Cassatieprocesrecht. Vervolg op HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172. Vorderingen tegen vennootschap en tegen bestuurder daarvan in verband met faillissement van (voormalige) dochtervennootschap. Oordeel dat subsidiaire vordering wegens onrechtmatig handelen alleen tegen ve
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Aansprakelijkheid van bestuurder wegens voortzetten verlieslatend bouwbedrijf in crisis 2008/2009 alvorens faillissement aan te vragen. 2: 9 BW kennelijk onbehoorlijk bestuur, 2: 162 BW generieke schuldeisersbenadeling.
Geen aansprakelijkheid van bestuurder wegens lang voortzetten bouwbedrijf in crisis 2008/2009 alvorens faillissement aan te vragen. 2:10 BW, 2: 248 lid 2 BW, 2: 9 BW, 2: 162 BW.
Art. 2:248 lid 1 en 2 BW. Kennelijk onbehoorlijk bestuur, Administratieplicht. Eindvonnis na bewijslevering. Peeters/Gatzen-vordering. Art. 704 en 705 Rv. Belangenafweging opheffing beslag.
bestuurdersaansprakelijkheid/ schending publicatieplicht; geen onbelangrijk verzuim/ andere oorzaak faillissement niet komen vast te staan/ privé-uitgaven ten laste van de in zwaar weer verkerende vennootschap levert ook onbehoorlijk bestuur op.
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. artikel 2:248 BW. Bestuurders hebben niet voldaan aan de boekhoudplicht van artikel 2:10 BW.
Uitleg fraudeclausule in bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Verzekerde hoedanigheid. Verjaring.
Exploitatie kinderopvang in VOF wordt ingebracht in BV nadat met lening van gemeente een groot deel van de schulden van de VOF zijn afgelost. Ongeveer 6 maanden na aanvang van de activiteiten binnen de BV wordt de BV op eigen verzoek in staat van faillissement verklaard. Geen sch
Medewerkingsplicht ex artikel 105a lid 2 Fw niet volledig en juist nagekomen; Tevens tekortgeschoten in de inlichtingenplicht ex artikel 105 Fw; Publicatieplicht en boekhoudplicht geschonden; onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 lid 2 BW; Bestuursverbod opgelegd voor de duur van
bestuurdersaansprakelijkheid, bestuurder geen bemoeienis met gewraakt handelen? derde-beleidsbepaler, disculpatie, matiging
Onrechtmatige overheveling van onderneming vóór faillissement? Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW, 2:9 BW en/of 6:162 BW. Schending deponeringsplicht. Geen onbelangrijk verzuim. Van buiten komende oorzaak van het faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending administratieplicht. De aansprakelijk gestelde bestuurder ontzenuwt het weerlegbare vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW. BV exploiteert café dat na klachten van omwonenden moet sluiten wegens intrekking vergunning door gemeente. Dit is (dus)
bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement, van buitenkomende oorzaak?, stelplicht en bewijslast
Vordering curator tegen (indirect) bestuurders failliete vennootschap. Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW wegens toe-eigening voor vennootschap bestemd schikkingsbedrag.
Aansprakelijkheid ogv artt. 2:9 of 2:248 BW van bestuurder van gefailleerde stamrechtvennootschap? Hoge drempel, art. 19b Wet LB 1964, statutair doel, onbehoorlijke taakvervulling, belangrijke oorzaak, stelplicht, kosten incidenteel appel.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geen schending administratieplicht artikel 2:10 BW. Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur als bedoeld in artikel 2:248 BW door overname onderneming. Niet gebleken dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn geschaad.
Hoofdzaak en vrijwaring. Ondanks schending publicatieplicht geen bestuurdersaansprakelijkheid. Niet gebleken dat gedaagden iets valt te verwijten van het faillissement.
Jaarrekening te laat gepubliceerd, geen onbelangrijk verzuim. Vermoeden van art 2:248 lid 2 BW door de bestuurder weerlegd. De curator heeft vervolgens niet aannemelijk gemaakt dat een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is. G
Vordering door andere partij dan oorspronkelijk rechthebbende. Cessie? Volmacht? Lastgeving? Verjaring; moment waarop eisers bekend waren met de schade en de aansprakelijke persoon.
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Onvoldoende onderbouwing dat andere feiten of omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest alsmede dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan bestuurder te wijten is en dat bestuurder
Aansprakelijkheid voor tekorten in faillissementen op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 BW). Benadeling van schuldeisers.
Bevoegdheid rechtbank. Europese Insolventieverordening. 2:248 BW, 2:9 BW, 6:162 BW.
--
De curator vordert veroordeling van de bestuurder van een failliete vennootschap tot betaling van het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 lid 1 BW (onbehoorlijk bestuur). De jaarstukken zijn te laat gedeponeerd en daarmee staat onbehoorlijk bestuur vast. Verder geldt
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 lid 1 BW. Is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur? Is dat een belangrijke oorzaak van het faillissement geweest? Samenhang met 17/05253 en 17/05255.