Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Burgerlijk Wetboek

Art. 2:246 BW

Genoemd in 14 uitspraken · Officiële wettekst

14 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live

ECLI:NL:HR:2018:2370 55 × geciteerd
Hoge Raad · 21-12-2018 · Civiel recht

Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:2

ECLI:NL:PHR:2018:1139 19 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 20-09-2018 · Civiel recht

Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:2

ECLI:NL:PHR:2019:1345 9 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 13-12-2019 · Civiel recht

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Pandrecht op aandelen, stemrecht overgegaan op pandhouder (art. 2:198 lid 3 BW). Vordering dat stemrecht weer op aandeelhouder overgaat (art. 2:342 BW); heeft pandhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig geschaad dat

ECLI:NL:RBOBR:2013:6278 2 × geciteerd
Rechtbank Oost-Brabant · 11-11-2013 · Civiel recht

aanspraak vorderingen na afloop termijn ex artikel 58 lid 1 Fw

Rechtbank Limburg · 03-02-2026 · Civiel recht; Insolventierecht

Afwijzing eigen verzoek tot faillietverklaring. Niet vaststaat dat andere aandeelhouder rechtsgeldig is opgeroepen voor de vergadering van aandeelhouders.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 01-12-2022 · Civiel recht; Insolventierecht

de Faillissementswet kent een gesloten stelsel van rechtsmiddelen in de artikelen 8-12 / de schuldenaar is in hoger beroep gekomen van een vonnis waarin het verzet van de schuldenaar tegen de faillietverklaring gegrond is verklaard / voor die situatie kent de Faillissementswet ni

Parket bij de Hoge Raad · 09-09-2022 · Civiel recht; Ondernemingsrecht

Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid o.v.v. art. 2:248 BW (in verbinding met art. 2:11 BW). Devolutieve werking hoger beroep. Verdeling stelplicht en bewijslast. Vaststellen feiten, passeren bewijsaanbod. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, causaal verband met fail

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20-04-2021 · Civiel recht

Vervolg op ECLI:NL:HR:2018:2370 2:246 jo. 2:248 BW; 2:9 BW; 6:162 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Geen kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW. De opdracht tot het doen va

Rechtbank Den Haag · 10-03-2021 · Civiel recht

Regresvordering van bestuurder op andere bestuurder in het kader van door beiden afgegeven borgtocht voor schuld vennootschap. Bestuurdersaansprakelijkheid: bestuurder jegens aandeelhouder gehandeld in strijd met artikel 2:8 BW, geen ernstig verwijt.

Rechtbank Den Haag · 16-06-2020 · Civiel recht; Insolventierecht

De curator en niet de gefailleerde aandeelhouder komt de bevoegdheid toe om in de algemene vergadering van aandeelhouders de stemrechten verbonden aan de aandelen uit te oefenen in verband met een besluit in de zin van artikel 2.246 BW.

Rechtbank Amsterdam · 20-06-2019 · Civiel recht

Afwijzing faillietverklaring, ontbreken bevoegdheid (verkapte eigen aangifte bestuurder, zonder aandeelhoudersbesluit)

Gerechtshof Den Haag · 26-09-2018 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Belanghebbende heeft zich borg gesteld voor een geldlening van een vennootschap waarin hij een (indirect) belang heeft. Belanghebbende wordt aansprakelijk gesteld op grond van de borgstelling en wenst de omvang van de borgstelling als negatief resultaat uit werk en woning op zijn

Rechtbank Midden-Nederland · 28-02-2017 · Civiel recht

Verzet ex art 10 Fw ingesteld door verhuurder pand op grond van misbruik van recht ongegrond verklaard

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 04-11-2014 · Civiel recht

onrechtmatige daad bestuurder B.V.? handelen in strijd met artikel 2: 246 BW?