurdersaansprakelijkheid. Als niet vast gesteld kan worden dat onttrekkingen uit BV terecht waren, kan de bestuurder daarvan een ernstig verwijt worden gemaakt. Niet aannemelijk dat faillissement door onttrekkingen is veroorzaakt.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Ontzenuwing vermoeden (lid 2). Passeren bewijsaanbod en overlegging administratie.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Oprichting van een besloten vennootschap gevolgd door een bekrachtiging van alle door een van de bestuurders voor en namens de vennootschap in oprichting gedane rechtshandelingen. Binnen een jaar volgt het faillissement van de opgerichte vennootschap
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Geen matiging.
Heeft er een bestuursbenoeming plaatsgevonden? HR 28 juni 1996, NJ 1998, 58. bestuurdersaansprakelijkheid.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Schending publicatieplicht. Veronderstellenderwijze wordt ervan uitgegaan dat bewijsvermoeden is ontzenuwd. Curator maakt aannemelijk dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede belangrijke oorzaak faillissement is geweest.