Faillissementsaanvraag van een ontbonden vennootschap.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:19 BW
Genoemd in 504 uitspraken · Officiële wettekst
504 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Aandeelhoudersaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid bij turboliquidatie. Inactieve vennootschap zonder vermogen van enige betekenis maar die wel partij is bij een kredietfaciliteit voor de groep waarvan zij deel uitmaakt, stelt zich hoofdelijk aansprakelijk dan wel bo
Vennootschapsrecht. Herroeping van besluit tot ontbinding BV toelaatbaar? Vereisten. Tussenkomst rechter vereist; eisen van rechtszekerheid; bescherming van derden. Overeenkomstige toepassing art. 2:19 lid 2 BW. Terugwerkende kracht herroepingsbesluit? Verplichting tot stellen va
Afwijzing eigen aangifte faillietverklaring wegens gebrek aan baten.
Uitgesproken faillissement na turboliquidatie bekrachtigd. Summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn. Ook is summierlijk gebleken van een vorderingsrecht ten tijde van de faillissementsaanvraag. Voorts is sprake van
Kort Geding; “gebrek aan baten” bij besloten vennootschap, waardoor deze na ontbinding op grond van art. 2:19 lid 4 BW ophoudt te bestaan? Verjaring dwangsomvordering?
Aansprakelijkheid advocaat: voorvraag of gedaagde vennootschap na opheffing faillissement bij gebrek aan baten (16 Fw) is ontbonden en heeft opgehouden te bestaan. Rechtbank verwerpt beroep op niet-ontvankelijkheid, mede nu de vraag of er een bate is, afhankelijk is van onderhavi
Ontbonden vennootschap onder firma. Vordering van een van de vennoten - in verschillende hoedanigheden - jegens de (indirecte) bestuurders van de andere (inmiddels failliet gegane) vennoot. Gezag van gewijsde ten aanzien van de in eigen naam ten behoeve van zichzelf ingestelde vo
Is door de bestuurders/vereffenaars onrechtmatig gehandeld door de vennootschap te ontbinden wegens gebrek aan baten (turbo-liquidatie)? In casu ontbreekt het causaal verband.
Invordering. Vervolg van HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0411, NJ 2009/5. Verjaring recht tot dwanginvordering; art. 27 lid 1 IW 1990. Rechtsgeldige stuiting verjaring? Betekening dwangbevel aan rechtspersoon die is opgehouden te bestaan. Art. 54, leden 3 en 4, Rv van overe
Conclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van X B.V., belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 mei 2012, nr. BK-10/00395. Belanghebbende is door de Ontvanger bij beschikking van 31 januari 2
CONCLUSIE PG Belanghebbende is door de Ontvanger bij beschikking van 31 januari 2007 als inlener van personeel en op grond van ketenaansprakelijkheid aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen en omzetbelasting van ee
art. 1 Fw, art. 2:19 lid 4 BW, art. 2:248 BW. Verzoek tot faillietverklaring ontbonden vennootschap. Niet summierlijk gebleken van baten. Niet aannemelijk dat een actie uit bestuurdersaansprakelijkheid op grond van alleen het wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid ook daadwerk
Huur bedrijfsruimte. Huurder, rechtspersoon, houdt op te bestaan. Consequenties voor onderhuurder?
Vervolg op HR 5 december 2008, LJN BF0411. 1. De vordering is rechtsgeldig gestuit door betekening van een stuitingsverklaring aan de niet meer bestaande vennootschap, zonder dat de vereffening heropend behoefde te worden. 2. Het stond de Ontvanger vrij om ondanks de door de insp
Een stichting heeft nog slechts als vermogensbestanddeel een gevaarlijke schoorsteen. De economische waarde van de schoorsteen is negatief. Omdat er geen fondsen zijn voor herstel, besluit het bestuur tot ontbinding. Door gevaar bedreigd naastgelegen bedrijf vordert in kort gedin
Faillietverklaring ontbonden vennootschappen. Summierlijk gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten aanwezig zijn. Sprake van toepasselijkheid van artikel 2:19 lid 5 BW. Vereffening kan ook in het kader van faillissement plaatsvinden.
Hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, Insolventieverordening). Faillietverklaring.
Geprocedeerd wordt door een ontbonden en beëindigde vennootschap, aangaande een al dan niet gecedeerde vordering. Zowel t.a.v. de ontvankelijkheid als t.a.v. het bepaalbaarheidsvereiste bij cessie wordt geprocedeerd en beslist.
Vennootschap dagvaardt rechtspersoon en vordert veroordeling tot betaling van een geldsom wegens geleverde diensten. Rechtspersoon stelt dat zij door de kamer van koophandel is ontbonden, omdat zij, rechtspersoon, geen geld (bekende baten) meer heeft en dat zij is opgehouden te b
Verzet ingesteld tegen een verstek arrest door een niet meer bestaande B.V. Niet ontvankelijk in het verzet.
Beroep, ingediend namens een BV die is ontbonden en opgehouden te bestaan en ten aanzien waarvan geen heropening van de verffening heeft plaatsgevonden, is ontvankelijk. Ontvanger maakt niet aannemelijk dat sprake is van inlening. Beroep gegrond.
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Eisende partij wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vordering op een BV die wegens gebrek aan baten is opgehouden te bestaan. De ingestelde reconventionele vorderingen stuiten erop af dat de BV niet meer bestaat. Voor het instellen van een vordering door de BV moet de vereff
Kern van de stellingen van eiser is dat de ontbinding en beëindiging van het bestaan van de b.v. kennelijk in allerijl zijn bewerkstelligd om na het veroordelend arrest van het hof verhaal onmogelijk te maken.