Bestuurder aansprakelijk wegens onbehoorlijk bestuur? Betaling door vennootschap voor de overname van aandelen door de ene bestuurder/ aandeelhouder van de mede-bestuurder/ aandeelhouder; art. 2:248 BW, art. 2:9 BW en art. 2:207 c (oud) BW;
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:216 BW
Genoemd in 206 uitspraken · Officiële wettekst
206 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending boekhoudplicht van art. 2:10 BW. Aandeelhoudersbesluit kapitaalvermindering 2007 nietig op grond van art. 2:216 lid 2 BW (oud), omdat het negatieve vermogen van de vennootschap dit niet toestond. Art. 2:216 lid 2 BW geldt ook bij een kapita
Nakoming aandeelhoudersovereenkomst (en inherent daaraan uitvoering aan arbitrale vonnissen). Ondernemingsrecht. Wetgeving betreffende de Flex-BV. Overgangsrecht. Artikel 2:216 BW/artikel 2:248 BW.
Paulianeus dividendbesluit is nietig.
Beroepsfout accountant. Klachtplicht.
De curator vordert, na vermindering van eis, primair - samengevat – hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van het nader vast te stellen tekort in het faillissement op grond van artikel 2:248 lid 1 BW en artikel 2:11 BW. Subsidiair vordert de curator hoofdelijke v
Faillissement. Koop failliete vennootschap. Artikel 42 Fw. Paulianeus handelen?
Nietigheid dividendbesluiten wegens strijd met art. 2:216 BW? De opvatting dat bij de toepassing van deze bepaling de vastgestelde jaarrekening, indien en voor zover zij niet zou voldoen aan de voorschriften uit het jaarrekeningenrecht, eerst aan die voorschriften moet worden aan
Onbehoorlijke taakvervulling door gedaagden als bestuurder/feitelijk beleidsbepaler belangrijke oorzaak van faillissement? Gedaagden zijn er niet in geslaagd het wettelijk vermoeden van de oorzaak van het faillissement te ontzenuwen.
Kern van het geschil is het volgens eiseres laakbaar leeghalen - ondanks en in het zicht van de verplichting tot betaling van een substantieel bedrag aan haar - de vernootschap in kwestie door de activa te verkopen en vervolgens het resultaat als dividend uit te keren, waardoor e
- artikel 20b, lid 1, letter c, Wet IB 1964; - terugbetaling agio zonder statutenwijziging belast, ondanks afwezigheid zuivere winst.
Voor het antwoord op de vraag of [geïntimeerde sub 2] dan wel [appellante sub 1] te dezen het gelijk aan zijn/haar zijde heeft, is van belang welke zin partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan de bepalingen van de raamovereenkomst en de daarbij behorende call/put-
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Stichtingskosten woonhuis en verdeling opbrengst verkocht woonhuis. Aansprakelijkheid vrouw voor mogelijk lagere verkoopopbrengst woonhuis als gevolg van handelen van de man. Kosten huishouding. Uitleg begrip onverteerde inkomsten in akte huwel
Faillissementsrecht. Vennootschapsrecht.
28 april 2000 Eerste Kamer Nr. C99/087HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [curator], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van J. Domp B.V., wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat: mr G. Snijde
-
-