Eiseres vordert schadevergoeding wegens gebreken aan de fundering aangekocht pand. Eiseres is ontvankelijk, want aanvankelijk ten onrechte overgegaan tot turboliquidatie (art. 2:19 lid 4 en 5 BW). Verkoopster heeft mededelingsplicht geschonden door niet volledig te zijn over (inh
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:19 BW
Genoemd in 504 uitspraken · Officiële wettekst
504 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Verzoekschrift heropening (2:23c BW) afgewezen, omdat bate reeds bekend was; hernieuwde inschrijving in Handelsregister geen reden voor heropening.
Vordering tegen ontbonden vennootschap. Niet-ontvankelijk.
Verjaring.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 23 Wet Bpf 2000. Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Turboliquidatie. Bestuurder valt persoonlijk een ernstig verwijt te maken dat hij tot ontbinding van de BV's is overgegaan zonder de vereffeningsprocedure te volgen terwijl er nog baten waren. Verwijzing schadestaat.
Schadestaatprocedure. Eindvonnis. Gedaagde opgehouden te bestaan? Ontvankelijkheid eiseres. Terechte bezwaren tegen deskundigenrapport eiseres. Omvang schade bij tekortkoming in de nakoming van een distributieovereenkomst.
Voor heropening van de vereffening op grond van artikel 2:23c lid 1 BW geen plaats. Ten onrechte overgegaan tot turboliquidatie. De rechtbank verklaart voor recht dat de vennootschap niet ontbonden is, maar is blijven voortbestaan.
De vereffenaar (en voormalig bestuurder) van een BV heeft bij de vereffening van de vennootschap ten onrechte één crediteur – van wiens vordering zowel de vereffenaar als de aandeelhouder op de hoogte waren vóórdat de BV ophield te bestaan – niet meegenomen, waardoor een te hoge
"Overeenkomst van goederenvervoer".; "CMR-Verdrag"; "Artikel 8:29 BW"; " Betalingsafspraken"; "CRM- vrachtbrief".
"Overeenkomst van goederenvervoer".; "CMR-Verdrag"; "Artikel 8:29 BW"; " Betalingsafspraken"; "CRM- vrachtbrief".
Faillissement op tegenspraak. Ontbonden vennootschap.
art 134 Rv (oud); afwijzing verzoek tot pleidooi; vordering tot tussenkomst; gelijktijdige behandeling en beslissing hoofdzaak en incident
Procesrecht. Vermogens- en verbintenissenrecht. Procesreglement en overleggen procesdossier. Stuiting van verjaring en ontbonden rechtspersoon. Wettelijke rente en G-rekening.
Einde affectieve relatie. In geschil de financiële afwikkeling.
Internationale factuurfraude. Blokkade gelden op een bankrekening en verrekening met door bank overgenomen vorderingen als bank betrokkenheid bij factuurfraude veronderstelt. Zorgplicht en vermoeden van frauduleus gebruik bankrekening.
Vordering tegen gedaagde als vereffenaar van een ontbonden besloten vennootschap wordt afgewezen. B.V. is geliquideerd, gesteld noch gebleken is dat vereffenaar onrechtmatig heeft gehandeld en evenmin is gesteld dat vereffenaar anderszins aansprakelijk zou zijn voor een schuld di
Verzet tegen dwangbevelen. Gewezen bestuurders niet aansprakelijk voor betalen herziene pensioenpremienota's die door pensioenfonds aan ontbonden vennootschap zijn verstuurd. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur of onrechtmatige daad is geen sprake. Verzet is gegrond.
Verzet tegen dwangbevelen. Gewezen bestuurders niet aansprakelijk voor betalen herziene pensioenpremienota's die door pensioenfonds aan ontbonden vennootschap zijn verstuurd. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur of onrechtmatige daad is geen sprake. Verzet is gegrond.
Ontslag statutair bestuurder rechtsgeldig gegeven.
Artikel 2:19 BW. Ambtshalve toetsing aanwezigheid baten ten tijde van de ontbinding. Geen sprake van ernstig verwijtbare selectieve betaling voorafgaand aan de turbo-liquidatie.
Art. 81 lid 1 RO. Ontvankelijkheid vordering uit onrechtmatige daad. Rechtspersonenrecht. Insolventierecht. Faillissement na toepassing noodregeling (art. 5a Tijdelijke regeling invoering Wft (oud), art. 213f (oud) Fw). Insolventie omdat geen akkoord is aangeboden (art. 173 lid 1
Verzet tegen rekening en verantwoording (en plan van verdeling) van ontbonden pensioenfonds.
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Faillietverklaring. Betwisting vordering aanvrager o.g.v. beroep op verjaring. Hof oordeelt beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Gedaagde sub 1 is een vennootschap die ex art. 2:19 lid 6 BW is opgehouden te bestaan. Eiser is niet-ontvankelijk. Actio pauliana (art. 3:45 BW) tegen gedaagde sub 2? Afgewezen op grond van art. 3:51 lid 2 BW. Geen sprake van onrechtmatig handelen